ColumnHeleen Mees

Meer werken is voor de meesten de enige manier om het eigen inkomen te verhogen

null Beeld

Het Centraal Bureau voor de ­Statistiek (CBS) publiceerde afgelopen donderdag een studie over de inkomensontwikkeling van ‘de Nederlander’ in de afgelopen vijftig jaar. Niks fantoomgroei. De Nederlander zag zijn inkomen gecorrigeerd voor inflatie in 50 jaar tijd meer dan verdubbelen. De hoofdeconoom van ’s lands statistische schatkamer, Peter Hein van Mulligen, zei in interviews dat hij het als zijn taak zag het sombere beeld dat in de media wordt geschetst over de tweedeling in de samenleving, bij te stellen. Met ons gaat het nog altijd goed, aldus Van Mulligen.

De gemiddelde Nederlander die het CBS in zijn studie beschrijft, is de babyboomer. Die kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw op de arbeidsmarkt en ging deze eeuw met pensioen. Er is niemand die betwist dat het met de babyboomers goed gaat. Integendeel. Met de gemiddelde babyboomer gaat het steeds beter. Niet alleen zag de babyboomer de afgelopen vijftig jaar zijn netto beschikbare inkomen meer dan verdubbelen, dankzij de stijgende huizenprijzen heeft diezelfde babyboomer de afgelopen decennia ook zijn vermogen zien exploderen.

Millennials, de generatie die is geboren tussen 1980 en 1995 en die rond de eeuwwisseling haar opwachting maakte op de arbeidsmarkt, hebben een heel ander perspectief. Over de afgelopen twintig jaar is het reële beschikbare inkomen van de ­Nederlander met 10 procent gestegen. Maar de totale huursom die 25- tot 34-jarigen moesten ophoesten, is tussen 2002 en 2018 bijna verdubbeld. Het huizenbezit onder 25- tot 34-jarigen lag in 2018 4,4 procent lager dan in 2002.

In de publicatie over het netto beschikbare inkomen van ‘de Nederlander’ veegt het CBS niet alleen alle generaties op één hoop. Het CBS maakt ook geen onderscheid tussen inkomensstijgingen die het gevolg zijn van een verhoging van het beschikbare inkomen per gewerkt uur en inkomensstijgingen die het gevolg zijn van een stijging van het aantal gewerkte uren. Het beschikbare inkomen per gewerkt uur steeg in Nederland tussen 1969 en 1979 met maar liefst met 60 procent. De werkloosheid die daardoor ontstond was voor het Britse tijdschrift The Economist aanleiding het begrip Dutch disease te munten.

Tussen 1979 en 2001 vlakte de stijging van het inkomen per gewerkt uur af. Dat het netto beschikbare inkomen per persoon in die periode niettemin net zo hard steeg als in de periode daarvoor, komt doordat de arbeidsdeelname van vrouwen flink toenam. Sinds 2001 is het netto beschikbare inkomen per gewerkt uur niet meer gestegen, ondanks dat het opleidingsniveau wel is toe­genomen. Gecorrigeerd voor het hogere ­opleidingsniveau is het netto beschikbaar inkomen per gewerkt uur de afgelopen twintig jaar dus gedaald.

Volgens het CBS is de inkomensongelijkheid niet toegenomen omdat de zogenoemde Gini-coëfficiënt, die de inkomens­ongelijkheid meet, in Nederland relatief laag en stabiel is. Maar de Gini-coëfficiënt is gebaseerd op fiscale data en Nederland belast, als een van de weinige beschaafde landen, ­vermogensinkomsten en -winsten niet of ­nauwelijks. Hoewel de huizenprijzen en aandelenkoersen de afgelopen twintig jaar tot recordhoogte stegen, zien we dat in de Gini-coëfficiënt niet terug.

Bovendien moffelt iedereen met een beetje fiscaal benul zijn of haar boven­modale inkomen weg via een directeur-grootaandeelhouder BV. Jeroen Pauw, die de afgelopen weken het programma Scheefgroei presenteerde, verhuurt zichzelf aan BNNVARA via de bv TVBV. Zo kan het gebeuren dat de huishoudens met het laagste fiscale inkomen een vermogen uit aanmerkelijk belang hebben van gemiddeld twee miljoen euro. Het CBS houdt niettemin stug vol dat de inkomensverschillen in Nederland laag en stabiel zijn.

Als je echt iets aan de scheefgroei wilt doen, moet je inkomen uit kapitaal eerlijker belasten. Bas Jacobs, hoogleraar overheids­financiën aan de Erasmus Universiteit, heeft daar een baanbrekend voorstel voor gedaan. Jacobs wil al het inkomen uit kapitaal op dezelfde manier belasten, tegen een vast tarief van 25 of 30 procent, dus niet alleen sparen en beleggen maar ook pensioen, eigen huis en de eigen onderneming. Met de opbrengsten zouden de tarieven voor de loon- en inkomstenbelasting met 5 tot 8 procent omlaag kunnen, waardoor het veel aantrekkelijker wordt om meer uren te gaan werken.

Want hoe je de cijfers van het CBS ook wendt of keert, voor de meeste mensen geldt dat meer uren werken de enige manier is om het eigen inkomen te verhogen.

Heleen Mees is econoom

Meer over