Opinie180 Graden

Martin Koolhoven: ‘Nog steeds op film draaien is valse romantiek’

Martin Koolhoven (51) veranderde van mening over het ambacht film maken.

Martin Koolhoven: ‘Ik ga nooit meer analoog draaien. Tussen Oorlogswinter en Brimstone heeft de digitale techniek de analoge definitief ingehaald.'Beeld Ivo van der Bent

Oude standpunt

‘Je moet films altijd opnemen op filmrollen. In mijn studietijd kwam video op, een medium dat opnemen eenvoudiger maakte, maar ik vond de beelden er verschrikkelijk uitzien. Lelijke kleuren, niet de juiste scherpte. Geen porum voor een film. Ik kreeg het gevoel dat ik naar het journaal zat te kijken, of naar een voetbalwedstrijd.

‘Mijn afstudeerproject monteerde ik ook op film; voor iedere schnitt moesten we aanklooien met plakband, steeds knippen en plakken op de montagetafel met naast ons bakken vol filmrollen waar de editor in graaide als we een andere opname wilden zien. Een gedoe! Verschrikkelijk. Toen digitaal monteren opkwam, kreeg een editor in vijf minuten voor elkaar wat op film een dag kostte. Ik wist meteen: dit gaat het worden. Toch behield op film opnemen lang zijn charme. Het heeft ook de romantiek van het oude filmen als ambacht. Een goede cameraman had iets van een alchemist. Wanneer je als regisseur vreesde dat de beelden te donker waren, stelde de cameraman je gerust. Het was een magiër die wist wat er in het laboratorium nog mogelijk was. Het ontwikkelen van filmrollen was een spannend chemisch proces, dat door allerlei zaken beïnvloed kon worden, zoals de temperatuur van het bad. Met digitaal draaien is iets van die magie verloren gegaan.’

Kantelpunt

‘Het kantelpunt kwam toen ik mijn speelfilm Brimstone draaide. Ik wilde het op film schieten: minder handig dan digitaal opnemen, maar qua scherpte, kleur en beeldstructuur achtte ik film nog superieur. Oorlogswinter, de verfilming van Jan Terlouws boek, had ik ook op film gedraaid en alle rompslomp had ik voor lief genomen: de opnames waren in Litouwen, waar geen laboratorium was, en dus werden de filmrollen naar België gereden om te laten ontwikkelen en vandaar naar Nederland verscheept.

‘Voor Brimstone wilde ik dezelfde filmische kwaliteit en dat vertelde ik cameraman Rogier Stoffers. Hij is van de klassieke methode, houdt van verzorgd licht en vindt het prachtig sets nauwkeurig uit te lichten. Ik beschouw hem als de moderne Rembrandt. Wereldtop. Maar tot mijn verbijstering koos hij voor digitaal opnemen.

‘Bij draaien op film krijg ik op de set groezelig beeld te zien dat heel anders oogt dan uiteindelijk de film. Dankzij moderne digitale apparatuur zie ik op een grote monitor haarscherp wat de cameraman doet. Een ander verschil is dat je, als je op film opneemt, monteert met inferieur beeld. Pas als de montage af is, richt je je op het bijkleuren en perfectioneren van het beeld. Dan heb je maandenlang naar flets beeld gekeken, waaraan je gewend raakt. Daardoor word je voorzichtiger en conservatiever bij de kleurcorrectie. De grootste winst van de nieuwe techniek is dat de meeste artistieke beslissingen op visueel vlak al op de set gemaakt kunnen worden. Je hebt als cameraman, maar ook als regisseur, meer controle over je beeld dan wanneer je op film draait. Je spreekt van tevoren een look af, ontwikkelt die al op de set. Een enorme stap voorwaarts.’

Nieuw standpunt

‘Ik ga nooit meer analoog draaien. Tussen Oorlogswinter en Brimstone heeft de digitale techniek de analoge definitief ingehaald. Ik vertoon in Eye Filmmuseum in mijn maandelijkse programma nog graag een analoog gedraaide 35mm-film, ouderwets geprojecteerd, maar dat komt voort uit nostalgie. Ik heb me het leplazerus getest voor de beeldkwaliteit van Brimstone, voortdurend film en digitale opnames vergeleken. Steeds bleek de nieuwe techniek beter. Alles wat met film kon, kan nu ook digitaal. Dat was een les: durf dingen los te laten. Schrap conventies. Ik was opgegroeid met filmrollen: zó werden verhalen verteld. Maar je moet soms ook durven toegeven dat zaken die je gewend bent, worden ingehaald.’

Effect

‘Als regisseur heb je nu meer controle. Door de matige video-assist waarmee je moest werken als je filmrollen gebruikte, kon je de acteerprestaties niet altijd goed beoordelen op de monitor. Daarom ging ik altijd naast de camera staan, zodat ik de acteurs beter kon zien. Nadeel was dat ik dan niet kon zien of een camerabeweging gelukt was en moest vertrouwen op de cameraman. Pas veel later kreeg ik resultaat te zien. Dan had je discussies! Zo! ‘Goed, vond je dit goed? Je doet godverdomme niet wat ik gevraagd heb, man!’ Je krijg als regisseur nu goede, grote monitoren op de set, waardoor ik zowel het licht, als de camerabeweging en de acteurs goed kan beoordelen. Afstappen van draaien op film was pittig, maar het is een artistieke vooruitgang geweest. Wel is de cameraman als magiër verdwenen.

‘Het is kitsch om nog vast te houden aan oude film. Regisseurs als Quentin Tarantino en Christopher Nolan blijven op film draaien. Dat heeft een zweem van duur doen. Het is niet beter, kost ontzettend veel geld en geeft een hoop gedoe. Het is valse romantiek.’

Meer over