Opinie

Maak van Nederland een internationaal uithangbord van integriteit

De roep om een andere bestuurscultuur is sterker en breder dan ooit tevoren. Laten we deze kans aan ons voorbijgaan, dan neemt het cynisme onder burgers en ambtenaren enkel toe en versterkt dat de neerwaartse spiraal van wantrouwen. Dat schrijft een groep academici.

Mark Rutte (VVD) en Pieter Omtzigt (r) voor aanvang van de beëdiging van de nieuwe Kamer. Beeld Freek van den Bergh/VK
Mark Rutte (VVD) en Pieter Omtzigt (r) voor aanvang van de beëdiging van de nieuwe Kamer.Beeld Freek van den Bergh/VK

Deze week is de kabinetsformatie na maanden van gesprekken, een aantal weken vakantie en ‘enige afstand nemen’ alsnog geklapt. Intussen is haast vergeten dat het kabinet sinds 15 januari al demissionair is, toen kabinet-Rutte III viel vanwege de Toeslagenaffaire. De overheid was zeer ernstig tekort geschoten en had tienduizenden gezinnen gedupeerd. Er klonk een luide roep om een nieuwe bestuurscultuur.

Integer handelen zou centraal moeten staan in de discussies over de bestuurscultuur, maar vormt tegelijkertijd de olifant in de kamer in het huidige politiek-bestuurlijke debat over wat er dient te gebeuren - er is geen enkele aandacht voor integriteit. Het I-woord ontbreekt eenvoudig in het nadenken over onze bestuurscultuur en -structuur. Geen woord erover in het eindverslag van informateur Hamer, geen aandacht voor goed besturen in de thema’s in het concept regeerakkoord die uitlekten.

Omgangsvormen, misbruik en bestuurscultuur

Het negeren van integriteit is om nogal wat redenen problematisch. Er spelen vele discussies en affaires waarin de integriteit van politiek en bestuur worden betwist, onder andere over belangenverstrengeling (toenmalig CDA-lid Sywert van Lienden) en omgangsvormen (PVV-Kamerlid Dion Graus en beschuldigingen van misbruik). Op provinciaal niveau is er onder meer discussie over integriteit en bestuurscultuur in Limburg.

Integriteit blijkt bovendien steeds weer cruciaal voor het vertrouwen van burgers in politici en bestuurders. Zo lieten deelnemers aan het opiniepanel van EenVandaag in februari weten dat voor hun stemgedrag integriteit heel (56 procent) of redelijk (33 procent) belangrijk is. Los daarvan laten diverse affaires zien dat het thema integriteit niet valt te negeren of omzeilen.

Pieter Omtzigt beschreef zijn ervaringen binnen het CDA: hij twijfelt over de omgangsvormen en ook over de partijfinanciering met mogelijk oneigenlijke invloed. Beide thema’s spelen voor alle politieke partijen. Nederland is het Wilde Westen van de partijfinanciering, zei politicoloog André Krouwel in gesprek met Nieuwsuur. Er is ook gebrekkige aandacht voor vanuit de media. Martin Sommer betoogde al in deze krant (Zaterdag, 16 juni): ‘Er is geen enkele reden voor de ontspannen omgang van Nederlandse bestuurders met integriteit.’

Van Nieuwenhuizen

Die conclusie sluit aan bij kritiek vanuit het buitenland. Nederland doet nog steeds te weinig aan het bevorderen van integriteit en het tegengaan van corruptie bij topambtenaren en politici, aldus Greco, de corruptiewaakhond van de Raad van Europa. Dat voormalig minister Cora van Nieuwenhuizen dinsdag bekendmaakte over te stappen naar Energie-Nederland , van waaruit zij zal lobbyen namens de energiesector, is in dat verband gênant: het druist lijnrecht in tegen de aanbevelingen die Greco deze zomer nog herhaalde in een voortgangsrapport en het laat andermaal zien dat het demissionaire kabinet geen interesse of weinig ambitie heeft als het gaat om integriteit.

Het negeren van het thema integriteit zien we ook terug in de reacties op een eerdere ‘brandbrief’ over de integriteit aan de informateur en de Tweede Kamer. Dat initiatief vanuit het Netwerk Goed Besturen wordt breed gesteund, onder andere door wetenschappers vanuit elf universiteiten en hogescholen en talrijke betrokkenen vanuit de beleidspraktijk, bij integriteitscommissies binnen overheden, het Huis voor Klokkenluiders, de International Chamber of Commerce en onderzoeksbureaus.

Psychologische veiligheid

De brandbrief was een pleidooi voor de duurzame verankering van integriteit, ook in het aanstaande regeerakkoord. Dat is noodzakelijk om de afbrokkeling van de democratische rechtsorde te stoppen, om de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de overheid te herstellen, en om de kwaliteit van publieke dienstverlening te garanderen.

We vatten de elementen van die brandbief kort samen. Besef dat we landelijk niet op orde hebben wat nodig is ter bevordering van integriteit en het tegengaan van integriteitsschendingen in de publieke (en private) sector. De aanpak van integriteit is versnipperd, reactief en mist institutionele inbedding en slagkracht.

Kom daarom met een visie op wat nodig is voor een effectief ‘integriteitssysteem’. Investeer in leiderschap dat moreel redeneren, integer handelen en het bieden van tegenspraak in het dagelijks werk mogelijk maakt en stimuleert. Zet ook in op de systematische borging van een cultuur van rekenschap, transparantie en psychologische veiligheid.

Omarm kritische geluiden en onderneem er actie op. Dat geldt voor Europese en nationale tegengeluiden (GRECO), maar ook voor de bescherming van klokkenluiders. Koester de rechtsstaat, en maak van Nederland een internationaal uithangbord van integriteit.

De roep om een andere bestuurscultuur is sterker en breder gedragen dan ooit tevoren. Laten we deze kans aan ons voorbijgaan, dan zal het cynisme onder burgers en ambtenaren enkel toenemen en versterkt dat de neerwaartse spiraal van wantrouwen. Het is daarom juist nú van groot belang dat de verankering van integriteit expliciet aandacht krijgt in het nieuwe regeerakkoord.

Gjalt de Graaf (Hoogleraar Bestuurskunde, Vrije Universiteit Amsterdam)
Leonie Heres (Universitair docent Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht)
Leo Huberts (Emeritus hoogleraar Bestuurskunde, Vrije Universiteit Amsterdam)
Hester Paanakker (Universitair docent Bestuurskunde, Radboud Universiteit)
Zeger van der Wal (Ien Dales Hoogleraar, Universiteit Leiden)

Meer over