ColumnArnon Grunberg

Men zei dat ik een kind had gekregen, ik had een hond gekregen

null Beeld

Op een stormachtige avond liep ik met de hond van Logeetje door Amsterdam. Ik sleurde het beest achter me aan, stiekem houdt het uitsluitend van Logeetje. Een eenkennig dier, niet verwonderlijk want feitelijk was het de minnares van Logeetje. Voor de deur van een buurman poepte het uitvoerig, pas toen besefte ik dat ik geen zakjes bij me had. Ik liep weg als een dief.

De volgende ochtend was de wind gaan liggen, weer trok ik het eenkennige dier – de afgewezen minnares – achter me aan. Een oudere heer staarde ons aan. Hij dacht ongetwijfeld dat ik het beest mishandelde. Meesleuren kan ongemerkt mishandelen worden. Voor je het weet sta je als hondenmishandelaar bekend.

Op een bankje dronk ik koffie, de hond aan mijn voeten. Men zei dat ik een kind had gekregen, ik had een hond gekregen.

Je moet je verzoenen met je eigen geschiedenis. Net toen ik daar mee bezig was, kwam een vrouw naast me zitten, die vroeg: ‘Ken ik jou niet van de studiedag van Flip Jan van Oenen?’

Er stond me weinig van bij, maar inderdaad, op die studiedag had ik gesproken. Flip Jan was de acrobaat en therapeut die me op het Vossius toneelles had gegeven.

‘Is dat jouw hond?’, vroeg de vrouw.

‘Van mijn vriendin’, zei ik. ‘Ik ben slechts de oppas.’

Later die dag nam ik het beest mee naar Zuid. Medelijden bekroop me met de afgewezen minnares.

Ik zette This Is The Life van Amy Macdonald op en danste met de hond in het huis van mijn moeder en zong in het oor van het beest: ‘And you’re singing the songs thinking this is the life/ And you wake up in the morning and your head feels twice the size/ Where you gonna go, where you gonna go, where you gonna sleep tonight?’

Meer over