Opinie

'Kan het debat over Europa alsjeblieft wat zakelijker?'

Met vage onlustgevoelens en simplistische oneliners komen we niet ver in Europa, schrijft oud-directeur-generaal van het Europese Parlement Gerhard ten Berge. 'De grootmachten van deze wereld willen sterke gesprekspartners.'

OPINIE - Gerhard ten Berge
Europees Commissaris Olli Rehn. Beeld afp
Europees Commissaris Olli Rehn.Beeld afp

In het overwegend schrale Europadebat dat in Nederland wordt gevoerd, worden over en weer sleetse argumenten (Europa goed voor vrede en handel) en populistische oneliners (de Europese Unie wordt een superstaat, Europa neemt onze identiteit weg en tast onze soevereiniteit aan) gebezigd, en worden met het grootste gemak etiketten opgeplakt (eurofiel, euroscepticus) die de inhoud niet dekken en in geen enkel opzicht verhelderend werken. Dat moet anders want onze houding ten opzichte van Europa bepaalt voor een belangrijk deel hoe het Nederland de komende jaren zal vergaan.

Twee vragen staan daarbij centraal: valt ons huidige bestuursmodel met in grote lijnen vier bestuurslagen (gemeente, provincie, landelijke overheid en EU) nog wel te rijmen met de moderne ontwikkelingen? En op welk bestuursniveau kunnen de problemen van deze tijd het best worden opgelost?

Europese superstaat
Het antwoord op de eerste vraag is ja, mits tijdig de nodige verschuivingen van bevoegdheden tussen de bestuurslagen plaatsvinden. Verschuiving van de centrale overheid naar gemeenten is in Nederland in volle gang. Tegelijkertijd worden vooral op financieel-economisch gebied bevoegdheden van de landen overgeheveld naar Europa maar dan wel met de aantekening dat de nationale regeringen daarbij bepalend blijven. Zoals minister Jeroen Dijsselbloem het onlangs formuleerde: 'Olli Rehn doet niets anders dan kijken of de lidstaten doen wat zij met elkaar hebben afgesproken'.

De natiestaat neemt een belangrijke plaats in in onze samenleving en dat zal ook zo blijven. Ik kom in Brussel zelden mensen tegen die een Europese superstaat willen; afgezien van een enkele zonderling zijn die er nauwelijks. Zij die te hoop lopen tegen het concept, zijn hedendaagse Don Quichottes die angstgevoelens aanwakkeren en exploiteren.

null Beeld anp
Beeld anp

Van verlies van identiteit is in Europa geen sprake. Eerder in tegendeel. Als zaken die beter Europees dan nationaal kunnen worden geregeld, op Europees niveau worden aangepakt, komt onder de EU-koepel meer ruimte voor regionale autonomie en dus voor bestuur dat dichter bij de bewoners van die gebieden staat (zie de ontwikkelingen in Schotland, Catalonië en België).

Eurofiel en euroscepticus?
En wat moeten we met etiketten als eurofiel en euroscepticus? Is een eurofiel iemand die meent dat bepaalde zaken alleen doeltreffend op Europees niveau kunnen worden aangepakt, zoals energiepolitiek, buitenlandse handel, bestrijding van belastingontwijking en van grensoverschrijdende criminaliteit, regulering van de financiële sector, gemeenschappelijke begrotingsregels waarbinnen overigens veel keuzeruimte blijft? Dan ben ik eurofiel. Is een euroscepticus iemand die vindt dat bij de lancering van de euro grote fouten zijn gemaakt en die systematisch besluiten op het laagstmogelijke bestuursniveau wil laten nemen als daarmee goede resultaten kunnen worden bereikt? Dan ben ik een euroscepticus.

Wij moeten ons niet te zeer door emoties en vooroordelen laten leiden en enkele harde feiten onder ogen durven zien: in 1900 was een op de vier bewoners van deze aarde Europeaan, in 2050 zal dat er 1 op 20 zijn. De grootmachten van deze wereld willen sterke gesprekspartners; de invloed van Nederland in de wereld loopt dan ook steeds meer via Europa. Bedrijven opereren internationaal; dan zal het beleid dat ook deels moeten worden. Of zoals Daniel Bell zegt: 'The nation state has become too small for the big things and too big for the small things' .

Calimerogedrag
De wereld verandert, ons bestuursmodel zal moeten meebewegen.
Calimerogedrag heeft Europa niet nodig: de EU is de grootste economie van de wereld; de overheidsschuld van de hele eurozone is kleiner dan die van Japan en op de concurrentie-index van het World Economic Forum staan vijf EU-landen in de top-tien.

Laat het Europadebat in Nederland op basis van feiten en met argumenten worden gevoerd, op een iets zakelijker manier dan nu vaak het geval is. Met vage onlustgevoelens en simplistische oneliners komen we niet ver in Europa en bereiden we ons land slecht voor op de toekomst.

Gerhard van den Berge is oud-directeur-generaal van het Europese Parlement.

Meer over