Column

Kenny B. is een soort muzikale prozac voor jong en oud

Ruim duizend kilometer moesten we afleggen op één dag, omdat anders de boel agendatechnisch zou imploderen. Mijn schuld natuurlijk weer, en gezien de zwartheid van de zaterdag en het Gotthardobstakel een onzalige onderneming. De bonte avond was iets te bont geworden, en ja: ze had gewaarschuwd voor die limoncello, maar was er geluisterd? Nee. Wel gewoeld en dientengevolge aan de andere kant van het bed nauwelijks geslapen. 'Zeg maar niet', klonk het bozig vanaf de bijrijdersstoel, terwijl we om zeven uur 's ochtends de Italiaanse heuvels achter ons lieten om op de autostrada gelijk aan te schuiven in een file.

Een file voor de Zwitserse Gotthardtunnel, 14 mei 2016. Beeld epa
Een file voor de Zwitserse Gotthardtunnel, 14 mei 2016.Beeld epa

Eenmaal bij de Zwitsers aten we voor een maandsalaris iets halfverrots, waarna we de verkeerde Alp bestegen, zodat de planning definitief overboord kon en de stemming zo ijzig werd dat mijn dochter vroeg of de airco uit mocht. Bovenop het chagrijn lag een dikke laag heimwee. Naar dat uitzicht, die krekels, de vrienden, de dertien kilo wegende watermeloen die de kinderen liefkozend Walter hadden gedoopt. Alle drie hadden we hetzelfde gevoel, toch waren we aparte eilandjes van weemoed. En behalve in een afkeer van files en Zwitsers was de verloren collectiviteit alleen terug te vinden in muziek.

Maar ja, vind met zo'n rattig humeur maar eens een compromis. Mijn dochter vroeg om Rihanna of Shawn Mendes, mijn lief wilde Prince of Bowie. Zelf snakte ik naar die krakerige opname uit 1915 waarop Old Blind Crusty McMuffin jammert over zijn chronische syfilis. En dan op repeat, gewoon om de zaak te stangen. Want zo ben ik, soms.

Opeens klonk er een triomfantelijk kreetje op de achterbank. 'Kenny!' De lieveling van de vorige zomer, al tijden onvindbaar, was zomaar uit de hemel komen vallen. Nou ja: hij bleek al die tijd onder de autostoel te hebben gelegen. U herinnert zich de hit Parijs nog wel, maar de hele debuutplaat van Kenny B., volle neef van Ronnie Brunswijk, is een soort muzikale prozac voor jong en oud.

De achterbank en ik kenden hem nog helemaal uit ons hoofd. En al bij het tweede nummer kreeg ik een uitgelezen kans om het een en ander goed te maken, van die limoncello en zo. 'Zeg dat ik duizend rozen moet kopen', echode ik Kenny's warme stem in de richting van de bijrijdersstoel. 'En voor straf achter je aan moet lopen. En samen op de bank voor je soap!'

Ze gaf zich, terecht, niet meteen gewonnen. Maar toen we twaalf liedjes later eindelijk die Zwitsers achter ons lieten, bezongen we gedrieën luidkeels Paramaribo-o-oo, de 'champion city', de 'capital of the world', en kreeg ik alsnog een hand op mijn been.

Kenny, brada, I owe you one.

Sander Donkers is redacteur van Vrij Nederland.

Meer over