Opinie

Kabinet moet meer doen om bedrijven op weg te helpen naar een duurzame economie

Als het aan de EU ligt, moeten bedrijven straks verslag doen van de effecten van hun activiteiten op mens, milieu en samenleving. Hoog tijd dat het kabinet dit ondersteunt.

Bedrijventerrein Pernis gezien vanuit de Euromast te Rotterdam. Beeld Arie Kievit / de Volkskrant
Bedrijventerrein Pernis gezien vanuit de Euromast te Rotterdam.Beeld Arie Kievit / de Volkskrant

Niet alleen de rechter heeft onlangs bepaald dat Shell meer tempo moet maken met de plannen voor CO2-reductie. Ook de Europese Unie onderstreept de zorgplicht van grote bedrijven voor mens, milieu en samenleving met de zogeheten ‘Corporate Sustainability Reporting Directive’ (CSRD), in aanloop naar een duurzame economie in 2050.

Dit nieuwe EU-voorstel houdt in dat grote bedrijven al vanaf 2023 in hun jaarverslag moeten opnemen wat de effecten zijn op milieu en samenleving van bijvoorbeeld een fabrieksuitbreiding of de arbeidsomstandigheden waaronder geïmporteerde kasten uit het verre buitenland zijn gemaakt. Deze richtlijn heeft nu al grote gevolgen voor de dagelijkse operatie van bedrijven die daar nog lang niet klaar voor zijn. Daar moet de regering bij helpen. Dat betekent meer dan roepen dat duurzaamheid belangrijk is: het kabinet moet het voortouw nemen ter verzilvering van de kansen van deze nieuwe EU-richtlijnen.

Volgens het Europese voorstel moeten straks de organisaties die gezamenlijk 75 procent van de economie uitmaken, verslag doen van hun duurzaamheidspraktijken. Veel ondernemers doen nu al hun uiterste best om zich als beste jongetje van de klas te presenteren met een duurzaam verantwoorde organisatie. Veelal ingegeven voor de gunst van de consument. Of dat nu gaat om hergebruikt verpakkingsmateriaal bij het pak yoghurt dat wordt gekocht in de winkel, of de kleding die niet langer in verwaarloosde fabrieken in Bangladesh wordt gemaakt.

Greenwashing

Duurzaamheid inzetten als marketinginstrument vergroot tegelijkertijd de kans op greenwashing of zelfs fraude, zoals ook de Autoriteit Consument & Markt heeft gesignaleerd. Als het aan de EU ligt, komt daar snel een einde aan.

Dat gaat niet zonder slag of stoot. Voor de meeste ondernemers betekent dit een fundamentele verandering in hun dagelijkse operatie. Hoewel duurzaamheid voor veel bedrijven met meer dan 250 medewerkers een belangrijk thema is, blijkt dat het merendeel geen concrete doelstellingen en strategie heeft die gericht is op objectieve verslaglegging van de effecten van hun bedrijfsactiviteiten op mens, milieu en samenleving. Dat is nodig om vervolgens bedrijfsprocessen daarop aan te passen en gegevens te verzamelen voor betrouwbare rapportage.

Als het aan de EU ligt moeten accountants dat straks ook, naast de financiële resultaten, gaan controleren. Het nieuwe kabinet moet bedrijven daarin ondersteunen. Werkgeverspartners als VNO-NCW en MKB-Nederland moeten samen optrekken om bijvoorbeeld een kenniscentrum op te tuigen waar bedrijven terecht kunnen voor educatie en opleiding. De Nederlandse regering moet snel bij Brussel aankloppen voor toezicht op consistente en kwalitatief betrouwbare informatie, mede om een volgende papieren tijger te voorkomen. Rekenmeesters als accountants en banken zullen eveneens snel in actie moeten komen om hun klanten op weg te helpen, of zo nodig samen te brengen om van elkaar te leren, op weg naar hun aankomende plichten.

Europese onderhandelingen

In de Tweede Kamer zijn inmiddels vragen gesteld over de EU-richtlijnen. De roep om actie is groot. Tegelijkertijd waarschuwt minister Wopke Hoekstra (Financiën) voor nieuwe Europese onderhandelingen die de boel nog kunnen veranderen. Het lijkt erop, dat Hoekstra hiermee aangeeft dat de soep niet zo heet wordt gegeten als de EU haar nu opdient. Of anders gezegd, het demissionaire kabinet ziet geen aanleiding om Nederland voor te bereiden op een onafwendbare ontwikkeling.

Dat de rechter zoals bij Shell de politiek lijkt in te halen, zou voorkomen moeten worden voor al die duizenden Nederlandse bedrijven waarvoor de Europese duurzaamheidscontrole straks van toepassing is. Daarom moeten bedrijven de gelegenheid krijgen zich goed voor te bereiden op duurzaamheidsverslaglegging. De EU-richtlijnen zijn bovendien een spoorboekje en katalysator voor het verduurzamen van de Nederlandse economie. Dat zorgt immers ook voor werkgelegenheid en versterkt de ontwikkeling van kennis en talenten.

De Nederlandse overheid doet er goed aan zich in te zetten voor een economie waarin het straks de normaalste zaak van de wereld is dat bedrijven niet langer alleen worden beoordeeld op hun financiële resultaten, maar ook op hun bijdrage aan een brede welvaart. Zonder dat daar een rechter aan te pas hoeft te komen. Dat is goed voor onze democratie, mens, milieu en samenleving.

Wim Bartels is partner bij audit- en adviesbedrijf KPMG