ColumnEddy en Eva Posthuma de Boer

Me verheugen op iedereen weer samen, van feest naar feest, de terrassen af, blond schuimend bier...

null Beeld

Het duurt te lang. Voelen we, zeggen we, vinden we. Elke dag is Groundhog day, elke gedachte, elk gesprek meer van hetzelfde. Meer gezeik en gezwets over het gezeik en gezeik over het gezwets over het gezeik. Virus, viri, viro, virum, viro. Niemand weet, iedereen roept, ook de idioten hebben stem. Negeer ze, laat ze, laat mij. Rust betekent niet altijd vrede nee, daarin had het meisje dat dichtte bij Biden gelijk, maar laten wij elkander vooral met rust laten. Blijven kijken, blijven zoeken, blijven zien wat wel. Kom op nou, er is, kan, mag ook zoveel nog wel, niet dan?

Vooruit, wat wel? De lege stad. Dat dan wel. Vogelgekwetter, ook. De vroege ochtend. Een ommetje. De ommetje-app. Het woord ommetje. Koffie. Hè lekker. Kopje koffie. Nog een. En nog een. Het duurt te lang. Kom aan, wat nog? Ogen sluiten voor de zon. Sneeuwklokjes. In het land der laatste dingen van Paul Auster uit handen van de postbode. De lamp boven de bank. In de hoek van die bank, onder die lamp, dat boek. Gemberthee. Gelukzalig gespin, poes Woody op mijn hoofd. Vooruit dan. Dat ook. Toch, nog steeds, te lang.

De kaart en het gebied van Houellebecq uit de kast. De laatste zin: ‘De triomf van de vegetatie is volledig.’ Wie te vertellen over die zin, over dat boek. Mijn telefoon in de hand, wie? Duurt. Lang. Nieuwe afleveringen Dix pour cent - drie vandaag, drie voor morgen, ja, die drie bewaren, alsof het snoep betreft. Mergpijpjes. Grote, van de bakker. Kinderen knuffelen. Borrelen met buren. Koken voor vriend Wim. Douchen voor het slapengaan. Vrijen. Schrijven. Verdwijnen in de tijd. Werkkamer veranderen. Muren verven. Kruidenolie brouwen. Weckflesjes uitkoken en vullen met die zelfgebrouwen kruidenolie. Manlief insmeren met kruidenolie. Echoënde Latijnse rijtjes. Knetter van al het vogelgekwetter. Gembertheevergiftiging. Dix pour cent op. Auster uit. Ommetjes me reet. Leeg. Te lang.

Zoute boter. Geroosterd brood. Slappe lach met mijn dochter. Dansen in de keuken. Een plek om lief te hebben. Toon. Janken - wat nou te lang? Me voorstellen dat het zomer is. Open ramen, slippers, warm zand tussen mijn tenen. Uit het raam van een trein hangen, Italië zien. Was aan lijnen, okergeel land. Verheugen. Die kunst onder de knie. Me verheugen op iedereen weer samen, van feest naar feest, de terrassen af, blond schuimend bier. Wat liepen we te zeiken, de triomf van de vegetatie was nog niet volledig of we waren er weer! Wapengekletter, de overwinning, virus, viri, viro, virum, viro verslagen! Zo dromen van wat komen gaat, van dat we weer zijn en dat we weer mogen. Van het onverwachte, het onbekende, adem.

Nice, 1992. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Nice, 1992.Beeld Eddy Posthuma de Boer
Meer over