OpinieAfghanistan

Laat onderzoekers en studenten van onze universiteit niet stikken in Afghanistan

Academici verbonden aan de Erasmus Universiteit zitten nog vast in Kabul en bij de Afghaanse grens. Nederland mag deze voorvechters van de mensenrechten nu niet opeens laten vallen.

Afghaanse vluchtelingen bij de grens met Pakistan. Beeld Reuters
Afghaanse vluchtelingen bij de grens met Pakistan.Beeld Reuters

Minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken) wil zo genereus mogelijk zijn om de ‘morele verplichting jegens allen die Nederland hebben geholpen, hun nek hebben uitgestoken of door hun stellingname acuut gevaar lopen’ te evacueren uit Afghanistan en daarmee de motie-Belhaj naar letter en geest uit te voeren. Dat is goed nieuws, maar tegelijkertijd is er met die evacuaties nog nauwelijks een begin gemaakt.

Net als vele Nederlandse organisaties en personen zijn wij zeer bezorgd over de veiligheid van onze achtergebleven Afghaanse collega’s, verbonden aan onze universiteit, die niet op tijd konden worden geëvacueerd. Wij roepen op tot niet alleen een genereuze maar ook spoedige evacuatie-aanpak en daarbij twee groepen niet te vergeten: zij die zich nu schuilhouden in buurlanden, en Afghanen verbonden aan Nederlandse kennisinstellingen.

Eén groep mensen- en vrouwenrechtenactivisten uit ons netwerk stond meerdere keren op een evacuatielijst. Dat betekent dat meerdere landen inzagen dat deze groep gevaar liep, juist vanwege de banden met deze landen, en het als hun plicht zagen om hen te helpen. Terecht, want al snel na de machtsovername door de Taliban waren er invallen en werden medewerkers met de dood bedreigd. Maar zoals we weten zat tussen het toezeggen van bescherming en het daadwerkelijk in veiligheid brengen een wereld van chaos, geweld en paniek. Twee keer kwamen ze naar het vliegveld en wachtten, met hun kleine kinderen, urenlang tussen duizenden mensen. Overal was de Taliban; ze werden lastiggevallen en geslagen. Ze stonden bij de poort, maar ze kwamen het vliegveld niet in.

Gevaarlijke operatie

Na deze traumatiserende ervaringen namen ze het heft in eigen hand en reisden naar de grens met een buurland. Na een gevaarlijke operatie van drie dagen kwam als door een wonder de hele groep de grens over. Samen met de opluchting kwam het besef: ‘Nu zijn we vluchtelingen. We zijn nog niet veilig,’ - zeker niet aangezien ook hier de Taliban actief is en de groep als etnische minderheid blootstaat aan systematische vervolging.

Nu, een week later en talloze pogingen tot contact met ambassades en internationale hulporganisaties, is de ontgoocheling groot: al die tijd op handen gedragen door de internationale gemeenschap als voorvechters van mensen- en vrouwenrechten in Afghanistan. Tot de laatste dag hun leven op het spel gezet voor rechtvaardigheid. En nu dit. ‘Zijn we echt op onszelf aangewezen? Is er dan niemand die een extra stap wil zetten?’

Enkele (voormalige) studenten en onderzoekers van onze universiteit en hun familie voor wie wij een evacuatieverzoek deden, zitten nog vast in Kabul. Twee van hen kwamen twee keer naar een locatie om opgehaald te worden voor evacuatie. Ze wachtten de hele nacht en waren doodsbang. Niemand kwam. Zij verschuilen zich nu in hun huizen en bij vrienden. Durven niet naar buiten, om confrontaties en checkpoints te vermijden. Ook zij raken langzaam in paniek. Ook zij krijgen geen contact met de Nederlandse autoriteiten. Ook zij overwegen nu zelfstandig de gevaarlijke reis naar een buurland te maken.

Op 18 augustus heeft het kabinet toegezegd om alles op alles te zetten om zoveel mogelijk mensen van de risicogroep te evacueren. Op 26 augustus vertrok de laatste vlucht en kwam er een onverwacht vroeg einde aan de Nederlandse aanwezigheid in Kabul. Tussen de zeer late reactie van de regering en het voortijdige vertrek van Nederland vanwege de terreurdreiging zaten slechts enkele dagen om de evacuatie te organiseren.

Nieuwe realiteit

Minister Kaag heeft dus gelijk als ze zegt dat het de plicht van Nederland blijft om die verantwoordelijkheid, die ze pas zo laat en onder grote druk van de Tweede Kamer accepteerde, te blijven dragen. Het zou onacceptabel zijn als de nieuwe realiteit wordt dat deze mensen, die in andere omstandigheden per vliegtuig naar Nederland zouden zijn gebracht, nu alleen nog kans maken op veiligheid als ze die onmenselijke tocht over land en zee overleven die we allemaal nog vers op ons netvlies hebben staan.

Bovendien wijzen we op een belangrijk hiaat in het huidige mandaat van mensen die in aanmerking komen voor evacuatie, namelijk mensen verbonden aan kennisinstellingen: studenten, onderzoekers en onderzoeksassistenten opereren vaak in hetzelfde werkveld, met dezelfde thema’s en met dezelfde fysieke risico’s als medewerkers van Nederlandse ontwikkelingsprojecten, mensenrechten- en vrouwenrechtenverdedigers en (fixers van) journalisten.

We vragen het kabinet om dit te erkennen door Afghanen die aangesloten zijn of waren bij Nederlandse kennisinstellingen toe te voegen aan de te evacueren groep en aan te merken als risicogroep bij de aanvraag van asiel in Nederland, dan wel als kennismigranten toe te laten.

Geen van de mensen voor wie wij een evacuatieverzoek indienden is op dit moment veilig, en dat is onverdraaglijk. We begrijpen dat er tijd nodig was voor een herpositionering, maar de tijd dringt en de paniek stijgt. Wij roepen het kabinet op om sneller te werk te gaan met de evacuaties, op wat voor manier dan ook. Bovendien moeten mensen die in aanmerking komen voor evacuatie onder de motie-Belhaj, die zelf de grens over vluchten vanwege het acute gevaar, vanuit de buurlanden kunnen aansluiten bij de evacuatie-missie.

Marieke van Houte is onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van Return Migration to Afghanistan: Moving Back or Moving Forward?, Rodrigo Mena is universitair docent Disasters and humanitarian studies aan het ISS (Erasmus Universiteit), Zeynep Kasli is universitair docent Migration and development aan het ISS (Erasmus Universiteit), Thea Hilhorst is hoogleraar Humanitarian studies aan het ISS (Erasmus Universiteit), Helen Hintjens is universitair docent Development and social justice aan het ISS (Erasmus Universiteit)

Meer over