VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Assen

Lijden is de munteenheid van de aandachtseconomie

null Beeld
Margriet Oostveen

Fier staat Het Been van Frida Kahlo in een glazen vitrine van het Drents Museum. De prothese die Kahlo na haar amputatie liet maken is stemmig uitgelicht in het hart van de blockbustertentoonstelling ‘Viva la Frida!’, met 28 schilderijen van de baanbrekende Mexicaanse kunstenares en een veelvoud aan haar medische hulpstukken, medicijnflesjes en tragische citaten.

Twee dames op leeftijd nemen Het Been met scheve hoofdjes minutenlang in zich op.

Dame één: ‘Ze had veel pijn. Oei, oei, oei.’

Dame twee: ‘Maar ze wist er wel wat van te maken!’

Een commentaar dat de lijn van de tentoonstelling keurig volgt, maar die laat dan ook volstrekt niets aan de verbeelding over. Het Been steekt in een rode laars van zacht leer, geborduurd met gouddraad. Kahlo zou volgens het bordje ernaast na ‘eeuwen van martelingen’ dansen, ‘zwaar onder invloed van de pijnstillers’. Dansen ‘mét haar prothese’.

Ja-haa. ‘Viva la Frida!’ hamert op ‘levenskunst’ ondanks het levenslangs lijden van de besnorde kunstenaar, beschermvrouwe van de unibrauw en ‘icoon’ van een nieuwe generatie sexyfeministen, die zelf weliswaar hun wenkbrauwen laten epileren in de schoonheidssalon, maar het allemaal wel bad ass vinden, van Frida. Voor wie onder een steen leefde: Kahlo leed aan polio, de gevolgen van een ernstig tramongeluk en miskramen.

Wanneer in de overlevering werd de levenskunst van serieuze schilder Kahlo levenskitsch? De recensent van Trouw wond zich zó op over het ‘misselijkmakende’ gehamer op al dat leed dat het bijna komisch werd. En ofschoon ik zelf ook wel een beetje Kahlo-moe ben (Aaf Brandt Corstius beschreef al hoe die dingen gaan) wilde ik de tentoonstelling na die recensie toch graag zien: zoveel nadruk op lijden móet wel een teken des tijds zijn.

Lijden werd tenslotte de munteenheid van de aandachtseconomie. Wie in de dagelijkse medialawine nog opvalt heeft niet toevallig meestal een verhaal over een nare jeugd, een akelige ziekte of gestorven kinderen. Lijden werd bovendien een wapen tegen identiteitspolitiek. Wie niet voor geprivilegieerde elite wil worden uitgemaakt, doet er verstandig aan aantoonbaar aan iets te lijden: het niet te koop lopen met je lijden is zó vorige eeuw. Wie nu ostentatief lijdt, krijgt juist de eretitel ervaringsdeskundige.

Frida Kahlo past volmaakt in deze tijdgeest. Net als Diana trouwens, de anorectische prinses van Wales. In de film Spencer die nu niet toevallig ook net in de bioscoop draait, hangt zij dan ook weer veelvuldig boven de wc-pot.

De Frida-tentoonstelling heeft hier en daar ook meer weg van Instagram dan van een verzameling schilderijen van een vrouw die in haar tijd en cultuur werkelijk taboedoorbrekend was – in 1932 was het nog niet bepaald bon ton om een schilderij te maken van je miskraam na een mislukte abortus, getiteld ‘Henry Ford Hospital’.

Negentig jaar later probeert men ons wijs te maken dat Kahlo genderfluïditeit omarmde, al bestond die term toen helemaal niet, omdat zij ook met vrouwen vree en gewoon geen tijd of zin had om die snor af te scheren. En moet je om bij haar beste schilderijen te komen eerst twee keer door de souvenirwinkel, een orgie van culturele toeëigening en verbazingwekkende lectuur, zoals het boekje Wat zou Frida doen? Gids om met lef te leven.

Frida heet hier nu in vrolijke Insta-kleuren ‘Free Spirit’ en ‘Selfie-Queen’- dankzij haar gepijnigde zelfportretten, godbetert. Er is ook een selfie-muur waar bezoekers hun hoofd doorheen kunnen steken om met Frida op de foto te gaan (‘Rebel’). Hier tref ik de ernstige zusjes Nika en Lara Mombaerts met hun moeder Grietje van der Molen, zij hebben de hele tentoonstelling dan al zorgvuldig bekeken.

De zusjes Mombaerts poseren in de Frida Kahlo-selfiemuur. Beeld -
De zusjes Mombaerts poseren in de Frida Kahlo-selfiemuur.Beeld -

Ik vraag of ze ook niet wat ongemakkelijk werden bij alle orthopedische korsetten van de kunstenares. Maar Nika (20) is van een andere generatie en zegt bedachtzaam: ‘Volgens mij gaat het er niet om wat jij daarvan vindt, maar wat het voor een persoon betekent om iets pijnlijks te delen.’

Wat scherp gezien, ja, dat is exact wat er veranderde: sharing werd caring. In de toekomst hoeven we misschien ook wel niets meer te kunnen: zolang we maar lijden.

Meer over