Opinie

Legaliseer de nierhandel

Legalisering van de binnenlandse nierhandel verkort de wachttijd voor nierpatiënten, reduceert de collectieve zorgkosten en geeft donoren een goede prijs voor hun nier.

Verpleegkundige wisselt een filter op een nierdialyse-apparaat. Beeld HH
Verpleegkundige wisselt een filter op een nierdialyse-apparaat.Beeld HH

Aanstaande maandag begint de zesde donorweek. Wederom gaan BN'ers en andere betrokken burgers proberen zoveel mogelijk mensen over te halen zich te registreren als orgaandonor. Hoewel er elk jaar veel nieuwe donoren worden geworven tijdens deze actie, blijft de wachtlijst voor donororganen veel te lang. Neem nierpatiënten, met zestig procent het best vertegenwoordigd op de wachtlijst: zij moeten gemiddeld drie tot vier jaar wachten op een orgaan.

Het aantal nieuwe donoren dat zo'n donorweek oplevert is weliswaar vrij groot, maar sinds 2010 (het jaar van de eerste donorweek) is het totaal aantal Nederlanders dat geregistreerd staat als orgaandonor met slechts
5,2 procent gegroeid. Daar komt bij dat we steeds gezonder leven en minder omkomen bij verkeersongelukken, waardoor die groei de facto te verwaarlozen is.

De afgelopen jaren is diverse malen geopperd om ons opt-in-systeem te vervangen door een opt-out-systeem, waarbij iedereen in principe staat geregistreerd als orgaandonor tenzij men expliciet anders aangeeft. België hanteert dit systeem, maar hoewel dat een hoop donoren opgelevert, blijft ook daar de wachttijd voor een orgaan erg lang.

Naast de reguliere orgaandonatie, waarbij je pas na je overlijden een of meerdere organen afstaat, is het ook mogelijk om bij leven (anoniem) een nier te doneren. Via een strenge procedure kunnen mensen op die manier bijdragen aan het wegwerken van de wachtlijst. Bovendien is de kans op een succesvolle transplantatie een stuk groter wanneer de nier geschonken wordt als de donor nog leeft én gaat de nier gemiddeld twee keer zo lang mee.

undefined

Zelfbeschikkingsrecht

Het aantal mensen dat bij leven een nier doneert, is helaas vooralsnog te beperkt om alle nierpatiënten te voorzien van een nieuw donororgaan. Niet zo gek ook als je bedenkt dat de vergoeding die er op dit moment tegenover staat niet veel meer dan alleen de onkosten dekt. Dat terwijl een nierdonatie bij leven de samenleving veel geld bespaart.

Een dialyse kost per nierpatiënt jaarlijks 55 tot 80 duizend euro. Een niertransplantatie kost eenmalig 80 duizend euro en elk jaar erna achtduizend euro aan nazorg en medicijnen. De Nederlandse Transplantatiestichting heeft berekend dat een transplantatie na 15 jaar 661 duizend euro bespaart ten opzichte van een dialysebehandeling; na 25 jaar (want een nier van een levende donor gaat langer mee) is dit verschil zelfs meer dan 1,1 miljoen euro. Zelfs als een donor een half miljoen krijgt voor zijn of haar nier, wordt er nog steeds een enorm bedrag bespaard dat anders naar dialyse was gegaan.

Verzekeraars blij, samenleving blij, nierpatiënt blij en ook de donor kan tevreden zijn. Het afstaan van een nier is weliswaar een grote ingreep, maar gaat inmiddels gepaard met een zeer beperkt risico, mede door de strenge psychische en fysieke controle die eraan vooraf gaat. Daarnaast zouden we met de binnenlandse legalisering van nierhandel de import van nieren uit derdewereldlanden, juist wél een gevaarlijke exercitie die gepaard gaat met veel criminaliteit, ogenblikkelijk overbodig maken. Bovendien behoort zowel het weggeven als verkopen van een orgaan tot het zelfbeschikkingsrecht: als ik mijn nier (in ruil voor geld) wil afstaan, dan is dat toch mijn eigen keuze?

Het wordt tijd om de legalisering van binnenlandse nierhandel serieus in overweging te nemen. Het zou de wachttijd voor nierpatiënten, die ondanks de groei van het aantal geregistreerde orgaandonoren veel te hoog blijft, danig verkorten. Ook worden de collectieve zorgkosten met honderdduizenden euros gereduceerd én kunnen donoren een eerlijke en substantiële vergoeding krijgen voor hun nier. De legalisering van nierhandel kent simpelweg geen verliezers; iedere betrokken partij gaat erop vooruit. Dus, waar wachten we nog op?

Elene Walgenbach, voorzitter Jonge Democraten.

Meer over