COLUMNErdal Balci

Lang geleden verscheen in Urk eens geen vissersboot aan de einder, maar een Turk. Mijn neef, Erdinc Balci

null Beeld

Lang geleden verscheen in Urk voor de verandering eens geen vissersboot aan de einder, maar een Turk. Een twintiger in de kracht van zijn leven, een intelligente gozer, een autodidact uit een armenwijk van Istanbul die wist van het werk van de grote filosofen. Een vreemdeling, behendig met het mes in de fabriek. Een visfileerder, een cadeau voor dit land, met zijn hele persoon de aankondiging van meer geluk voor Urk. Balci de achternaam, neef van de schrijver van dit stuk.

Nu ze in Urk, midden in een pandemie, de testlocatie in brand hebben gestoken, moet ik aan neef Erdinc denken. Hij kwam in de jaren negentig naar Nederland, om erachter te komen dat hier racisten op straat op allochtonen joegen. De best geïntegreerde allochtonen, die zoveel mogelijk deelnamen aan het Nederlandse leven, werden destijds slachtoffer van die verschrikkelijke agressie. Zij waren namelijk makkelijker te vinden omdat ze, in plaats van bij soortgenoten te kruipen, naar bar, café, muziektent, restaurant en binnenstad gingen.

Neef Erdinc woonde bij mijn broer in ­Lelystad, waar allochtonen in die jaren een ware slag leverden tegen racisten. Een keer boog mijn broer in de nachtelijke uren na een cafébezoek naar de band van zijn auto die zacht was geworden en vloog een wijnfles rakelings langs zijn hoofd om op zijn autodeur uiteen te spatten.

De racisten moeten instinctief hebben aangevoeld dat niet de nieuwkomers die net zo traditioneel waren als zijzelf een dreiging vormden, maar nieuwkomers als mijn broer: met vrienden onder Nederlanders, zijn vrienden die onder de Nederlanders biljartten en bier dronken en neef Erdinc die over Voltaire vertelde en in die fabriek in Urk met een Urker meisje flirtte.

In die jaren runde mijn broer ergens in het uiterste noorden van het land een eettent. Hij werd daar binnen de kortste keren zo ernstig bedreigd dat we op een zaterdagavond met een man of tien in zijn zaak gingen zitten om iedereen te laten zien dat hij niet alleen was. Erdinc was er ook bij. Terwijl we met een schuine blik de straat in de gaten hielden, vertelde hij over dat meisje in Urk: ‘Het is uitgesloten dat wij iets krijgen. Ze zegt dat het in Urk vragen is om moeilijkheden.’

Het bleef rustig die nacht in de zaak van mijn broer. Ik weet nog dat we die nacht naar een disco gingen. Alle mannen gingen daar op de foto met de stripteasemeisjes. Behalve Erdinc. Toen wist ik zeker dat hij verliefd was op het Urker meisje.

Op een gegeven moment werd het hem allemaal te veel. Erdinc ging voorgoed terug naar Istanbul. Urk had zich dus weten te beschermen tegen de invloed van een vreemdeling die zich in een armenwijk in Istanbul had weten te ontwikkelen tot een betere ­Europeaan dan welke Urker ook.

In het hele land ging het niet veel anders dan in Urk. Anti-modernisten, wetenschapssceptici, democratiehaters kregen vanaf de jaren tachtig vrij baan. De strijd tegen onderontwikkeldheid werd tot taboe verklaard, verbinding met de aanhangers van de meest archaïsche denkbeelden werd het adagium. Het ideaal om de grote massa’s deel te laten worden van de zwaarbevochten Europese moderniteit, werd opgeofferd om de lieve vrede te bewaren.

Nu is het lichaam ziek. Het eerste ernstige symptoom van de ziekte was dat 70 procent van de Turkse Nederlanders op autocraat ­Erdogan stemden. Daar kon het natuurlijk niet bij blijven. Als de denkbeelden van het premodernisme eenmaal beginnen rond te gaan, dan kun je er vergif op innemen dat het zich niet tot bepaalde groepen beperkt. De democratiehaters, de wetenschapssceptici, de journalistenmeppers gaan nu de straten op. De teststraat in Urk in brand, ziekenhuisramen in Enschede naar beneden, auto’s in Eindhoven vernield.

Dit is pas het begin. Want een gemakzuchtige, onverschillige generatie heeft een land gecreëerd waar Europeanen als Erdinc geen enkele steun kregen om met de rijkdom en de diversiteit van hun ideeën racisme, feodaliteit en onwetendheid te lijf te gaan.

Nederland gaat gebukt onder bestuurlijke, mentale en economische crises. Maar de allerergste is de intellectuele armoede in alle lagen van de samenleving. Het volk kreeg decennialang wat het wilde en keert zich nu in al zijn onderontwikkeldheid tegen de rede en de wetenschap. Niet alleen in Urk is een monster gecreëerd, maar overal in de polder. Het monster was destijds klein, Erdinc heeft hem in de ogen gekeken en is toen vertrokken. Nu staan we er alleen voor.

Erdal Balci is schrijver en journalist.

Meer over