columnerdal balci

Kijk naar de Champions League en zie de toekomst van de Europese Unie

0 Beeld 0
0Beeld 0

De finale van de Champions League was een paar dagen geleden en ik heb niet gekeken. Had je me voor de wedstrijd gevraagd welke twee ploegen de finale speelden, dan had ik het niet geweten. Ik dus, met mijn kinderlijke verliefdheid op voetbal, haal tegenwoordig de schouders op bij een Champions League-finale. We weten al langer dat het mooie spel is gereduceerd tot speelgoed van een paar miljardairs. Maar wat zwaarder weegt voor mij is dat ik in de Champions League de toekomst van de Europese Unie zie.

Het was in 1992 dat we voor het eerst kennismaakten met het logo met de ­sterrenbal. De Champions League was opgericht en op dit nieuwe podium was de melodie van componist Georg Friedrich Händel vast onderdeel van het wedstrijd­ritueel. Een hymne waarvan achteraf bleek dat haar schoonheid diende om de massa’s naar de ‘superstaat van voetbal’ te lokken waar de kinderlijke zielen zouden verdwalen.

Verrot schip

In de eerste jaren viel het nog mee, maar vanaf de nieuwe eeuw was de wil van het grootkapitaal wet. Het grote succes was enkel voorbehouden aan de allerrijksten. Nooit meer uitzicht op die mooie beker voor de mooie, minder kapitaalkrachtige clubs. Ajax, Feyenoord, Galatasaray, Steaua Boekarest, Dinamo Zagreb, Schalke 04, Olympiakos en alle anderen waren verworden tot sparringpartners die de reuzen wat maandjes mochten voorbereiden op het echte werk.

Is voetbal dan nog steeds voetbal? Het is een variant op de oude vraag over het schip van Theseus, held uit de Griekse mythologie. Toen Theseus na een grootse zege was wedergekeerd in Athene, werd besloten zijn schip te bewaren als aandenken. Het schip verrotte en na de zoveelste onderhoudsbeurt was van het oorspronkelijke schip geen onderdeel meer over. Het ding bestond nog, maar zonder de ziel van Theseus in het hout en in het touw.

Getackeld

Wat vocht was voor het schip van Theseus, was de drang naar groei bij de grote bazen van het Europese voetbal. In haar onophoudelijke zoektocht naar macht en veiligheid vormt de mens machtsblokken. Dat is ook wat met voetbal gebeurde. En in die samenscholing van de krachten begint het afbrokkelen van alles wat klein is en wordt vooruitgang getackeld. Immers, vooruitgang is alleen mogelijk bij groepen die zwakheden vertonen, waardoor individuen ruimte krijgen om te veranderen.

De gigantische Champions League, die ieder jaar de middelen uitdeelt en de rijkste clubs blijft voeden met nog meer geld, is wat dat betreft een mooi voorbeeld van wat de groeiende voorstanders van een Europese superstaat met dit continent gaan doen. Alle kleinschaligheid zal een bedreiging vormen voor de enorme organisatie. Het monster zal alles wat klein en mooi is moeten opeten om de honger naar nog meer centralisatie te stillen.

Om het bij voetbal te houden; voor een voetballiefhebber is er niets mooier dan de goal van Patrick Kluivert waarmee Ajax 26 jaar geleden de nog prille Champions League won. In die jaren waren de ‘monsters’ in Spanje, Italië en Engeland nog niet zo groot als nu en kon een relatief kleine club van iedereen winnen. Maar met de jaren namen de sterksten met het meeste geld het helemaal over; ze vermorzelden in eerste instantie de kinderlijke liefde van mensen als ik voor het spel.

Het puntertje van Kluivert

De Europese Unie bewandelt dezelfde weg. Het proces van centralisatie is in gang gezet en het orgaan beweegt automatisch naar het hogere doel van een superstaat. In een trage vastberadenheid wordt de Unie blootgelegd aan onderhoudsbeurten als die van het schip van Theseus. Daarbij gaat men er gemakshalve van uit dat de mooie krachten, die in de kleinschaligheid van Europa zijn losgekomen en ons democratie, mensenrechten en het vrije woord hebben opgeleverd, zichzelf ook in de machtsgetrouwe belevingswereld van een superstaat gaan heruitvinden.

Daar kunnen de Europeanen van de ­toekomst naar fluiten. Het puntertje van Kluivert in de finale tegen AC Milan was de bekroning van de liefde die men bij een relatief kleine club voelde voor het eigen kind. Elders, bij een grootmacht, was de toen 18-jarige Kluivert niet eens opgesteld. Hetzelfde geldt voor het homohuwelijk. Op een gegeven moment was onze liefde voor onze kinderen groter dan onze angsten voor taboes, en liet ons kleine land aan de rest van de wereld zien hoe het moest. In een superstaat had dat niet gekund.

Daar zijn de machtsstructuren belangrijker dan liefde voor de kinderen en voor het spel.

Erdal Balci is schrijver en journalist