ColumnAleid Truijens

Maak het onderwijs een begeerlijke plek om te werken

null Beeld

Ze zijn lekker op stoom, bij de Onderwijsraad. Eerst de verstandige suggestie voor latere selectie, en nu het advies om het gulle cadeau van de overheid van 8,5 miljard om corona-achterstanden te bestrijden anders in te zetten: voor duurzame verbetering van het onderwijs en niet, zoals onze minister van Financiën wilde, het er in twee jaar doorheen te jagen. Verleng de looptijd, en geef niet alle scholen evenveel geld, zegt de raad. Investeer in meer kennis en verhoging van de kwaliteit. En leg dat bij de formatie vast. Je zou hopen dat het kabinet net zo bangelijk luistert naar de Onderwijsraad als naar de Gezondheidsraad.

Die 8,5 miljard was een leuke stunt, vlak voor de verkiezingen. Iedereen die wat te piepen had over onderwijs was in één klap een zeurkous. Maar er kwam meteen terechte kritiek op. Van een onderwijs-OMT, dat vreesde dat het geld naar ingrepen zou gaan waarvan het effect onbewezen is, en dat commerciële aanbieders hun slag zouden slaan. Van de Rekenkamer, die voorspelde dat extra geld, zonder controle op de bestedeling, in een bodemloze put zou verdwijnen, zoals eerder vaak gebeurde. Van de wethouders van onderwijs van de grote steden die erop wezen dat geld niets uithaalt zolang er een lerarentekort is.

Dat laatste is natuurlijk waar: zolang je geen leraren hebt om achterstanden bij kinderen weg te werken, kun je wel stoer met miljarden smijten en mooie evidence based remedies verzinnen, maar dan wordt het niks. Toch is niet het lerarentekort de ‘roze olifant in de kamer’, zoals Merel van Vroonhoven zei, maar de bestuurlijke inrichting van ons onderwijs. Zolang je de huidige structuur handhaaft, met autonome scholen en besturen die zelf mogen beslissen over de financiën, het personeelsbeleid en salariëring, zal extra geld dat je in de sector pompt, blijven weglekken.

Alexander Rinnooy Kan formuleerde het perfect, in 2008: ons onderwijs gaat gebukt onder een ‘kwalitatief en kwantitatief lerarentekort’. Toen al daalde het opleidingsniveau van de leraren. Ook toen kreeg het oplossen van het lerarentekort ‘topprioriteit’ en kwam er een ‘taskforce’ voor kwaliteitsverbetering. Het hielp geen zier. Minister Plasterk kreeg geld om het aandeel academisch opgeleide leraren te vergroten; hun aandeel daalde. De kwaliteit daalde ook, de leerprestatie verslechterden gestaag en op internationale ranglijsten zakten we verder. Schoolbesturen hebben vaak andere prioriteiten en belangen dan hoge onderwijskwaliteit en goede leraren. Met goedkope leraren, tijdelijke krachten en onbevoegden kon het ook wel. Minder geld naar de bestuurslaag en onzinnige experimenten, dat lukt niet.

Houd toch op met geteem over het leraarschap als ‘het mooiste vak in de wereld’. Mensen aan wie je de toekomst van kinderen toevertrouwt, moet je uitstekend opleiden, koesteren en goed betalen. We snakken naar een ministerie van Onderwijs dat zelf de regie en de verantwoordelijkheid neemt en het probleem erkent: waarom is het onderwijs zo’n onaantrekkelijke sector geworden, waar éénderde van de nieuwkomers binnen een paar jaar geschrokken wegrent? Dat is gevolg van een decennialang gevoerd beleid van wegkijken en verwaarlozen. Leraren werden van zelfstandige professionals uitvoerders, de sukkels van de werkvloer, met een laag salaris en hoge werkdruk.

Maak het onderwijs weer begeerlijk. Zorg dat opleidingen wat voorstellen, zodat ambitieuze studenten erheen willen. Bied vacatures aan voor mensen die geen kostwinner thuis hebben en meer dan drie dagen willen werken. Betaal behoorlijk, geef leraren zelfstandigheid. Begeleid zijinstromers goed en geef ze vaste contracten. Bied woningen aan waar de nood het hoogst is en de huizen het duurst. Dan blijken veel goede mensen ineens zo’n topbaan te ambiëren.