ColumnLoes Reijmer

Laat de hand van prins Andrew tot het verleden behoren

null Beeld
Loes Reijmer

Als ik aan prins Andrew denk, dan denk ik aan de hand. Niet eens aan zijn warme vriendschap met de veroordeelde kindermisbruiker Jeffrey Epstein, of aan de fundamentele kwestie of hij op een volle dansvloer al dan niet kan zweten – hoewel die twee er natuurlijk wel mee samenhangen.

Het gaat om de hand die op de taille van de piepjonge Virginia Giuffre rust, te zien op de bekende foto uit 2001. De 17-jarige is gekleed volgens de onbarmhartige modewetten van de jaren nul, ze draagt een lage broek en een naveltruitje, waardoor de vingers van de destijds 40-jarige prins haar blote middel aanraken.

De afgelopen jaren was er nogal wat te doen over de hand. In het desastreuze BBC-interview erkende de prins dat hij op de foto staat, maar, zo schutterde hij, ‘we kunnen er niet zeker van zijn dat het mijn hand is daar op eh, wat het dan ook moge zijn, haar eh, linkerkant.’ Zijn vingers zijn in het echt veel dikker, fluisterden vrienden van de prins tegen Britse kranten, die dat op hun beurt weer vlijtig checkten (‘andere beelden van zijn handen laten geen duidelijke verschillen zien’).

De hand lijkt belangrijk voor de juridische strijd van Giuffre tegen prins Andrew, een rechtszaak waardoor hij deze week zijn koninklijke en militaire titels verloor. De foto bewijst dat de twee elkaar wel degelijk hebben ontmoet, alle hallucinante ontkenningen van hem ten spijt. De hand rondom het middel suggereert ook nog eens dat het contact in ieder geval intiemer was dan ‘hé hallo, leuk kennis te maken’.

Wat bij mij vooral beklijft, is de wonderlijke combinatie van vanzelfsprekendheid en ongemak die het beeld kenmerkt. Misschien wordt dat laatste versterkt door alles wat we inmiddels weten over de zaak, of doordat we midden in de coronacrisis zitten, waardoor het sowieso angstaanjagend is als mensen dicht bij elkaar op een foto staan. Maar die wonderlijke combinatie van vanzelfsprekendheid en ongemak doet tegelijkertijd o zo bekend aan. Die hand op je taille, je vóélt ’m gewoon.

De hand voert mij in ieder geval eveneens terug naar de jaren nul, naar het eind van de middelbare school en de studententijd, toen het goede leven zich nog in volle cafés en benauwde clubs afspeelde. Je stond aan de bar met iemand een biertje te drinken en daar was-ie dan, de hand. Als de plotselinge aanraking niet al ongemak veroorzaakte, dan was het wel de bewustheid van wat de onbarmhartige vrouwenbladen in de onbarmhartige jaren nul nog gewoon je ‘lovehandles’ of ‘probleemzones’ noemden, voordat ze collectief door de feministische wasstraat gingen en body positivity begonnen te prediken. De hand was van een arrogant figuur of van een onzekere jongen, dat maakte niet uit, de hand was er gewoon, plots. Iets ervan zeggen deed je natuurlijk niet, je was geen zure feminist. In de jaren nul was het net zo erg om frigide te lijken als om een slet te worden genoemd. Het hoorde simpelweg bij uitgaan, toch?

De foto voelt daarmee ook als een tijdsbeeld. Een tijd waarin we ervan smulden hoe Monica Lewinsky door de president van de VS als wegwerpartikel was gebruikt, een tijd waarin Ivo Niehe nog vrijuit naar de borsten van Britney Spears kon informeren, een tijd waarin Epstein zijn gang kon gaan, omgeven door machtige vrienden.

Die tijd lijkt, nu zelfs prins Andrew zich voor de rechter moet verantwoorden, definitief voorbij. Laat zijn archetypische hand dan ook tot het verleden behoren.

Meer over