ColumnMartin Sommer

Mark Rutte is niet links geworden, maar hij kan wel tellen

Is Mark Rutte nog wel rechts genoeg? Bij de viering van zijn tienjarige jubileum als premier kunnen we niet om die vraag heen. Zijn eerste kabinet, met Wilders op de bagagedrager, begon hij met de constatering dat rechts de vingers zou aflikken bij het regeerakkoord. Een paar maanden geleden merkte Rutte op dat Nederland ‘een diep socialistisch’ land is, en dat hij dat prima vindt. Ook al zit er tien jaar tussen, dat is toch een opmerkelijke vorm van voortschrijdend inzicht.

Je zou de tamheid van deze Algemene Beschouwingen kunnen begrijpen als het uitvloeisel van Ruttes nieuw gevonden progressiviteit. Gert-Jan Segers (ChristenUnie) stelde spinnend van genoegen vast dat ook de liberaal Rutte tegenwoordig vindt dat aandeelhouders moeten worden bijgestuurd en gecorrigeerd. Pieter Heerma (CDA) zag meer saamhorigheid en minder marktwerking. En vooral ligt er een Miljoenennota die je kunt lezen, om met PvdA-leider Asscher te spreken, als het grafschrift van het neoliberalisme.

Rutte in 2010. Zijn eerste kabinet, met Wilders op de bagagedrager, begon hij met de constatering dat rechts de vingers zou aflikken bij het regeerakkoord.Beeld Mike Roelofs

Het was eind 2012 dat Rutte, samen met dezelfde Asscher, aan de wieg stond van het ruigste bezuinigingskabinet aller tijden. Dat was toen. Nu is zuinig begroten iets van vroeger, schiet de staatsschuld even snel omhoog als de besmettingsgraad, gaan de steunpakketten door met forse kans op fraude, maar is het nadenken daarover iets voor straks. En is er een politiek correcte commissie voor een Nationaal Groeifonds, met een tv-professor, een prins, een ex-minister en de onontkoombare Feike Sijbesma. GroenLinks miste nog ‘een jongere’. Ze gaan mooie dingen bedenken, ter waarde van 20 miljard. Kortom, wat is er in Mark Rutte gevaren?

Zelf denk ik niet dat Rutte erg veranderd is in die jaren. In 2013 zei hij in de H.J. Schoo-lezing dat visie iets was voor de oogarts, en dat ‘al zijn vezels’ zich verzetten tegen het denken in blauwdrukken. Rutte kan zich erg goed aanpassen, daarom slaapt hij ook zo goed. En vooral kan hij goed tellen, in het kielzog van zijn idool, de Amerikaanse president en machtspoliticus Lyndon B. Johnson. Als ik iets heb geleerd in Den Haag, dan is politiek vooral één ding: koppen tellen. Rutte weet als geen ander wat het betekent om geen meerderheid te hebben. De steun van Wilders valt af, zodat links met nauwelijks veertig oppositiezetels nog altijd beschikt over wat boven vermelde H.J. Schoo Sprachherrschaft noemde.

Rutte heeft al een veelkleurig kabinet en moet ook daarbuiten dus zaken doen met andersdenkenden. Alle kandidaat-premiers die nu van de toren blazen dat het de hoogste tijd wordt voor visie, zullen daarmee te maken krijgen. Het past als een jas bij Ruttes plooibare gemoed en het legt hem bovendien in politiek opzicht geen windeieren. De manier waarop Rutte naar het midden schuift, doet denken aan Merkel. Met haar Atomausstieg en Wir schaffen das heeft ze de SPD voor een flink deel leeggegeten. Rutte heeft goed naar zijn buurvrouw gekeken. Het geweeklaag van de linkse partijen over ‘de premier van de multinationals’ doet daarom langzamerhand potsierlijk aan. Rutte zei donderdag dat hij met Shell heeft gesproken, maar wat ik recentelijk zelf hoorde bij de multi’s is dat ‘het grote bedrijfsleven’ onder invloed van links ook bij de VVD-top melaats is geworden.

Rutte in 2013. Dat jaar zei hij in de H.J. Schoo-lezing dat visie iets was voor de oogarts, en dat ‘al zijn vezels’ zich verzetten tegen het denken in blauwdrukken.Beeld ANP

Zo is Rutte niet veranderd, maar ook niet meer dezelfde. Op de vraag of er na het neoliberalisme een nieuwe visie nodig is, zei Rutte woensdag dat hij niet weet wat neoliberalisme is. Inderdaad, wat was dat neoliberalisme eigenlijk, behalve heel erg slecht? Meestal wordt eronder verstaan dat de overheid zich ten onrechte als een markt heeft gedragen. Als dat zo zou zijn, dan is het in elk geval niet gelukt. Ik heb al vaak geschreven dat het aantal ambtenaren niet is afgenomen, en dat de zorg nooit een markt is geweest.

Een efficiëntere overheid, dat was de afgelopen dertig jaar wel het streven. Dat betekende tastbare doelen stellen, afrekenen op prestaties, controleren of plannen ook zijn gerealiseerd. Er waren uitwassen, zoals de politie die zich druk maakte om achterlichten om de prestatienorm te halen. Maar in zijn algemeenheid is toch een bescheiden, doelmatige, goed georganiseerde overheid te prefereren boven een omvangrijke staat.

Vandaar ook dat er een hele batterij instellingen was ingericht voor verslaglegging, controle en kritische terugblik, van de Algemene Rekenkamer tot allerlei toezichthouders en autoriteiten. Het ziet ernaar uit dat die hun mooiste tijd hebben gehad. Deze week stelt de Raad van State mismoedig vast dat het kabinet liefst 34 oncontroleerbare ad-hocmaatregelen heeft genomen in coronaverband, waarvan de opsomming drie pagina’s beslaat in de Miljoenennota. Ik sprak een prominent uit de wereld van het toezicht die kreunde dat een serieuze beoordeling van overheidsprestaties nu kennelijk plaatsmaakt voor ‘gelul’ van commissies.

Rutte in 2020. Een paar maanden geleden merkte hij op dat Nederland ‘een diep socialistisch’ land is, en dat hij dat prima vindt. Beeld ANP

De verschuiving begon in Europa, waar ooit het idee heerste dat alle eurolanden dezelfde lat zouden hanteren wat betreft schuld en tekort. De achterblijvers zouden zich optrekken aan de landen met een beter rapport. Dat idee is weg. Efficiency en doelmatigheid hebben het veld geruimd voor mooie solidariteit. Zeker sinds er een Europees supernoodfonds bestaat, hoeft het zuiden zich niet meer te spiegelen aan het noorden en wordt er alleen nog wat gemompeld over hervormingen.

Rutte heeft in Brussel zijn knopen geteld. Geld corrumpeert, veel geld corrumpeert absoluut. In Nederland is het grafschrift van het neoliberalisme geschreven. Dat gaat veel geld kosten, en Rutte weet het.

Meer over