Verslaggeverscolumnmargriet oostveen

Keghart Krikour vluchtte in zijn eentje uit Syrië en heeft nu summa cum laude zijn gymnasium-diploma

null Beeld

Keghart Krikour vluchtte zes jaar geleden op zijn veertiende alleen van Syrië naar Nederland, woensdag reikte Het Stedelijk Lyceum van Enschede summa cum laude zijn gymnasiumdiploma aan hem uit. De ochtend van de plechtigheid somt hij thuis in Enschede lachend zijn cijferlijst op: Wiskunde D! Een 9! Biologie! Een 9! Scheikunde! Een 9! Natuurkunde! Een 10! Wiskunde B! Een 10! Maatschappijleer! Een 9! Latijn! Een 9! Profielwerkstuk! Een 10! En dan nog een 8 voor Nederlands en een 8 voor Engels (‘mijn zwakkere vakken’).

Naar een modelvluchteling wordt tenminste nog geluisterd, daarom zit ik hier, terwijl Kegharts leeftijdgenoten inmiddels hardhandig de Europese grenzen over worden gejaagd, weg, terug jullie. Tegen alle internationale afspraken, en ook zoveel talent, dat dit vergrijzend continent nauwelijks kan missen.

Keghart was 10 jaar toen de oorlog zijn ouderlijk huis in de Syrische stad Hassaka besloop. Het begint met wat schieten, zegt hij, dan een paar bombardementen, daarna komen de raketten, op een gegeven moment heb je geen elektriciteit meer, wordt het eten onbetaalbaar, beginnen de eerste mensen te vluchten.

Keghart Krikour Beeld
Keghart Krikour

En hij was nog een ‘redelijk verwend jongetje’. Zijn vader Issa is ingenieur in de bodemmechanica, zijn moeder Samar had een baan als architect, zijn drie jaar oudere broer Christ was daar eerstejaars geneeskunde. Hoe is besloten dat hij de tocht zou wagen? ‘Ik wilde het zelf. Ik kon daar niet verder leren.’

Zijn ouders wilden niet meteen weg, zijn broer probeerde nog dáár door te studeren, een basis leggen voor een verantwoorde vlucht, de familie heeft er weken over gesproken. Toen werd de stad bijna ingesloten en ging het plotseling snel.

Drie maanden onderweg. Keghart heeft tevoren veel gewaarschuwd dat hij daarover ab-so-luut niet wil vertellen. Er stierf nog een Syrische familie, toen zijn ouders het hoorden belden ze hem gek van bezorgdheid, Keghart moest thuiskomen, hij weigerde: ‘Onderweg krijg je survival instinct. De adrenaline duwt je vooruit.’

Het kostte hem na aankomst in Nederland lang om daar vanaf te komen: ‘1,5 jaar chronische stress’. Eerst Ter Apel, ‘toen nog blij, je denkt dat je hebt bereikt wat je wou bereiken’. Maar het eerste jaar in Nederland bleek moeilijker dan de reis zelf. Overvolle azc’s, tentenkamp Heumensoord (‘verschrikkelijk’), altijd lawaai, een wc moeten delen met 200 personen, ‘ik vind dat absoluut niet hygiënisch’.

Naar Nederlandse taalles mag je alleen met een verblijfsvergunning. Keghart ging dus op eigen houtje ‘helemaal focussen’ op de Nederlandse taal en cultuur: YouTube, geleende boeken, in de azc’s kletste hij alle Nederlanders de oren van het hoofd, hoorde ze uit over alles. ‘Het leukst vond ik hoe eerlijk Nederlanders zijn, ze zeggen echt wat ze bedoelen.’

Toen hij zijn verblijfsvergunning kreeg was hij zestien. Toen verplicht naar de Internationale Schakelklas, ‘ik heb ze nog zelf gebeld: ik hèb al Nederlands geleerd.’ Smeekte om een toets, belandde prompt in de hoogste schakelklas. Na drie maanden mocht hij weg, naar de havo, ‘al vocht ik voor het vwo.’

Havo-2 kon hij krijgen, meer leek iedereen onmogelijk. ‘Ik ben hier telkens onderschat, dat vergeet ik nooit. Daag me alsjeblieft uit.’

Na zijn eerste trimester stond hij een 8,3 gemiddeld, het jaar erop mocht hij dan toch naar 3 gymnasium. Hij moest nog wel twee jaar Latijn en Grieks inhalen: deed hij in één zomer. ‘Het was niet moeilijk. Ik heb dat met wiskunde en scheikunde ook. Ik zie verbanden die anderen niet zien.’

Tussen alle geprivilegieerde witte kinderen op het gym kreeg Keghart voor het eerst last van verdriet en jaloezie. Overal de onbezorgdheid die hij sinds zijn tiende miste. Zijn nieuwe vrienden op school waren twee jaar jonger. Vaderlijk: ‘En nu zijn ze achttien, zo leuk.’

Drie gymnasium. Geschiedenis was moeilijk, hij zocht veel op in Google Translate. In vier gymnasium kwamen zijn ouders en broer hier eindelijk aan. ‘Vanaf toen ging alles soepel.’

En nu gaat hij geneeskunde studeren in Rotterdam. Op kamers. Maar eerst met vrienden naar Mallorca, eindelijk net als een gewone scholier: ‘Ik heb hard gewerkt, mevrouw. Ik vind dat ik het nu wel heb verdiend.’