tv-recensiefrank heinen

Kinderen, monniken: iedereen in Tibet moet mee in de Chinese vaart der volkeren

null Beeld

De week waarin het AD een jubelinterview met de Chinese ambassadeur afdrukte, waarin oud-correspondent Marije Vlaskamp in deze krant vooruitblikte op de steeds geraffineerder wordende Chinapropaganda die zich over de wereld verspreidt, begon afgelopen zaterdag al met een wonderlijke reportage uit de Tibetaanse hooglanden. Na zes jaar correspondentschap in China mocht Sjoerd den Daas namens Nipkow-laureaat Nieuwsuur naar Tibet, als onderdeel van een merkwaardige persreis. In de uitgebreide versie van zijn reportage op YouTube noemde Den Daas die striktheid ‘rete-strak georganiseerd’. Die karakterisering haalde de tv-variant niet.

Tibet, zo legde Den Daas uit, staat in de steigers. Chinese steigers, welteverstaan. Speciaal voor hem en zijn collega’s werden wegblokkades tijdelijk opgeheven om een goed zicht te bieden op de in aanbouw zijnde wonderen. Herders, kinderen, monniken; iedereen moet mee in de vaart der volkeren.

In de YouTube-reportage was te zien hoe Den Daas een schoolklas bezocht, vol pubers in allemaal dezelfde oranjegrijze trainingspakken. Sommigen wendden hun hoofd af van de camera en zij die aan het woord kwamen, giechelden wat zinnetjes uit het protocol in de microfoon. Bij het klooster werd het er niet beter op: bij iedere onwelgevallige vraag – over de dalai lama bijvoorbeeld – deden de monniken, die voetbalden onder een kolossaal bord van een vaderlijk lachende Xi Jingping – alsof de taal ze in de steek liet en maakten ze zich schielijk uit de voeten.

Sjoerd den Daas Beeld Nieuwsuur
Sjoerd den DaasBeeld Nieuwsuur

De oorzaak van die angst lichtte Golog Jigme, een naar Zwitserland uitgeweken monnik en activist, toe in een online interview. Hij dacht nog vaak terug aan de marteling met de ijzeren stoel, waarin hij werd vastgebonden, waarna hij met stoel en al ondersteboven aan het plafond werd gehangen. ‘Het voelde alsof de organen uit mijn lichaam vielen.’

Hoogte- en tegelijk dieptepunt van de trip was het bezoekje aan een soort modeldorp, waar de journalisten overal mochten rondlopen en iedereen mochten aanspreken.

‘Nou, ’s effe kijken’, zei Den Daas, en trok een poort open. Op zijn tocht ontmoette hij vooral nerveus ogende onwil, en in het huis waar hij wel welkom was, zat toevallig net een overheidsbeambte aan een kopje boterthee. Bij een andere woning kwam hij er überhaupt niet in. De bewoner ging voor de camera op de loop, en verdween uiteindelijk achter een turquoise deurtje. Het toilet.

Den Daas tegen de dichte deur: ‘Neemt u ons in de maling?’

Stem achter deur: ‘Nee hoor.’

Den Daas: ‘U zit al erg lang op het toilet.’

Stem achter deur: ‘Ik heb maagproblemen.’

Chinese propaganda kent duizend gezichten, en het is vast een illusie te denken dat je als lezer of kijker altijd door zult hebben als je belazerd wordt, maar dat beeld, van die grote Nederlander voor dat kleine deurtje, gaf je toch even het idee dat je in een wereldwijde, als geraffineerd aangeprezen mediamachine zand in de motor kunt strooien door gewoon een poort open te doen.