Kort verhaal

Lana Lux schreef een verhaal voor onze slutty summer, over vier dames die de trein missen voor vier heren

De langgedroomde Slutty summer duurde in feite maar even, maar gelukkig hebben we de fictie nog. We vroegen zes auteurs met dit thema aan de haal te gaan. Vandaag: Lana Lux met Acht granaatappelen.

Lana Lux Beeld Anna Boulogne
Lana LuxBeeld Anna Boulogne

Het was de zomer van 1979. Ze waren in Tsjakva, in Georgië. Ze reisden al vijf dagen door de Kaukasus en hadden, die dag niet meegeteld, nog drie dagen te gaan voor ze zouden aankomen in Dnjepropetrovsk, in Oekraïne, waar hun reis begonnen was.

De trein was tegelijkertijd hun hotel. Hij bestond uit zes slaapwagons en twee restauratiewagens. Elke slaapwagon bestond uit negen coupés en twee toiletten. In elke coupé hadden vier mensen een couchette. De trein reed ’s nachts en stond overdag stil op een station, wachtend tot zijn passagiers, nadat ze weer een stadje hadden verkend, vermoeid terugkeerden. Olga was als eerste wakker. Ze ging rechtop zitten en staarde even naar de witte margrieten op de donkerblauwe rok van Tamara’s jurk. Tamara zag er gewoonweg beeldig uit in die jurk.

Beloof me dat je op haar zult passen, had Tamara’s verloofde gezegd toen hij en Olga’s oudere zus de twee jonge vrouwen naar het station brachten. Tamara zou in september met haar verloofde trouwen. Pas op dat je niets kwijtraakt, had Olga’s oudere zus haar in het oor gefluisterd. Ze doelde op haar maagdelijkheid. Ook al waren er toen waarschijnlijk nog maar weinig vrouwen die als maagd trouwden, de meeste mannen verwachtten het wel. Olga was niet van plan iets kwijt te raken en al helemaal niet tijdens deze reis. Ze wilde alleen maar haar vriendin een laatste zomer helemaal voor zichzelf hebben. Ze waren allebei tweeëntwintig zomers oud en kenden elkaar ook precies tweeëntwintig zomers. In het Russisch telde je niet de jaren, je telde alleen de zomers.

Olga geeuwde en stond op. Tamara lag op de bovenste couchette met haar gezicht naar de wand. Olga streelde de zachte bruine krullen van haar vriendin en kriebelde haar vervolgens onder haar kin. Het was verstandig om zo vroeg mogelijk op te staan, want per wagon waren er slechts twee toiletten voor zesendertig mensen. Olga klapte haar couchette op. Onder de onderste stond een kist voor de bagage, daar lagen haar koffers en rechts naast de koffers de toilettassen van haar en Tamara. Ze haalde ze er allebei uit en klapte haar bank weer omlaag. Kom, zei ze tegen haar vriendin. Tamara had een hekel aan vroeg opstaan, maar deed het toch. Er stond nog geen rij voor de toiletten. Tamara mocht als eerste naar binnen. Toen ze een kwartiertje later weer naar buiten kwam, stonden achter Olga zo veel wachtenden dat het gangpad helemaal vol was. Tamara passeerde de mensen, die tegen de ramen leunden om haar erdoor te laten. Ze knikte de meesten toe en verdween in haar coupé.

null Beeld Anna Boulogne
Beeld Anna Boulogne

Alleen Svetlana was in de coupé, een van hun twee buurvrouwen, de andere niet. Tamara en Svetlana waren zich net aan het opmaken toen de deur en daardoor ook de spiegel opzij werd geschoven en Olga samen met Lena, de vierde vrouw uit de coupé, binnenkwam. Het was krap in de coupé, maar de vier jonge vrouwen hadden met elkaar leren opschieten en zelfs vriendschap gesloten. Om zeven uur gingen ze samen naar de restauratiewagen voor het ontbijt. De conductrice snelde van het ene naar het andere tafeltje, waarop ze telkens vier glazen thee neerzette, in fraaie metalen houders met het eeuwige USSR-wapen erop.

Gisteren waren ze nog in Batoemi geweest, een grote en prachtige stad aan de Zwarte Zee. Ze waren er met bussen naartoe gebracht en hadden van een stadsgids heel wat cijfers en feiten te horen gekregen over de stad, waarvan ze de meeste vandaag al weer vergeten waren. Ze hadden wel onthouden dat de stad voortdurend bevochten en bezet was geweest. Eén keer zelfs door de Engelsen. De stad was onbeschrijfelijk mooi. De talrijke huizen uit witte tufsteen, de palmen, cipressen en oleanders, de mooie vrouwen in veel te mooie kleren. Kleren die je in Oekraïne niet kon krijgen. Ze zouden er graag een dag langer zijn gebleven of meteen zijn doorgereisd naar Soechoemi. Volgens de planning moest deze dag echter worden doorgebracht in Tsjavka, een klein en onbetekenend stadje. Maar het had wel een strand.

Toen ze uit de trein stapten, porde Olga Tamara in haar zij en zei: hier staan ze ook al te wachten. Dat sloeg op de jongemannen. Voor dergelijke kerels waren ze al door de conductrices gewaarschuwd, vooral in Azerbeidzjan. Daar moesten de vrouwen altijd in groepjes van minstens drie bij elkaar blijven om zich te beschermen tegen intimidatie en eventuele verkrachting. Tamara draaide haar hoofd naar de mannen, en toen ze de grote bruine met zijn snor zag, rechtte ze haar rug. Hij stond met drie vrienden aan de balustrade die het rangeerspoor omheinde.

null Beeld Anna Boulogne
Beeld Anna Boulogne

Best knappe mannen, zei Svetlana. Ze was 24 en gescheiden. Tamara vond haar grappig en Olga vond haar vulgair. Lena was de jongste, ze was zo stil en pretentieloos dat ze het zich niet permitteerde een mening over Svetlana te hebben. Hou op, straks komen ze nog hierheen, zei Olga, maar te laat, de vier jonge mannen hadden hen allang zien kijken en kwamen naar hen toe. Welkom, zeiden ze, waar komen jullie vandaan, wat hebben jullie al gezien.

Svetlana beantwoordde hun vragen enthousiast, gooide haar blonde nepvlecht over haar schouder, lachte luid. Kom, we gaan, zei Olga en pakte Tamara en Lena bij de arm. Misschien kunnen ze ons iets laten zien, zei Tamara. Ja, zei de grote bruine met de snor, natuurlijk, zei de oudere, die eruitzag alsof hij minstens 30 was, de dunne schuchtere knikte, de kleine stevige nam zijn zonnebril af en zei, we hebben auto’s. Boffen wij even, zei Svetlana, geen sprake van, zei Olga. En Tamara zei, misschien kunnen jullie ons laten zien hoe we bij het strand komen. Ik weet hoe je bij het strand komt, zei Olga, je kunt het vanaf hier zien. Maar de kleine stevige zei: de afdaling is hier steil en gevaarlijk, daar is het beter, tweehonderd meter verderop. Prima, zei Svetlana, dat is toch een goede tip, zei Tamara, Lena zei helemaal niets en Olga wist dat het verkeerd was om met vreemde mannen mee te gaan, maar het groepje had zich al in beweging gezet.

De jonge vrouwen gingen op hun handdoeken zitten, de jongemannen op de kiezels. Ze droegen broeken van donkere stof en hemden met korte mouwen. Alleen de grote bruine droeg een hemd met lange mouwen, die hij tot aan zijn ellebogen had opgestroopt. Tamara’s blik hechtte zich aan zijn donkere, gespierde en sterk behaarde onderarmen. Tamara, vroeg hij toen ze zich allemaal voorstelden, Tamara, net als tsarina Tamara? Over tsarina Tamara had een stadsgids hun al verteld. Ze had geregeerd in de 12de eeuw, tijdens de Gouden Eeuw, en was heiligverklaard. Over haar ging het verhaal dat ze niet gestorven zou zijn maar ergens verborgen in een gouden wieg lag te slapen en als het geweeklaag en de gebeden van haar volk haar zouden bereiken wakker zou worden en terugkeren en regeren en alle mensen redden en verlossen.

Ze brachten de ochtend samen door aan het strand in de schaduw van de rotsen. De jonge mannen vertelden over de theeplantage en de theefabriek waar ze werkten. We zullen jullie straks thee komen brengen, zeiden ze, zulke lekkere thee als bij ons hebben jullie nog nooit geproefd. Ik vind vooral Indiase thee lekker, bromde Olga en Tamara gaf haar een por in de zij.

Toen de jonge vrouwen in de trein stapten voor het middageten, hadden ze een afspraak voor die avond. De vier jongemannen, die immers geen onbekenden meer waren, hadden hen uitgenodigd voor sjasliek, die ze nu meteen zouden gaan klaarmaken en marineren, want een echte Georgische sjasliek had tijd nodig. Ze zouden de jonge vrouwen ’s avonds met hun auto’s komen halen en op tijd weer terugbrengen. Georgische mannen zijn toch de beste, zei Svetlana. Ze zijn mooi en rijk en vrijgevig. Ze geven ons alleen iets om dan meer terug te kunnen vragen, zei Olga. Het waren de woorden van haar oudere zus en haar moeder, die haar altijd en vooral voor Kaukasische mannen gewaarschuwd hadden.

Wat hebben jullie je mooi gemaakt, zei een vrouw uit de coupé naast hen, en een man die net een sigaret wilde opsteken knikte bevestigend toen de vier jonge vrouwen uit de trein op het stoffige perron stapten. Zijn jullie er vanavond niet voor het eten, vroeg hij. We hebben een afspraak, zei Svetlana, en Olga voelde haar wangen gloeien van schaamte. Het was allemaal verkeerd, net zo verkeerd als aan de wolf verklappen waar je grootmoeder woont.

We gaan sjasliek eten, zei Lena. Sjasliek, vroeg de vrouw die naast de rokende man in de opening van de wagondeur ging staan. Sjasliek, zei de man grijnzend. Met die daar, vroeg de vrouw en ze wees naar de vier mannen die nu achter het talud naar het zijspoor liepen. Hebben jullie niet van je moeder geleerd dat je niet met vreemde mannen mag meegaan, vroeg de vrouw. Olga kon wel door de grond zakken, Tamara deed alsof ze er niets mee te maken had, Lena verstopte zich achter Svetlana, die op haar beurt plechtig verkondigde dat het geen vreemden waren, het zijn vrienden, alleen kennen we ze nog niet zo lang.

Met deze woorden zette het groepje jonge vrouwen zich in beweging. De man en de vrouw keken de acht jongelieden vanuit de open wagondeur na tot ze achter het talud waren verdwenen. Daarna gingen ze naar de restauratiewagen en aten boekweit met gehaktballetjes en zure augurken.

Intussen stapten de jongelui uit de twee auto’s. De rit had slechts tien minuten geduurd. Het huis was van de oudere, die bij Svetlana het meest in de smaak viel. Ze had tijdens de rit voorin naast hem gezeten, zijn eau de cologne opgesnoven en geprobeerd zich de vorm van zijn dij onder de stoffen broek voor te stellen. Tijdens die tien minuten had ze maar meteen twee keer vermeld dat ze gescheiden was. Op de achterbank zaten Lena en de dunne schuchtere, die de broer van de oudere bleek te zijn, en ze waren zo stil dat je ze zomaar zou vergeten.

In de tweede auto zat de kleine stevige achter het stuur en toen hij Olga uitnodigde naast hem te komen zitten, zei ze: ik zit achterin met mijn vriendin. Tijdens de rit liet Olga twee keer als bij toeval Tamara’s verloofde vallen, wat voor de grote bruine aanleiding was om over tsarina Tamara te vertellen, die in haar eerste huwelijk zeer ongelukkig was geweest. Hij keek achterom naar Tamara, draaide zijn snor tussen zijn vingers en zei, niet elke man is een tsarina waard. Tamara zag er zoals altijd ondoorgrondelijk uit.

De tuin was kleiner dan de jonge vrouwen hadden verwacht. Op de veranda van het bescheiden huisje stond een gedekte tafel met zes stoelen en twee krukjes. De barbecue stond klaar en werd meteen aangestoken. De wijn werd ontkurkt en ingeschonken. De kleine stevige en de grote bruine brachten om beurten een toost uit, die na ieder glas uitbundiger en onsamenhangender werd. Van ver achterin de tuin was Svetlana’s schelle lach te horen. Zij en de oudere waren daar gebleven nadat de oudere haar zijn pompoenen wilde laten zien.

Lena en de dunne schuchtere aaiden de kat, de grote bruine zei tegen Tamara dat ze erg mooi was, de kleine stevige was erin geslaagd Olga aan het lachen te maken. Niemand bekommerde zich om de allang verbrande sjasliek, iedereen had zich tegoed gedaan aan de bijgerechten, toen Lena plotseling opsprong en schreeuwde: zo meteen vertrekt de trein!

We hebben auto’s, zei de kleine stevige. Ik beloof je met de hand op het hart dat we hem halen, zei de grote bruine met de snor. Ze stapten in de auto’s en gaven flink gas. Het was niet ver. Ze zagen het perron en de trein al. Olga, die voorin zat bij de kleine stevige, haalde opgelucht adem. Het was allemaal goed afgelopen. Maar toen ging vóór hen de slagboom naar beneden. Olga keek op haar horloge, ze hadden nog twee minuten voor de trein zou vertrekken. Tamara, rennen, beval Olga, opende het portier, zette het op een lopen, onder de slagboom door, toen de trein in beweging kwam. Iemand uit hun wagon had de jonge vrouwen opgemerkt en er kwamen steeds meer mensen bij de naar beneden geduwde treinramen. Ze riepen en gesticuleerden terwijl de jonge vrouwen achter de steeds sneller rijdende trein aan renden.

Zo erg is het niet, mijn kleine tsarina, zei de grote bruine terwijl hij Tamara’s enkel onderzocht. Die had ze tijdens het rennen op haar sleehakken licht verstuikt. We hebben auto’s, we brengen jullie naar Soechoemi, zei de kleine stevige. We zijn de thee vergeten, zei de dunne schuchtere. We rijden eerst even naar de theefabriek en dan naar Soechoemi, zei de oudere.

Svetlana was tot elk avontuur bereid, Tamara liet zich door de grote bruine dragen, Lena ging achterin bij de schuchtere zitten, Olga wilde protesteren, maar de kleine stevige hield het portier voor haar open en zei dat het allemaal goed zou komen. Enkele minuten later kwamen ze bij de theefabriek. Ze reden langs dezelfde stoffige straat en sloegen linksaf in plaats van rechts.

Aangekomen in de fabriek besloten ze eensgezind dat ze te dronken waren, dat het te donker was, dat het beter was om morgenvroeg te gaan rijden. De grote bruine droeg Tamara naar een kantoorruimte waar een koelkast stond met iets kouds voor haar enkel, de oudere wilde Svetlana de bovenste verdieping laten zien, ook Lena was met de dunne schuchtere plotseling verdwenen. Alleen Olga en de kleine stevige waren over. Hij zette thee voor haar, die ze niet lekker vond. Het kantoor waarin ze zaten was schamel ingericht. Ze zaten op een lage, oude, zachte bank. Hoe kon dat toch allemaal gebeuren, herhaalde Olga. Het komt allemaal goed, herhaalde de kleine stevige. Toen ontmoetten hun vermoeide glazige ogen elkaar in een diepe lange blik. Zijn lippen waren vlakbij en verleidelijk, hun beider adem rook naar rode wijn. Toen zijn lippen de hare naderden, sprong ze op van de bank. Nee, zei ze. Nee, nee, nee, ik ga niet met jou naar bed! Nee, zei hij, niet meer dan een kus. Dat zou mooi zijn, dacht Olga bij zichzelf, in die kus zou ik wel zin hebben, maar hij was een Georgiër en als ze nu zou toelaten dat hij haar kuste, zou hij haar gegarandeerd verkrachten. Jammer, zei de kleine stevige. Jammer, dat heb ik dan verkeerd begrepen. Waar is de rest eigenlijk, vroeg Olga streng. Waar is Tamara? Ze verliet het kantoor, deed het licht in de gang aan en opende de ene na de andere deur. De laatste ging niet open, ze legde haar oor tegen de deur en hoorde zacht fluisteren.

Tamara, vroeg ze. Is alles goed, Tamara? Ja, alles goed. Probeer wat te slapen, zei Tamara. Olga keerde terug naar de kleine stevige. Ze zakte weg in de bank, haar vermoeide hoofd zocht en vond steun op de schouder van de jongeman.

Bij zonsopgang reden acht jonge mensen met twee auto’s van Tsjavka naar Soechoemi. Ze parkeerden voor een café op de promenade. Ze schoven twee tafels tegen elkaar. De jonge vrouwen gingen zitten, de jonge mannen bestelden thee en chatsjapoeri. Ze keken naar de zee, aten het met ei en kaas gevulde brood en dronken thee. Er werd niet veel gezegd. Vervolgens reden ze naar het station, waar de jonge vrouwen onder applaus in de trein stapten. Nou, spannend nachtje gehad, vroeg iemand, dat hadden wij allen niet van jullie verwacht, zei een ander. Svetlana grijnsde, Lena keek beschaamd naar de grond, Olga was woest en Tamara glimlachte afwezig voor zich uit.

Twee maanden later in september, op de avond voor Tamara’s bruiloft, arriveerde er een pakje uit Georgië. Op het etiket met het adres stond Tamara’s voornaam en Olga’s achternaam. Je moet meteen komen, zei Olga aan de telefoon en Tamara, die in hetzelfde flatgebouw woonde, was een paar minuten later bij haar. Onder de strenge en nieuwsgierige ogen van Olga’s moeder en zus maakte Tamara het pakje open. Bovenaan lag een kaartje waarop stond: ik zal op je wachten tsarina Tamara. Onder papiersnippers lagen acht granaatappels. Ze waren bedorven.

De Duitse schrijver Lana Lux debuteerde in 2017 met de roman Kukolka. Deze maand verscheen ook haar tweede boek in vertaling: Mijn moeder heeft altijd gelijk.

Meer over