ColumnMax Pam

Kristofer (Rik) Schipper, beroemd sinoloog en de enige westerse tao-meester, had veel moeite met Nederland

null Beeld

Na een avontuurlijk en veelbewogen leven is vorige week een van mijn grootste vrienden op 86-jarige leeftijd overleden: de sinoloog Kristofer (Rik) Schipper. Hij werd wereldberoemd door jarenlang veldwerk op Taiwan, waar hij de verhalen van de taoïstische canon optekende en in vele delen bijeenbracht. Dat is zoiets als de ontdekking van een Derde Testament. Verder verrichtte hij baanbrekend werk op het gebied van rituelen en hij mocht zich de enige westerse tao-meester noemen, die door de Chinezen zelf werd erkend.

Hij was Nederlander van geboorte en stierf in Amsterdam, maar hij voelde zich meer Fransman, Zweed, Chinees, Taiwanees of wereldburger. In de Volkskrant sprak Wilma de Rek haar spijt erover uit dat niemand in Nederland op het idee was gekomen om hem te vragen naar de uit China overgewaaide coronacrisis. Ik kan haar geruststellen: hij heeft alle vragen in die richting afgewimpeld. Ten eerste omdat hij niet graag op de voorgrond trad. Als hij ergens een hekel aan had, dan was het om te worden aangezien voor een goeroe. Wie dat deed, raakte snel in hem teleurgesteld. Daarnaast ontving hij niet graag mensen, want hij wist al sinds november 2019 hoe gevaarlijk het virus is voor ouderen. Hoewel hij tien huizen verder woonde, communiceerden wij hoofdzakelijk per mail. Bijna elke dag stuurde hij mij berichten over Wuhan, Hongkong, Huawei, Miles Kwok en over alles wat verder met China te maken had. Ironisch genoeg stierf hij niet aan corona, maar aan een hartaanval.

In Nederland bleef Schipper tamelijk onbekend. Zo las ik in NRC Handelsblad dat hij ‘de zoon was van een bewust ongehuwde moeder en een dorpsdominee’. Dat lag wat anders. Zij moeder was de theoloog en succesvolle kinderboekenschrijver Johanna Kuiper, die tevens de maîtresse was van de Amsterdamse SDAP-wethouder Wibaut. Op weg naar een lezing in Antwerpen kwam Johanna in de trein de Joodse diamantair Fred Prins tegen uit de Sarphatistraat. Tijdens die korte romance is Rik ontstaan. Wibaut mocht dan de vrije liefde prediken – zijn echtgenote schreef daar zelfs een boekje over – maar dit uitstapje werd de rode wethouder te gortig en hij stuurde Johanna naar de commune van Selma Lagerlöf in Zweden, waar Rik ook geboren is.

Vlak voor het uitbreken van WO II wist Fred Prins naar de Verenigde Staten te ontkomen. Johanna Kuiper leek het verstandig met haar Joodse zoon onder te duiken en dat deed zij in het dorpje Etersheim (N-H) bij dominee Klaas Abe Schipper, met wie zij ook trouwde en die Rik aannam als zijn zoon. Na de oorlog had Rik nog eenmaal contact met de familie Prins, maar die wilde zijn studie Chinees niet bekostigen, waarop hij besloot helemaal zijn eigen weg te gaan.

Rik had veel moeite met Nederland en dat kwam tot uiting toen hij op latere leeftijd ook in Leiden hoogleraar werd. Een tijdje ben ik een soort adjudant van hem geweest. Wanneer hij Nederlandse academici en andere hoogwaardigheidsbekleders moest ontmoeten, had hij graag iemand bij zich die hem uitlegde hoe Nederlanders met elkaar praten en polderen. Een paar keer zijn wij ook in het Amstel Hotel gaan dineren op uitnodiging van Frits Bolkestein en Mark Rutte. Bij de coquilles gaf Rik dan college over de vraag hoe de Nederlandse staat zich tot China moet verhouden en ik zat erbij om hem uit te leggen dat als een Nederlandse politicus iets zegt, hij meestal iets anders bedoelt. Na afloop doken Rik en ik het café in om oude jenever te drinken – ‘met haring het beste van Nederland’ – en te betreuren dat er niets van zijn aanbevelingen terecht zou komen.

Twee jaar geleden ben ik met hem naar Etersheim gereden. Rik liet mij de pastorie zien, waar hij als kind woonde met zijn moeder, dominee Schipper en andere ondergedoken Joodse kinderen. We waren daar, omdat Johanna Kuiper en Klaas Schipper postuum een onderscheiding van het Israëlische Yad Vashem zouden krijgen voor moedig gedrag. Maar in Etersheim wilde hij mij ook het gebouwtje laten zien dat naast de pastorie ligt. Dat is het voormalige dorpsschooltje van onderwijzer Cornelis Johannes Kieviet, tevens de geestelijk vader van Dik Trom.

Tegenwoordig is het ingericht als een museumpje voor kinderboeken, met Dik Trom als de centrale figuur. We liepen er in stilte rond. Rik dacht ongetwijfeld aan de oorlog. Hij had de hele wereld rondgereisd en overal gewoond waar God het verboden had, maar nu keek hij in de vitrines waar de boekjes met de avonturen van Dik Trom lagen. Ineens begreep ik meer dan ooit waarom hij in Nederland nooit echt heeft kunnen aarden.

Kristofer Marinus Schipper, ’t was een bijzonder kind, en dat was-ie!

Meer over