Lezersbrieven

Lezersbrieven: 'Laten we dit in ons zo rijke land gebeuren?'

Waarom wordt de druk van allerlei regels, bijvoorbeeld in het onderwijs, alleen maar groter? Lezers zetten zich af tegen de 'papieren werkelijkheid' van de bureaucraten. En wat kunnen gewone burgers doen? Een selectie uit de scherpste lezersbrieven over  onderwijs, natuur en vluchtelingen.

Leerling zoekt in haar rugzakje. Beeld anp
Leerling zoekt in haar rugzakje.Beeld anp

Spuugzat

Mensen die in de zorg en het onderwijs werken, zijn de regeldruk en bureaucratisering al jaren spuugzat, maar er verandert niets (zie Frank Kalshoven). Merkwaardig genoeg wordt het persoonlijk belang van de bureaucraten buiten beschouwing gelaten. Veel te veel mensen hebben financieel belang bij die bureaucratisering. Ik beperk me tot het basis- en voortgezet onderwijs, omdat ik daar verstand van heb.

Het is simpel: school is bedoeld om kinderen iets te leren wat ze nog niet wisten of nog niet konden. Daarvoor heb je professionele onderwijsgevenden nodig die de ruimte krijgen om hun werk te doen. Door de jaren heen is er rond het onderwijs een enorme korst van mensen ontstaan, die niet zelf voor de klas staan, maar zich wel overal mee bemoeien.

Al die onderwijskundigen, adviseurs, inspecteurs, managers en weet ik wat nog meer, hebben als voornaamste belang hun baan niet te verliezen. Dat betekent dat ze voortdurend van alles verzinnen om zichzelf niet overbodig te maken. Er zou al veel gewonnen zijn als die stuurlui aan de wal zelf voor de klas gingen. Dan kunnen ze in praktijk brengen wat ze nu anderen proberen wijs te maken.

Mensen in het onderwijs zijn een groot deel van de week bezig met zinloze verplichtingen die het gevolg zijn van de lumpsum financiering.( waarbij besturen en scholen het geld deels naar eigen inzicht kunnen besteden.) " Die lumpsum gaat gepaard met een verantwoording die een enorme bureaucratie genereert. Een bureaucratie die al te vaak een papieren werkelijkheid creëert en daarmee inhoudelijk geen enkele functie heeft.
Er worden als gevolg van de lumpsum financiering enorme kapitalen over de balk gegooid. Werkdruk in het onderwijs heeft nauwelijks te maken met het onderwijs zelf, maar wel met de vele nutteloze werkzaamheden zoals uitgebreide dossiervorming van leerlingen waar niets mee aan de hand is, om maar te zwijgen van het vergader- toets- en testcircus.
Ik mag hopen dat onze nieuwe CU en D66 ministers de bezem er door halen.
Pier Bergsma is oud-directeur van een basisschool.

undefined

Complexer is beter?

Frank Kalshoven vraagt zich af waarom het niet lukt de regeldrang te beteugelen. Het probleem is niet dat we de economie er achter onvoldoende doorzien maar is fundamenteler. Het is namelijk een misvatting te denken dat de regels worden opgesteld door de wetgevende macht. Misschien zijn er zelfs politici die dit denken.

Feitelijk hebben ze daar de interesse, tijd en informatiepositie niet voor, zeker niet wat de lagere regelgeving betreft en juist hier is de regeldruk het hoogst. In de praktijk worden regels opgesteld door beleidsambtenaren en wetgevingsjuristen. Deze laten zich op hun beurt weer informeren door kennisinstituten en uitvoerde diensten. Helaas hebben deze vaak een eenzijdig perspectief.

De kennisinstituten zijn gefocust op details en de uitvoerende diensten zien alleen de uitwassen waartegen ze moeten optreden. Vanuit hun perspectief is betere regelgeving daarom: meer, gedetailleerder en complexer. Dit perspectief wordt begrijpelijkerwijs overgenomen door de beleidsambtenaren die natuurlijk ook alles beter willen regelen. Signalen uit het veld dat de regeldruk te hoog wordt vinden bij hun geen gehoor. Dat vinden ze maar abstract terwijl ze voor elke specifieke regel een goede reden kunnen bedenken. In de afweging tussen 'beter' en 'minder regeldruk' kiest men dus altijd voor beter. Door dit onevenwichtige systeem, waarin geen tegenmacht is, neemt regeldruk alleen maar toe.
Paul van Fessem, Rotterdam

undefined

Help mee de natuur

Natuursterfte is het schandalig. Wanneer zijn de rapen nu echt een keer gaar? We kunnen toch niet steeds maar afwachten en toekijken hoe onze omgeving schijnbaar ongehinderd zo vergiftigd wordt dat er een enorme sterfte optreed van insecten en vogels; een ecologische kaalslag van het landschap. Vlinders, bijen, bloemen, vogels; de achteruitgang daarvan zie ik gewoon om me heen gebeuren. Laten we het in ons o zo rijke land gebeuren?

Sterker, lopen we in dit 'fantastische' land niet juist voorop in het verwoesten van natuurlijke waarden. Mean Species Abundance is de maat voor natuurlijkheid van een land of regio. Nederland scoort in 2000 een schamele 15 procent waar dat in Europa nog ruim 30 procent is. Ter vergelijk: in 1900 was dat in Nederland ongeveer 40 procent (bron: Compendium voor de Leefomgeving)

Nieuwe gegevens inzake insectenpopulaties wijzen op een nog verdere dramatische achteruitgang sindsdien. Hetzelfde geldt voor vogels en planten. Daarop inzoomend zie je dat een beleid voor behoud van natuurgebieden gewoon niet voldoende is. Ook de landbouw zal op z`n minst moeten zorgen voor voldoende veilige plekken voor de insecten en vogels. En dan nog is het de vraag of dat voldoende waarborg biedt voor overleving.

Zeer waarschijnlijk moeten ook diverse toepassingen van chemische middelen eraan geloven. Maar wat zijn de reacties: Nederland stemt vóór een nieuwe toelating voor 10 jaar van glyfosaat, we liggen dwars in het verbieden van neonicotinoïden, we willen meer onderzoek, enzovoorts. Wat kan ik doen als gewone burger vragen velen zich af. Welnu laten we er maar van uitgaan dat een politieke doorbraak op dit front met dit kabinet Rutte III niet hoog ingeschat kan worden. Wetenschappers en natuurorganisaties gaan met de boeren en andere partijen uit de agrarische sector praten over de toekomst van de landbouw in Nederland. Het lijkt me niet voor niets dat zijn 'Deltaplan Biodiversiteitsherstel' het met opzet zonder politieke inmenging wil proberen.

Hoe lovenswaardig dit initiatief ook van ecoloog H. Olff is, duidelijk zal worden hoe verslaafd en afhankelijk de gangbare landbouw is geworden aan de inzet van gif. Hopelijk wordt ook helder dat een natuurvriendelijke vorm van landbouw een prijskaartje heeft. Daarom rest ons als individuele burger weinig anders dan onze macht als consument aan te wenden.

Met de portemonnee kiezen we voor een gezonde landbouw. Door producten te kopen uit natuurinclusieve landbouw of de biologische landbouw kunnen we het land gezond eten; met bloeiende akkerranden, met herstel van insecten- en vogelpopulaties. Door ons inkoop- en eetgedrag creëren we vanzelf meer natuurvriendelijke landbouw. Maar: we zijn ook medeverantwoordelijk als dat niet gebeurt. Leg dat maar eens uit aan uw kinderen. Aan u de keus.
Digni van den Dries, natuurliefhebber en biologisch landbouwer

Prima idee

Van de essay Nergensland van Femke Halsema werd ik heel blij. Wat een goed idée! Waarom is zoiets voor-de-hand-liggends niet allang in gang gezet? Een kamp is een economie waar mensen leven en werken. Zorg voor materialen zodat ze hun leefomgeving kunnen verbeteren en creëer werkgelegenheid. Zorg voor een afzetgebied voor de producten. Maar allereerst moet scholing aangepakt worden. Via internet kun je alle kennis bereiken die je zoekt. Dat moet gecoördineerd worden.

Zoek mensen in die kampen die dat kunnen. Of zoek de hulp van studenten die een stageplaats of werkervaring zoeken. Denk eens aan al die werkeloze jongeren uit Griekenland of Spanje. Er is leermateriaal voor alle niveaus. In Zweden is een computerspel ontwikkeld waarmee kinderen al spelenderwijs een taal leren. Beloon ouders met geld als ze hun kinderen naar school sturen in plaats van geld geven aan corrupte regeringen. Ontwikkeling is cruciaal. Zonder kennis en opleiding geen toekomst!! En dan staat de volgende generatie klaar om hun heil in het rijke Europa te zoeken. Onderwijl verpauperen de landen in Afrika
Amanda van den Oever, Deil

Dappere poging
Femke Halsema doet met Nergensland een dappere poging debat en actie te stimuleren om de vaak uitzichtloze situatie van vluchtelingen in opvangkampen in de regio van hun land van herkomst te verbeteren. Een goed initiatief om de aandacht in Nederland nog eens te vestigen op het lot van de overgrote meerderheid van vluchtelingen, die het aan middelen ontbreekt om verder te reizen dan een buurland voor het redden van het vege lijf.

Nu internationaal asiel- en migratiebeleid steeds meer op opvang in de regio is gericht, is het nog dringender nodig om deze mensen niet alleen basis voorzieningen te bieden, maar ook mogelijkheden van bestaan. Gelukkig is hier al decennialang ervaring mee: sinds de vroege jaren 1990 zijn er in Oost-Afrika grote vluchtelingenkampen waarin honderdduizenden inwoners van Rwanda, Burundi, Democratische Republiek Congo, Zuid Soedan, Somalië en anderen een goed heenkomen hebben gezocht. De belangrijkste factor die het bestaan van de kampbewoners bepaalt, is de benadering van de regering van het ontvangende land. Er was al in de jaren negentig een scherp contrast tussen kampen voor Rwandezen en Burundezen in West -anzania, waar de bewoners een eigen plot toebedeeld kregen waarop voedsel verbouwd kon worden, en de grote kampen Kakuma en Dadaab in het onvruchtbare noorden van Kenia, waar vluchtelingen uit Somalië en Zuid-Soedan van voedseluitdelingen leefden.

Anderzijds werd het vluchtelingen in Kenia niet heel moeilijk gemaakt om een zij het marginaal bestaan op te bouwen in stedelijk gebied. Het Tanzaniaanse model is ook usance in Oeganda tot de dag van vandaag, hoewel generositeit in het gedrang komt wanneer de aantallen vluchtelingen schier eindeloos lijken te worden en de lokale bevolking langdurig begint te lijden onder de druk die de nieuwkomers op schaarse middelen leggen. Met mij hebben veel buitenlandse en Keniaanse hulpverleners zo de schoolkosten van vluchtelingenjongeren gedragen. Inmiddels staat de overheid toe dat hulporganisaties als Windle International middelbare school opleiding bieden in de kampen door getrainde Keniaanse en vluchtelingenleraren, met dien verstande dat ook de omliggende lokale scholen meeprofiteren.

En er worden allerlei innovatieve projecten uitgevoerd om volwassenen te ondersteunen in economische activiteiten, binnen de grenzen van wat toegestaan is in het gastland. Er zijn en worden dus vorderingen gemaakt, maar nationaal overheidsbeleid en gebrek aan financiering bemoeilijken de situatie. Nergenslanden vormen een met recht geweldig complexe uitdaging op wereldschaal, die echter de aandacht niet af moeten leiden van de oorzaken van hun ontstaan.
Linda Janmaat, Emmeloord

Meer over