columnthomas van der meer

Meneer Van Weelden denkt dat het nog oorlog is, bij het ratelen van de boormachine plast hij in zijn broek

Thomas van der Meer tegel Beeld Thomas van der Meer tegel
Thomas van der Meer tegelBeeld Thomas van der Meer tegel

Mevrouw Ester (91) tikt me met een breinaald op de schouder. ‘Hoever ben je in mijn schriftje?’, vraagt ze. Ik zit op de grond wol tussen de wielen van haar rolstoel vandaan te peuteren. Tijdens het breien heeft ze heen en weer gereden en dan krijg je dat.

‘April 1944’, antwoord ik.

Het schriftje is mevrouw Esters dagboek uit de oorlog. Elke dag een korte notitie. De meeste verhalen die ze me heeft verteld, staan er niet in. ‘Het was meestal te erg om op te schrijven’, zegt ze.

Gevlucht voor de inundatie, verraden door NSB’ers en er is dat verhaal over een paard. Mevrouw Ester ging op de fiets door het land langs boerderijen om eten te vragen. Meestal werd ze van het erf gejaagd. Honger. Ze balt haar vuisten en drukt ze in haar maag. ‘Zo zat ik altijd, tegen de honger.’ Iedereen had honger. ‘Er reed een man langs op een paard en toen namen mensen happen van dat paard’, vertelt ze. ‘Ze sneden er stukken vanaf, terwijl het daar liep.’

Na de oorlog was de ellende niet voorbij. Ze zag een Canadees op een mijn stappen. Been eraf. Een andere Canadees pikte haar op toen ze wilde liften naar een vriendin en reed met haar het bos in. Ze wist te ontsnappen. ‘Rennen, rennen, rennen.’ Mevrouw Ester heeft wat afgerend. ‘Welbeschouwd is het een wonder dat ik het heb overleefd’, zegt ze, en ze buigt zich over haar breiwerk.

Meneer Van Weelden (88) denkt dat het nog steeds oorlog is. Hij woont op een afdeling voor mensen met dementie. Bevend ligt hij in bed. Een paar kamers verderop wordt geklust en dat helpt ook niet mee: bij het ratelen van de boormachine plast hij telkens in zijn broek.

‘De oorlog is voorbij, meneer Van Weelden.’

‘Ik weet niet wat je zegt.’

‘De Canadezen zijn er.’

‘Canadezen?’

Ik schuif de gordijnen open. Meneer Van Weelden veert op en kijkt door het raam naar buiten, daar loopt Sjoerd van de technische dienst. Ik begin uitbundig te zwaaien. Sjoerd steekt aarzelend een hand op. ‘Hello!’, roep ik.

De volgende ochtend ga ik op pad met de kanovereniging. Naast me peddelt Jochem (24). Hij vertelt wat hij met zijn vrienden van Forum voor Democratie heeft bekokstoofd. Zo lijkt het hem een goed idee om een stel kinderen te laten opvoeden door robots, afgezonderd van de samenleving. Op hun 18de verjaardag krijgen die kinderen een overzicht van alle politieke ideologieën. Omdat ze niet zijn beïnvloed door de verhalen van mensen, kunnen ze op basis van louter rationele afwegingen een keuze maken. Zo komen we eindelijk te weten welke ideologie de juiste is, volgens Jochem.

Tijdens deze week, die gaat over het doorgeven van verhalen opdat wij niet vergeten, zit Jochem dus te prakkiseren over een manier om die verhalen buiten beschouwing te laten. Hij ziet de verhalen van mensen als ruis, die afleidt van wat er echt toe doet.

Ik weet ook niet wat hem mankeert. Ze zeggen dat ellende invoelbaar wordt als het een gezicht krijgt, maar Jochem voelt helemaal niets. Of het nu gaat om ooggetuigen van de oorlog, vluchtelingen, #MeToo of Black Lives Matter. En als hij merkt dat ik wel medelijden heb met iemand, reageert hij alsof hij me ergens op heeft betrapt. ‘Nu komt de aap uit de mouw’, zegt hij dan.

De heisa rond de Tweede Wereldoorlog begrijpt hij sowieso niet. Op zijn telefoon laat hij een tabel zien van het aantal doden per dictator, uitgedrukt in bloeddruppels. Een druppel staat voor een miljoen doden. Mao heeft 76 druppels.

‘Hitler maar 17’, zegt hij.

Ik luister niet meer. Ik kijk naar het stille water en de knalgroene oevers. Het heeft geregend en nu schijnt de zon: het groen spat uit de grond waar je naast staat. Ik schrik op als Jochem zegt: ‘Het zou beter zijn als het land werd bestuurd door één leider die weet wat het beste is voor het volk.’

‘Ben je echt zo dom?’, vraag ik.

Jochem zegt niets en glimlacht, want wie is hier nu eigenlijk dom? Hij deed het gymnasium en studeert politicologie. Ik was bejaarden.

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een verpleeghuis. Hij vervangt deze week Elma Drayer. De namen van personen in deze column zijn pseudoniemen.

Meer over