Opinie

Lezersbrieven: Aanslag op Peter R. de Vries is geen aanslag op de rechtsstaat

Met bedreiging van het vrije woord heeft de moordaanslag op Peter R. De Vries weinig van doen, al horen we alom het tegendeel, tot in de woorden van de Koning en de premier aan toe, schrijft Jaap Hamburger.

Bloemen op de plaats delict waar Peter R de Vries is neergeschoten.  Beeld Joris van Gennip
Bloemen op de plaats delict waar Peter R de Vries is neergeschoten.Beeld Joris van Gennip

Het onderscheidende kenmerk van de rechtsstaat is dat overheidsoptreden op enigerlei wijze terug te voeren is op democratisch tot stand gebrachte wet- en regelgeving. Anders gezegd: de rechtsstaat moet willekeur van overheidswege tegengaan.

Wilders’ recente provocerende uitspraak dat hij niet van plan is zich ook maar enig moment iets gelegen te laten liggen aan de bevestiging door de Hoge Raad van het hem eerder veroordelend vonnis, lijkt mij ondermijnender voor die rechtsstaat dan de schokkende moordaanslag op Peter R. de Vries.

Wilders daagt de hoogste rechter uit. Wat voor precedent schept deze politicus en nota bene mede-wetgever met deze uiting van minachting voor het gezag van de rechterlijke macht, een essentieel onderdeel van de rechtsstatelijke ordening?

Hij bracht zijn woorden als was hij het laatste bastion van het vrije woord: in feite schoffeerde hij de Hoge Raad en het stelsel waar hij zelf deel van uitmaakt. Het is geruststellend dat deze voorganger van de nationale taalverruwing grenzen krijgt opgelegd.

Moordaanslag

Met bedreiging van het vrije woord in de klassieke zin daarentegen heeft de moordaanslag op de journalist De Vries weinig van doen, al horen we alom het tegendeel, tot in de woorden van de koning en de premier aan toe. De wettelijke vrijheid van meningsuiting ziet op de vrijwaring van voorafgaande censuur door de staat. Ook daarom was de stoerdoenerige stampij van Wilders zo misplaatst: hij moest zich slechts achteraf verantwoorden, zoals iedereen.

Als de aanslag op De Vries iets ondermijnt, dan eerder de rechtsorde dan de rechtsstaat. De reactie op deze aanslag kan potentieel zelfs leiden tot een versterking van de rechtsstaat, omdat de overheid zich wellicht geroepen voelt bestrijding van de ‘georganiseerde misdaad’, te funderen in nieuwe wet- en regelgeving, zoals het hoort.

Jaap Hamburger, Broek in Waterland

Uit het hart

CommunicatieadviseurHarrie van Rooij pleit voor meer authentieke uitwisseling tussen overheid en burger. Elders in de krant verhaalt Renald Majoor over vriend Peter R. de Vries. Majoor werd als jonge voetballer misbruikt en vroeg hulp bij De Vries bij het wereldkundig maken van zijn verhaal. Dit resulteerde in aanwezigheid bij een talkshow. Renald was nerveus, had opgeschreven wat hij wilde zeggen. De Vries zei: ‘Leg dat weg. Spreek vanuit je hart, dan komt het goed.’ Ik sluit me bij Rooij en De Vries aan: laten we gewoon gaan vertellen hoe het zit, vanuit het hoofd én het hart. Dan komt het goed.

Manon Wigny, Apeldoorn

Medeplichtig

Van die zeventien miljoen mensen die nu meeleven met Peter R. de Vries hebben velen boter op hun hoofd. Wie niet vies is van een lijntje coke of een xtc-pilletje, draagt zelf rechtstreeks bij aan de drugsmaffia en is daarmee in mijn ogen medeplichtig aan de criminele ondermijning van onze maatschappij. Niks geen ‘onschuldige’ pilletjes om lekker los te gaan op een festival.

Anne Zaal, Wageningen

Arbitrair

Regels zijn er om de willekeur aan banden te leggen, maar falen in de praktijk schromelijk. Pregnant voorbeeld was de reactie op de beslissing van ‘onze arbiter’ Danny Makkelie, die in de halve finale van het EK de Engelsen een strafschop toekende vanwege een vermeende overtreding (Sport, 8 juli).

De ‘Nederlandse’ VAR greep niet in na bestudering van de beelden, terwijl de overtreding, als die er al was, zeer licht was. De beslissing van Makkelie was dus arbitrair. Een internationale VAR zou wellicht kunnen helpen irrelevante emotionele en onbewuste motieven te minimaliseren.

Frank Jonkman, Mook

Vaccinatievrees

Als flauwval-vrezer bij een prik verzon ik mezelf tot antivaxer; genoeg argumenten tegen het vaccineren te vinden op internet. Tot de samenleving (‘Jij aso!’; QR-code; vakantiereis) plús de actualiteit (deltavariant, bijna vierduizend besmettingen op 7 juli 2021, vrijheden pakkende jongeren) mij de andere kant op dreven.

Pfizer I heb ik inmiddels te pakken. En wat een perfecte organisatie in het vaccinatiecentrum, wat een meevoelende GGD’ers, protocollen gericht op het wegnemen van angsten: empathische begeleiding, liggend je prik krijgen, erna liefdevolle opvang. Dus mede-fobici: gewoon gaan halen, die vaccinatie. De beloning is een tevreden gevoel plus veiligheid voor de samenleving, je omgeving én jezelf.

Jos van der Meer, Doorn

Kwalitatief

Hoe goed is kwalitatief?, is de vraag in een artikel (V, 8 juli). Minder goed dan kwantitatief, leren studenten. ‘Kwalitatief onderzoek’ berust op interpretatie van door middel van interviews en observatie verzamelde gegevens. Dat heeft de geur van subjectiviteit en willekeurigheid die kwantitatief onderzoek vermijdt door statistische verwerking van in experimenten gegenereerde cijfers.

Dat ook het werk van ‘kwantitatieve’ onderzoekers vol aannames en interpretaties zit, blijft doorgaans buiten beeld. Bij nader inzien is het onderscheid tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek discutabel, en dus niet goed.

Ruud Abma, Nijmegen

Meer over