MEELEZERS

Luca Duyvendak schreef een gedicht waarmee ze jongeren een hart onder de riem wil steken

In deze rubriek reageert de redactie op wat er leeft onder lezers. Deze week: jongeren die stilstaan in hun ontwikkeling.

Jongeren zoeken elkaar op in Park Sonsbeek, vorige maand. Ze missen de sociale contacten als gevolg van de strenge coronamaatregelen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Jongeren zoeken elkaar op in Park Sonsbeek, vorige maand. Ze missen de sociale contacten als gevolg van de strenge coronamaatregelen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Jongeren staan stil op een moment waarop ze stappen moeten maken’, schreef Haro Kraak begin deze week (Ten eerste, 1 maart). Die zin is precies waar het om draait in het gedicht dat de 23-jarige Amsterdammer Luca Duyvendak de redactie eind februari mailde en waarmee zij jongeren een hart onder de riem wil steken. Telefonisch licht ze toe dat ze ‘druk’ voelt ‘om altijd vooruit te komen’. De crux van haar analyse: ‘Terwijl de maatschappij volledig stilligt, mogen studenten niet stilstaan, laat staan dat ze achterstanden mogen oplopen.’

Ze leest de krant sinds haar 16de, thuis digitaal of bij haar ouders op papier. Artikelen kunnen hoop en houvast bieden, vindt Duyvendak. ‘De stukken van Fokke Obbema over de zin van het leven elke maandag vond ik geweldig, ik keek er de hele week naar uit. Na het lezen van alle nieuwsberichten realiseer ik me altijd dat er zo ontzettend veel gebeurt in de wereld. Het was heerlijk om bij zijn stukken even op adem te komen, één leven in te duiken. Leren waar het leven echt om draait, waar we het voor doen.

‘Ook opiniestukken lees ik graag. De laatste tijd staan er veel artikelen in van studenten en scholieren. Het is fijn als je je eigen zorgen terugleest, dan voel je je gehoord. En het voelt goed als iemand je zorgen goed onder woorden brengt.’

Duyvendak schreef een gedicht ‘aan iedereen die stilstaat’ en hoopt daarmee ‘anderen gerust te stellen’, ‘tijdens of liever nog vóór het omvallen.’ Ze hoopt ‘dat mensen onthouden dat ze ook stil mogen staan.’

aan iemand die al dagen, weken of jaren stilstaat:
je bent niet te laat

al lijkt dit misschien op al die nachtmerries
waar het enige dat vooruitgaat
de tijd is en jij dus altijd te laat

maar dat is niet hoe het hier, wakker, gaat

hoewel sommigen het zich zo inbeelden
er staat geen internationale agenda
in de grond geschreven die zegt
morgen koop jij een brood, overmorgen een huis, nee
elke ademhaling is een daad
en zo lang jij leeft ben je daarmee
onophoudelijk nooit te laat

jij hebt de wolken voorbij zien varen
en wat zou het jammer zijn
als niemand daar ooit bij stilstaat

Meer over