Column

Kamerleden hebben geen verstand van kankerscreenings

null Beeld

Ergens in het park naast mijn huis zit elke lente een koekoek. Over een paar weken dropt die vast een ei in het nestje van het heggenmuspaartje dat afgelopen winterweekend mijn zonnebloempitjes oppeuzelde. Weg heggenmuseitjes. Covid-19 is ook zo’n koekoeksjong. Kanker, versleten heupen, kapotte hartkleppen, alles wijkt. Al in augustus vorig jaar kopte deze krant dat er vijfduizend minder kankerdiagnosen waren. Maar het zijn bij borstkanker vooral de ‘misschien beginnende’ kankers (carcinoma in situ) en stadium-1-kanker. Zelfs als je daar niks aan doet ‘ontsporen’ die lang niet allemaal. Bij navraag bij de Kankerregistratie blijkt dat in 2020 ongeveer 20 procent minder melanomen zijn gevonden dan verwacht. Erg? Valt mee.

In een recent Kamerdebat over preventie hielden Kamerleden gloedvolle betogen en dienden ze moties in om nog meer aan vroege opsporing te doen: longkankerscreening (niet bewezen effectief), MRI’s bij borstkankerscreening (tegen een recent advies van de Gezondheidsraad), en een oproep tot onderzoek naar screening op en voorlichting over huidkanker. Álle Kamerleden stemden voor die laatste motie, waarmee mijn idee bevestigd is dat ze allemaal niets van screening begrijpen.

Van alle kanker in Nederland is 37 procent het betrekkelijk onschuldige basaalcelcarcinoom (zo’n 50 duizend per jaar). Je gaat er vrijwel nooit dood aan en meestal is de behandeling niet ingrijpend tenzij het bijvoorbeeld op het puntje van je neus zit, want dan houd je soms een raar neusje over. De grootste stijging in het aantal gevallen zit hem in deze groep.

Het aantal andere soorten huidkanker, waaronder melanomen, steeg van 3.924 in 1989 naar 22.063 in 2020. Gecorrigeerd voor de veranderde leeftijdsopbouw en bevolkingsgroei nam vanaf 2007 het aantal vrouwen met een melanoom toe van 23 naar 30 per 100 duizend en bij mannen van 19 naar 27 per 100 duizend. Van de toename, die ook nog eens vooral bij personen boven de 70 zit, lig ik niet wakker. Waarom niet? Simpel, er zijn ruim vijf keer meer mensen met huidkanker maar de jaarlijkse sterfte verdubbelde in die 30 jaar slechts, van 406 naar 884. Dat kan twee dingen betekenen: de behandeling is beter geworden of dokters noemen een plekje vaker kanker. Het klopt allebei. Er zijn steeds meer stadium-1A-melanomen: 60 procent van alle melanomen in 2007 en ruim 70 procent in 2017. Het risico op een melanoom is bij heel fanatieke zonaanbidders ongeveer twee keer zo hoog als bij schaduwverblijvers (ter vergelijking: het risico op longkanker is bij rokers 20 keer hoger dan bij niet-rokers). Dat ‘relatieve zonrisico’ kan de stijging van het aantal nooit verklaren, zo legde Gilbert Welch begin januari in een lucide artikel in New England Journal of Medicine uit. Zoveel zondoorstoofde mensen zijn er eenvoudig niet bijgekomen. Patiënten kijken volgens hem veel te vaak naar hun lijf en dokters hebben de criteria te veel opgerekt. Overdiagnose, dat is het probleem.

Het koekoeksjong covid-19 helpt daartegen. Politici moeten niet naar de tabakslobby maar ook niet naar de screeningslobby luisteren. Als je zelf een raar plekje hebt, mail dan maar even een plaatje aan je huisdokter. Meer hoeft niet.

Meer over