tv-recensiefrank heinen

Laat de juiste specialisten vertellen en hun geestdrift wordt vanzelf has’ke aanst’l’k

null Beeld

In een Arnhems rijtjeshuis liggen, in lange rijen, tientallen schedels te grijnzen. In de schuur achter in de tuin staan twee Neanderthalers opgesteld. Wat op het eerste oog nog het meest lijkt op een doorzonhorrorkabinet, blijkt bij nadere beschouwing een plek van ongeremd enthousiasme. Het huis wordt bewoond door Adrie en Alfons Kennis, een tweeling van middelbare leeftijd. Adrie en Alfons zijn ‘reconstructiekunstenaars’, ze fabriceren schedels van uitgestorven mensensoorten op basis van de resten die door wetenschappers zijn opgegraven. Adrie en Alfons Kennis spreken snel, hun in geestdrift gedompelde Brabants zorgt ervoor dat sommige lettergrepen sneuvelen, en andere juist meermaals worden herhaald.

Ik had nog nooit van Adrie en Alfons Kennis gehoord – dat lag aan mij: in 2011 werden ze hartstikke beroemd met hun reconstructie van de ijsmummie Ötzi. Afgelopen vrijdag doken ze op in de tweede aflevering van de fijne serie Govert naar de oorsprong van de mens (NTR, NPO2), waarin Govert Schilling zich in hinkstapsprongen door de evolutie beweegt. Schilling reist van hot naar her om wetenschappers, museummedewerkers en reconstructiekunstenaars te bevragen over hun bevindingen. Hij is erbij wanneer bij een Zuid-Afrikaanse opgraving op een uitzonderlijk moment een voor-menselijk gezicht wordt aangetroffen, en doet mee aan de mode om je dna op te sturen naar het Max Planck Instituut om te achterhalen waar je voorouders vandaan komen en of je al dan niet afstamt van de Neanderthaler. Kortom: Verborgen verleden voor gevorderden.

Alfons en Adrie Kennis Beeld NTR
Alfons en Adrie KennisBeeld NTR

Persoonlijk houd ik me vaker bezig met de evolutie van schimmels op restjes brood dan met die van onze soort, en niets wijst vooralsnog op de sluimerende wens om de achtergrond van mijn voorvaderen uit te pluizen. Ik ben dus bepaald de doelgroep niet, maar dat maakt dus niks uit: Govert naar de oorsprong van de mens is het soort wetenschapsprogramma dat wetenschap daadwerkelijk aantrekkelijk maakt. Die aantrekkingskracht komt tot stand zonder spelelement, zonder cabaret en zonder bekende mensen die de stem van de argeloze kijker moeten vertolken. De bijna gulzige nieuwsgierigheid van Schilling en het enthousiasme van de paleoantropologen en andere onderzoekers die overal ter wereld bezig zijn met het leggen van de puzzel van onze wordingsgeschiedenis, een puzzel van zo’n zeven miljoen stukjes waarvan er volgens een van hen nu zo’n duizend voorhanden zijn, volstaan.

In de aflevering van afgelopen vrijdag bezocht Schilling een tentoonstelling in een Deens museum. Evolutionair historicus Peter Kjaergaard wees op een homo erectus, die rechtop op een trap stond. Vóór hij werd geëxposeerd door zijn nakomelingen, had deze soort zo’n twee miljoen jaar op aarde rondgebanjerd. ‘One of the coolest hominems that has ever lived’, straalde hij.

Zoals met alle tv-gemoedstoestanden geldt ook voor enthousiasme op televisie een precair evenwicht. Het wordt snel té. Behalve als je de juiste mensen gewoon laat vertellen, dan wordt dat enthousiasme vanzelf aanstekelijk. Of, zoals de gebroeders Kennis zouden zeggen: ‘Heel heel ha’s’ke superaanst’l’k.’

Meer over