OpinieParlementair onderzoek

Laat Tweede Kamer zichzelf eens een dwangsom opleggen

Meer ondersteunende capaciteit voor het parlement is maar een gedeeltelijke oplossing van problemen als de toeslagenaffaire. Institutioneel geheugenverlies en politieke profilering blijven immers. 

Staatssecretaris Ankie Broekers van Justitie en Veiligheid. Beeld null
Staatssecretaris Ankie Broekers van Justitie en Veiligheid.

Er is commotie in de Tweede Kamer over de tientallen miljoenen euro’s die moeten worden uitgegeven in het kader van de Vreemdelingenwet. De overheid moet dat geld op basis van de Wet dwangsom uitkeren aan asielzoekers die te lang moeten wachten op een beoordeling van hun aanvraag.

De ophef hierover staat niet op zichzelf, maar vormt onderdeel van een breder patroon. Het is goed in herinnering te brengen dat de introductie van de Wet dwangsom in 2006 een initiatief was van de toenmalige Kamerleden Aleid Wolfsen (PvdA) en Ruud Luchtenveld (VVD). Deze wet is met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer, en als hamerstuk in de Eerste Kamer.

Een dwangsom bij te traag reageren door de overheid geldt voor alle wetten, dus ook voor de Vreemdelingenwet. Later is alleen een uitzondering gemaakt voor de Wet openbaarheid van bestuur, vanwege de mogelijkheid van misbruik, door de overheid te overladen met procedures. Dit gevaar van zelfverrijking, door gebruik te maken van gaten in de wet, lag ­altijd al op de loer.

Profilering

Ook bij het toeslagenstelsel, waar nu eveneens ophef over is, heeft de Kamer een sterk stimulerende rol gespeeld. Net zoals bij het versterken van het toezicht na de Bulgarenfraude – wat weer heeft geleid tot de hardvochtige aanpak van een grote groep ouders. De zogeheten ‘institutionele vooringenomenheid’ van uitvoerende instanties is, zoals Donner stelt in zijn interimrapport over de Belastingdienst, politiek bepaald. 

De ambtelijke diensten hebben zich in de praktijk, ondanks interne kritiek, hierbij neergelegd. Wellicht omdat die politieke wensen uiteindelijk als uitgangspunt worden genomen. Het patroon is dat de Kamer om snelle acties en plannen vraagt op basis van media­berichten en een hang naar politieke profilering, waarbij de uitvoeringsconsequenties onvoldoende worden doordacht. Deze blinde vlek is niet alleen een probleem voor een adequate dienstverlening aan burgers, maar vormt ook een splijtzwam in het openbaar bestuur.

Dwangsomaffaire

De verontwaardiging van nu over de ‘dwangsomaffaire’ getuigt ofwel van geheugenverlies, ofwel van (partij)politiek en persoonlijk opportunisme. Tevens is het een teken van het inhoudelijk en juridisch tekortschieten van de Kamer in haar wetgevende taak, met name in het geval van initiatiefwetten. Mogelijke uitvoeringsgevolgen worden (on)bewust over het hoofd gezien.

Meer ondersteunende capaciteit voor het parlement is maar een gedeeltelijke oplossing, vanwege het blijvende probleem van institutioneel geheugenverlies en politieke profilering. Als het gaat om uitvoeringsproblemen is meer zelfreflectie een eerste stap. Dáár zou een parlementair onderzoek op gericht moeten zijn. En misschien kan de Kamer zichzelf dan ook een dwangsom opleggen, om niet in herhaling te vallen.

Gerrit Dijkstra en Frits van der Meer zijn verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van Universiteit Leiden. 

Meer over