Column

Kom naar Parijs. We gaan dansen, eten, drinken. Vivre.

Ik skypete Julie op het moment dat ik van de aanslagen vernam. Een kwellend nietszeggend geel vinkje. Afwezig.

Harriët Duurvoort
Mensen drinken wat op het terras van een bar in het 11e arrondissement in Parijs. Beeld anp
Mensen drinken wat op het terras van een bar in het 11e arrondissement in Parijs.Beeld anp

We kennen elkaar nu ruim vijftien jaar en sinds die tijd heb ik minstens twee keer per jaar bij haar gelogeerd, in dat heerlijke, huiselijke buurtje. Het elfde arrondissement is een buurt van kunstenaars en alternatievelingen, van hippe cocktailbars, mafsjieke boutiques, wereldrestaurantjes en intieme, pretentieloze cafeetjes. De aanslagen vonden plaats op loopafstand van haar appartement. Een 'home away from home'.

De vriendschap in onze internationale vriendengroep is gestoeld op het feit dat we ons op een bijzondere manier met elkaar verbonden voelen. We waren destijds beiden creatievelingen met een multiculturele achtergrond en internationaal werkveld. Zij, een Parisienne, geboren en getogen in Bordeaux, tweede generatie Kameroenees en katholiek. Ik een stijfnoordelijke exoot, een Hollandaise, met een Caribische twist waar soms verrassend veel ook Afrikaanse elementen in bovendreven, opgegroeid in een zwarte protestantse kerk.

Beiden zijn we deel van een eerste echt multiculturele generatie Europeanen. Frankrijk of Nederland: we weten niet beter dan dat we in een multiculturele Europese samenleving zijn opgegroeid. Beiden zijn we puzzelstukjesmensen, verplaatst, ontworteld en geworteld, met een gefragmenteerde identiteit. Zoekend en onderzoekend, met een ingeboren inlevingsvermogen in leven uit koffers met verschillende culturele bagage.

Beet. Er wordt opgenomen. Opluchting. Ietwat vlekkerig wordt het beeld aangezet. Het is rond negenen, dus er wordt nog in de keuken om koekenpannen vis en ander smakelijks heen gedrenteld. De wijn heeft al rijkelijk gevloeid en er wordt hartelijk gelachen. 'We gaan zo eten. We zijn in Marseille!' roept Julie uit. 'Ik ben blij dat jullie veilig zijn. Er zijn vreselijke aanslagen...' Chaos nu. De telefoontjes komen nu ook uit Parijs binnen. Julie's vriendin Françoise schiet ineens vol. 'De kinderen. Ik heb geen bereik lijkt het. Ik krijg ze niet te pakken.' Mijn skypeverbinding geeft het op.

'Daesh wil onze multiculturele samenleving vermoorden', zegt Julie als ik haar twee dagen later eindelijk uitgebreider spreek. Opmerkelijk. Je hoorde meest dat het een aanslag was geweest op de waarden van de Republiek. Op westerse waarden. Als we de islam met deze gruwelijke krankzinnigheid gaan identificeren, laten we de aanslagplegers winnen, benadrukt Julie. 'Ga weg. We zijn toch opgegroeid met moslims. We hebben moslimvrienden, buren, kennissen, collega's. Zij zijn de islam.' Maar ze vindt het vreselijk beangstigend dat de gefrustreerde moslimjeugd in de banlieues 'opgefokt en gehersenspoeld' wordt door jihadisten. Vergelijkbaar met de aantrekkingskracht van gewelddadige criminele jeugdbendes op jongeren zonder perspectieven.

De banlieue is onlosmakelijk deel van haar Parijse leven. Haar halve familie woont er. Ze kent de armoede, de uitzichtloosheid en de zorgen om het ontsporen van puberneefjes. Maar de cultuur tussen jongeren van verschillende afkomsten in de banlieue is juist multicultureel. Net als hier, dat typeert die multiculture generatie. Dat ken ik uit mijn eigen jeugd, of van de 'zwarte' scholen waar ik lang gewerkt heb. Noem het een FunX gevoel. Een ervaring die je in de ander herkent, een 'in hetzelfde schuitje' gevoel. Dat schiep altijd een band, ook in de diep verzuilde gemengde onderklasse van de banlieues. Dat samengevoel drukt een solidariteit uit en geeft daardoor kracht.

Nog altijd is La Haine, de baanbrekende, rauw-realistische cultfilm uit 1995 over een multicultureel vriendenstel, de belangrijkste film over de banlieue. Het toont nietsontziend de malaise van drie werkloze jongeren. Criminaliteit, drugsgebruik, politiegeweld, uitzichtloosheid, alle drie delen ze de realiteit van de sociale uitsluiting, die over verschillende afkomsten heen gaat en bindt.

De vriendschap tussen de drie tieners, een van Joodse, een van Afrikaanse en een van Arabische afkomst, black, blanc, beur zoals de multiculturele Franse jeugd vanaf de jaren negentig zou heten, zou anno nu nauwelijks meer geloofwaardig zijn vanwege de grote onderlinge spanningen. Virulent antisemitisme en afkeer van de islam typeren het hier en nu. Maar het plot was destijds wél geloofwaardig.

'Je moet zo snel mogelijk weer naar Parijs komen. We gaan dansen, eten, drinken. Vivre. We mogen ze niet laten winnen', besluit ze. 'Ik heb als Afrikaanse française teveel overwonnen om deze krankzinnigen te laten winnen. Ik weiger mijn geliefde multiculturele Parijs op te geven. Want dan geef ik mijzelf op.'

Meer over