Lezersbrieven

Laaggeletterdheid aanpakken? Begin dan bij onze spelling

De lezersbrieven van zaterdag 11 september.

Bezoekers in bibliotheek LocHal in Tilburg. De bibliotheek werd vorig jaar verkozen tot 'Beste Bibliotheek van Nederland'.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Bezoekers in bibliotheek LocHal in Tilburg. De bibliotheek werd vorig jaar verkozen tot 'Beste Bibliotheek van Nederland'.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Brief van de dag

Ook ik kan inmiddels prima reproduceren dat er in Nederland zo’n 2,5 miljoen mensen zijn die laaggeletterd zijn, die moeite hebben om een bijsluiter en een brief van de overheid te lezen, of die, zoals een dit voorjaar in deze krant opgevoerde moeder, acht taalfouten in een boodschappenbriefje hebben.

Deze zomer heeft een aantal experts zich er op verzoek van de Volkskrant over gebogen hoe dat in 2030 opgelost kan zijn. Daarbij heb ik gemist – maar misschien heb ik niet goed opgelet – dat een van de oorzaken niet aangepakt wordt: de spelling zelf.

Het vált ook nauwelijks te snappen waarom ‘nauwelijks’ met au is en ‘nou’ met ou, die belachelijke klinkerdief en medeklinker verdubbelaar, waarom je mijn naam schrijft als ‘Dijk’ en niet als ‘Deik’, waarom het school is en niet sgool, waar de y voor dient als je die soms als i uitspreekt en soms als ij.

Nog zoiets, de unieke Nederlandse letter ij zag je vroeger nog wel eens als aparte letter op een schrijfmachine, maar het was blijkbaar te duur om dat vol te houden en daarom hebben we er maar twee letters van gemaakt die qua vorm een beetje in de buurt komen. Snapt u het nog?

Hoe een fonetische spelling er uit zou moeten zien, daar moeten experts zich maar over buigen. Uitgevers en ­reactionairen zullen wel sputteren, maar het valt niet te ontkennen dat we op de lange termijn veel goedkoper – en gelukkiger – uit zijn; alle uren die we nu nog aan het onderwijzen van onze ­nodeloos ingewikkelde spelling besteden kunnen nuttiger ingezet worden.

Als we nu eens beginnen met tussen nu en 2030 ‘sgreifweisu’ (lees het maar hardop voor en dan bedenken dat een u uitgesproken wordt als in hut en uu als in huur) niet meer fout te rekenen, dan komen we een heel eind.

Het is even wennen maar dat gaat snel denk ik. De eerder genoemde moeder is dan ineens niet meer laaggeletterd maar doet volwaardig mee.

Niek van Dijk, Amsterdam

Grote woorden

Food, water, shelter. Als de jonge vrouw op de foto van de voorpagina van ­10 september, ook maar enigszins een beetje een ontwikkeld gevoel voor verhoudingen zou hebben, had ze deze woorden waarschijnlijk nooit op het karton van een oude doos durven zetten. Met mooi gelakte nagels, houdt ze het bord omhoog. Waarschijnlijk heeft ze ook een mobieltje bij zich, in haar tas een dopper met water, en echt hongerig ziet ze er ook niet uit.

Protest tegen het gebrek aan kamers is prima en misschien terecht, maar misbruik van dit soort internationale teksten niet. Dit soort teksten worden door vluchtelingen, daklozen en andere door menselijk leed getroffen personen als een soort smeekbede aan de wereld getoond. Als ik de woorden Food, Water, Shelter lees, voel ik empathie voor de mens achter het bord.

Bij deze student die een kamer nodig heeft en dit zo voor het voetlicht brengt, voel ik alleen maar afstand en verontwaardiging. Ze gebruikt te grote woorden voor het te dragen ongemak.

Carla Ter Beek, Tilburg

Kamernood

De kamernood onder studenten kan binnen een jaar worden opgelost door universiteiten in het vervolg te financieren naar rato van het aantal Nederlandse studenten. Natuurlijk is het goed dat Nederlandse studenten kennismaken met buitenlandse studenten, maar dat kan ook in het buitenland zelf in het stagejaar. Internationale stagiaires kunnen in dat jaar onderling kamers ruilen, zodat hierdoor geen extra kamerdruk hoeft te ontstaan.

Kees de Jong. Utrecht

Samenwonen

Er is momenteel veel te doen over het tekort aan woonruimte. Heel veel ouderen met een relatie houden hun eigen woning aan omdat ze anders van een ongehuwden AOW van 1226,60 euro naar een gehuwden AOW van 838,55 euro gaan. Schaf dat eens af zodat ze ­officieel kunnen gaan samenwonen.

Ja dat kost geld, maar het gaat op den duur ook geld opleveren. Als je samenwoont en wat gaat mankeren, is daar vaak de partner die jou kan verzorgen. Dus je hebt geen of later (dure) hulp nodig.

Mieke van Doornmalen, Amsterdam

Long covid

Paulien Cornelisse schrijft dat ze lange tijd dacht dat long covid een speciaal soort covid was, die vooral in je longen zit. Ik heb dat nooit gedacht. Als dat zo was, had het namelijk longcovid moeten zijn (aan elkaar geschreven). In het Nederlands geldt immers de hoofdregel: één ding is één woord. Vergelijk maar met longontsteking en longembolie. Long covid, los geschreven, moest dus wel Engels zijn. Want Engelsen zijn hakkers en Nederlanders plakkers.

Frank Schreurs, Nieuw-Vennep

Coronamaatregelen

Misschien moet FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren, die het nodig vond de ­coronamaatregelen te vergelijken met de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog, even praten met zijn partijgenoot Freek Jansen, die de Holocaust schijnt te bagatelliseren. Samengenomen betekenen deze standpunten dus dat FvD de coronamaatregelen blijkbaar toch vindt meevallen.

Filip Borst, Delfgauw

Flitsbezorgers

Het is duidelijk dat gastcolumnist Jona van Loenen niet in de buurt van een distributiecentrum van Gorilla’s/Getir woont of werkt. Elke dag kijken we met de buren naar bijna- ongelukken. Deze gevaarlijke situaties zijn belachelijk èn nutteloos, hoewel Van Loenen deze fietsflitsdiensten (de nieuwste rage van durfkapitalisten) ziet als een oplossing op zoek naar een probleem dat er niet is.

Onze eens zo rustige straat is een verkeersader voor flitsbezorgers geworden. Een paar dozijn per tien minuten is geen uitzondering. Ze rijden te snel, ze kijken niet uit, rijden aan de verkeerde kant van de straat of op de stoep, halen rechts in, kijkend op navigatie in plaats van naar de weg.

De belofte alles binnen tien minuten te leveren is wel degelijk gevaarlijk en voor wat? Een sixpack? Een pak ­yoghurt? Blijkbaar zijn er klanten voor deze diensten, daar valt niets aan te doen. Maar regels om gevaarlijk fietsen tegen te gaan zijn er wel degelijk. Handhaven dus, van die tien minutenbelofte af en normale fietsen gebruiken in plaats van elektrische. Dat is een oplossing voor een probleem dat er wèl is. Ik hoop dat de durfkapitalisten zo’n ‘slow’ en veilige fietsdienst zien zitten.

Philip Walkate, Amsterdam

Zuid-Afrika

Fijn dat Marcus Huibers behalve het ­recept van bobotie ook voor ons in een paar zinnen de huidige situatie in Zuid- Afrika schetst. Nog steeds witte rijke stinkerds en zwarten die uitgeknepen worden. Niets nieuws onder de Afrikaanse zon dus.

Ik ben in de loop der tijd vele malen in dat land geweest en meen wat anders te zien. Mooie shopping malls waar zwarten hun inkopen doen. Nieuwe musea met zwarte bezoekers en werk van zwarte kunstenaars. Restaurants waar zwarte gasten bediend worden door witten. Een wine estate dat eigendom is van een zwarte coöperatie. Zwarte families die trots zijn op hun middenklasse auto. En dat zijn echt niet allemaal zwarten die dankzij corruptie rijk geworden zijn. Net zo min als dat elke witte in een miljoenen kostende villa in Clifton woont.

Er is wel degelijk wat veranderd. Natuurlijk, er moet nog ontzettend veel meer veranderen. Maar door het af te schilderen zoals Huibers doet, doet hij dit mooie, maar complexe land te kort.

Rob Floor, Landsmeer

Voorpagina

Kunnen jullie vanaf maandagochtend rechtsboven op de voorpagina voortaan het aantal dagen zetten sinds de verkiezingen van 17 maart? De strekking spreekt voor zichzelf. Als er nog ruimte overblijft om het aantal mensen dat nog wacht op afhandeling van de toeslagenaffaire te vermelden, graag,

Sven van Sligter, Wijk bij Duurstede

Minirok

Misschien niet representatief maar wel zeer relevant. Fotografe Laurence Brun stelt dat de minirok geen graadmeter is voor de vrijheid van de Afghaanse vrouwen. Dit is maar deels waar. In 1972 het jaar waarin de foto is gemaakt en de jaren daarvoor speelde de minirok een belangrijke rol in de emancipatie van de vrouw wereldwijd.

Brun stelt dat er in 1972 een gemengd straatbeeld was van gesluierde vrouwen en niet gesluierde vrouwen en dat de vrouwen met minirokken opvielen.

Deze foto is dus zeer relevant, het laat zien dat er in Afghanistan in 1972 ruimte was voor vrouwen om te kiezen. Dat er contact mogelijk was met de rest van de wereld. Dat er ruimte was voor emancipatie. Dat vrouwen, alleen, veilig, lachend, over straat konden gaan in het tenue van hun keuze. Alleen daarom al moeten we deze foto blijven delen.

Karin Rietveld, Avenhorn

Smartphone

René Koekkoeks Stop de ontmenselijking van de publieke ruimte is mij uit het hart gegrepen. De samenleving is mijn samen leven niet meer. De mens is verworden tot een zombie die met het hoofd gebogen, de ogen geloken en de oren dicht zich verplaatst van A naar B. Als we de publieke ruimte willen vermenselijken, laten we dan de baas worden over onze smartphone.

Henk Brouwer, Amsterdam

Meer over