Mens gunt de apocalyps eindeloos een herkansing

De doemdenker gelooft in uitstel maar niet in afstel

Kees Paling

In de aanloop naar het jaar 2000 ontbrak het niet aan voorspellingen over het naderende Einde der Tijden. En of het nu kwam door het computerprobleem (Y2K), een fatale stand van de planeten in ons zonnestelsel, een omkering van de magnetische polen of de inslag van een komeet, the end of the world as we know it was ophanden. Bewijzen hiervoor werden ontleend aan de astrologie, de openbaring van Johannes, de profetieën van Nostradamus en de visioenen van de heilige Malachias. Maar op 1¿januari 2000 bracht het nieuws 24 uur lang louter beelden van feestende wereldburgers, van Kiribati in de Stille Zuidzee tot Hawaii aan de andere zijde van de datumgrens. De lang verwachte apocalyps bleef uit en menig doemdenker had zich ten onrechte verschanst in een grot, bunker of kelder, met proviand voor zes maanden en tot de tanden bewapend.

De kater was groot, maar zou zeker niet lang duren. Want zoals de Britse historicus Norman Cohn in de jaren zestig al aantoonde in zijn studie The pursuit of the millennium, geloven doemdenkers wel in uitstel, maar nooit in afstel. De volgende Dag des Oordeels is inmiddels vastgesteld op 21 december 2012.

Cyclus
Die voorspelling is gebaseerd op de kalender van de Midden-Amerikaanse Maya’s, die werkt met een kosmische cyclus van zo’n 12¿duizend jaar. Bij de overgang van de ene naar de andere cyclus doen zich zodanige natuurrampen voor dat het voortbestaan van elke beschaving op het spel staat. Die verwachting leeft overigens niet alleen bij de Maya’s in Midden-Amerika, maar ook bij de afstammelingen van de Inca’s in Peru, de Yaqui en Azteken in Mexico, de Hopi, Navajo en Pueblo-indianen in het zuiden van de Verenigde Staten en de Cherokee en Seneca aan de oostkust. Dat diezelfde indianen eerder spreken van een bewustzijnsverandering dan van een complete apocalyps, daaraan hebben de ware gelovigen al geen boodschap meer. Een mooi ondergangsvisioen laat men zich immers niet zomaar afnemen.

Dat vormt dan ook meteen het eigenlijke gevaar: de menselijke factor. Al in de jaren dertig van de vorige eeuw formuleerde de Amerikaanse socioloog Thomas zijn wetmatigheid dat als mensen een situatie als reëel inschatten, deze ook reëel zal zijn in zijn consequenties. Zijn collega Merton werkte dit in de jaren zestig uit tot de wet van de self fulfilling prophecy: als mensen een voorspelling geloven en daarnaar gaan handelen, zorgen ze er zelf voor dat die voorspelling uitkomt. De voorbeelden zijn bekend: als aandeelhouders een koersval van een fonds verwachten en massaal hun aandelen te koop aanbieden, dan raakt dat fonds ook daadwerkelijk in een vrije val.

Niemand
Als alle autobezitters denken dat de benzine schaars wordt en ze gaan brandstof hamsteren, dan moeten de benzinestations al na één dag nee verkopen.
Dat een Duitse onderzoeker vorig jaar berekende dat de Maya-cyclus pas over 200 jaar afloopt, mag de pret niet drukken. Ook de 21ste eeuw begon eigenlijk pas in 2001, maar dat weerhield niemand van een grootse millenniumwisseling op 31 december 1999.

Hoeveel mensen inmiddels zwemvesten en rubber bootjes op zolder hebben liggen, is niet bekend. Wel zijn er auteurs als de Belg Patrick Geryl die al geruime tijd overlevingsmogelijkheden aanbiedt in de Zuid-Afrikaanse Drakensbergen. Alleen daar overleef je, aldus de auteur, het nucleaire armageddon van alle kerncentrales die door het natuurgeweld open zullen scheuren.

Met het naderen van 2012 zullen dit soort verhalen alleen maar in kracht en omvang toenemen. Waar het om gaat, is hoe de mensen hierop zullen reageren. Want wanneer we alle kosmische en natuurrampen met een korreltje zout nemen, dan resteert nog altijd de menselijke factor. En dat is een factor waarmee met name de media en de politiek serieus rekening moeten houden. Of vrij naar de Amerikaanse president F.D. Roo­sevelt: the only thing Mankind has to fear, is Mankind itself.

null Beeld
Meer over