ColumnBert Wagendorp

Little Richard is dood: A whop bob-b-luma b-lop bam boom!

Op de site van The Guardian stond een half uur durende registratie van een concert van Little Richard in Olympia in Parijs, in 1966. Staand achter zijn piano ramde de ‘King of Rock and Roll’ (ook wel ‘The Originator’, ‘The Innovator’, ‘The Architect of Rock and Roll’ en ‘The Georgia Peach’) er al zijn hits uit, nummers die ook toen al bijna tien jaar oud waren: Good golly Miss Molly, Rip It Up en Lucille, hitnummers van zijn eerste twee elpees, Here’s Little Richard (1957) en Little Richard (1958). Zijn derde elpee, ook uit 1958, heette The Fabulous Little Richard, dus toen kende iedereen de artiestennaam van Richard Penniman wel zo’n beetje.

Zo klein was Little Richard trouwens niet, 1.77 meter, maar vermoedelijk wel kleiner dan Long Tall Sally. Richard Penniman overleed zaterdag in – waar anders – Nashville, hij was 87. Het is tegenwoordig al een hele troost als een oude held níet overlijdt aan corona – die smerige kleine voordringer –, en dat was bij Little Richard het geval, hij leed aan botkanker. Overigens was hij van voor mijn tijd, maar toen ik zijn eerste lp’s gisteren terugluisterde, bleken bijna alle nummers op de privé-soundtrack in mijn hoofd te staan. Dat hebben honderden miljoenen anderen ook. Dan ben je dus een aanwezige artiest geweest.

Een bomvol Olympia ging in 1966, ze hadden toen nog die heerlijke anderhalvecentimetersamenleving, helemaal los op Tutti Frutti, zijn allerberoemdste liedje, met de onsterfelijke openingszin ‘Tutti Frutti, aw rooty’ en de nog onsterfelijker tussenzin ‘A whop bob-b-luma b-lop bam boom’ – over de correcte spelling wordt in popkringen nog gediscussieerd. Het Engelse popblad Mojo zette in 2007 Tutti Frutti bovenaan haar lijst van ‘honderd popsongs die de wereld veranderden’ en volgens Rolling Stone was het de ‘meest geïnspireerde rocktekst ooit opgenomen’. Halverwege de jaren vijftig stond rock-‘n-roll voor vrijheid, voor bevrijding, voor een nieuwe wereld. Little Richard was de woordvoerder van dat gevoel.

De bejubelde tekst van Tutti Frutti luidde aanvankelijk trouwens heel anders en ging over anale seks (‘Tutti frutti, good booty / If it don’t fit don’t force it / you can grease it, make it easy’), maar dat werd door Richards manager toch iets te veel vrijheid geacht.

Little Richard was al een androgyne artiest toen Prince nog geboren moest worden – de lijst van door hem geïnspireerde popartiesten is ellenlang.

Tijdens een tournee in Australië in 1957, per vliegtuig onderweg van Melbourne naar Sydney, zag Little Richard vanuit zijn vliegtuigraam een vurige streep aan de hemel. Hij besloot dat dit een teken van God was en dat hij zijn zondige rock-‘n-roll-bestaan radicaal moest omgooien. Hij werd prediker. Zijn in 1960 uitgekomen vierde plaat heette Pray Along with Little Richard. Het lichtteken aan de hemel bleek bij nader inzien overigens niet van God afkomstig; het was de zojuist gelanceerde Sputnik I, de eerste satelliet die door de Russen in een baan om de aarde was gebracht, met een extra glanzend gepoetst hitteschild voor de zichtbaarheid vanaf de aarde.

Waaruit maar weer eens blijkt dat je moet oppassen met goddelijke signalen – al kijk ik tegenwoordig vanaf mijn balkon elke avond even omhoog of ik iets zie dat kan duiden op spoedige verlossing. En jawel, donderdagavond was het zover: een schitterende komeet trok over ons stadje. Nog even volhouden, vrienden, het komt goed.

Een andere Little Richard zal straks de nieuwe vrijheid in de microfoon schreeuwen.

Meer over