ColumnSander Schimmelpenninck

Kwaadaardige domheid zie je overal, maar nergens wordt het zo gedoogd als in Nederland

null Beeld

Nou, dat van die komkommertijd bleek wat voorbarig. Terwijl de rest van Europa het ergste coronaleed achter zich weet, beleeft Nederland een dramatische julimaand. De coronacijfers zijn geëxplodeerd, door de afschuwelijke moord op Peter R. de Vries maken ze zich in Italië zorgen over ons, en door de overstromingen in Limburg begint langzaam in te dalen dat corona slechts een oefenpotje was vergeleken met de uitdagingen die ons te wachten staan.

De in 1992 vermoorde Italiaanse maffiarechter Paolo Borsellino, net als de barmhartige De Vries onvermoeibaar vechtend tegen onrecht, zei ooit dat het normaal is dat elk mens angst heeft. ‘Het belangrijkste is dat dit samen gaat met moed. Laat angst je niet in zijn greep nemen, anders wordt het een obstakel dat verhindert dat je vooruit komt.’ Maar is angst daarmee misschien een voorwaarde voor échte moed?

Nederland is, anders dan De Vries hoopte, inmiddels dus wél zoals Sicilië, alleen dan zonder de zon en het lekkere eten. Belangrijker nog: zonder de voor moed vereiste angst. Nederland is het land waar de bevolking in al haar onbenul met een 2 deciliter flesje Fristi en een broodje filet américain op een klapstoeltje zit te kijken naar overstromende rivieren, als gezellig voorproefje van aanstaande klimaatrampen. En het land waarin volwassen mensen als Joodse concentratiekampbewoners verkleed gaan om te protesteren tegen coronamaatregelen.

Kwaadaardige domheid zie je overal, maar nergens wordt het zo gedoogd als in Nederland. De Duitsers zijn niet voor niets de uitvinders van het woord kaltstellen, en de Franse president Macron laat regelmatig zijn tanden zien tegenover achterlijkheid. Hier laten we het op zijn beloop, met het misplaatste idee dat in onze polder ieder geluid gehoord moet worden, met alle gevolgen van dien.

De absurditeit van een piepklein landje waar de belangrijkste steden en miljoenen mensen onder zeeniveau liggen, maar stevig klimaatbeleid als een dure hobby wordt gezien, is van een cognitieve dissonantie waar je horendol van wordt. De Telegraaf, de krant die consequent stemming maakt tegen klimaatmaatregelen, presteerde het om op de voorpagina beelden van verzuipend Limburg te combineren met kortzichtig gemopper over stijgende klimaatkosten – ‘burger krijgt peperdure klimaatrekening gepresenteerd’.

‘Burger leeft al decennia boven zijn stand’ zou een betere kop zijn geweest. Met een angstaanjagende hypotheekschuld loopt Nederland namelijk ook een enorm risico financieel onder water te komen staan bij de eerstvolgende economische storm.

Nederland is lang weggekomen met een hopeloze besluiteloosheid en gebrek aan leiderschap, die we in onze zelfoverschatting ook nog hebben weten te verkopen als het ‘poldermodel’. De manier waarop premier Rutte en de zijnen de coronacrisis hebben aangepakt is naar poldermaatstaven zeer begrijpelijk, en de gemiddelde oversterfte best acceptabel. Maar het wordt steeds minder gepikt, omdat we allemaal beginnen te voelen dat het poldermodel, waarvan ons coronabeleid een duidelijk voorbeeld is, in deze tijd niet meer werkt.

We kunnen de Mocromaffia niet wegknuffelen of gedogen, en we kunnen klimaatverandering niet matigen zoals we de lonen ooit matigden. Bovendien blijkt de pandemie geen maatschappelijke uitdaging die we wel even samen gaan doen met vrolijke SIRE-spotjes, maar een opwarmertje voor de grotemensenkeuzes die steeds normaler gaan worden.

Nederlanders kunnen naar anderen blijven wijzen tot ze een ons wegen, maar zullen vooral moeten ontnuchteren van hun eigen diepgewortelde exceptionalisme. De zelfvoldane Nederlander denkt namelijk oprecht dat onze kennis van dijken en waterwerken zo superieur is dat ons niks kan gebeuren, net zoals hij denkt dat zijn welvaart eeuwigdurend en logisch is, en hij nooit hard hoeft te werken bovendien, omdat hij zo geweldig productief is.

Helaas wonen we niet op een eiland dat immuun is voor de grote wereldproblemen en zijn we niet beter maar slechter berekend op allerlei dreigingen dan veel buurlanden. De Nederlandse polder loopt onder water, en als we niet willen verzuipen, zouden de gevaren van deze tijd ons best meer angst mogen aanjagen. Want zonder angst is onze moed slechts overmoed.

Sander Schimmelpenninck is journalist.

Meer over