ingezonden brievenOpinie

Journalisten en hun sensatiegeschrijf? Welnee, het is goede onderzoeksjournalistiek

Redactie
Hugo de Jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geeft uitleg aan de pers over het gebruik van zijn privé emailadres.   Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Hugo de Jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geeft uitleg aan de pers over het gebruik van zijn privé emailadres.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Lezer Henk Willems vindt de onthullingen die de Volkskrant in de afgelopen maanden publiceerde, hijgerig sensatiegeschrijf waar hij niet op zit te wachten. Ik wel. Als wet- en regelgeving en al dan niet tijdelijke maatregelen tot stand komen op basis van verkeerde informatie, twijfelachtige inzichten, onderlinge afspraken, of dubieuze procedures, moet dat aan het licht gebracht worden.

Vooral als de Tweede Kamer haar controlerende taak te licht lijkt op te vatten. Denk aan al de affaires en schandalen uit de laatste jaren. Dat zulke onderzoeken mogelijk kosten voor de staat met zich meebrengen, hoort erbij als die staat het onderzoek veroorzaakt. En die kosten zijn peanuts vergeleken met de (compensatie-) ellende die dit soort regelgeving kost. Dat is geen sensatiegeschrijf, dat heet onderzoeksjournalistiek. En journalisten kunnen meer dan de individuele burger, dat is in de afgelopen tijd ook wel duidelijk geworden.

Anne Jacobs, Groningen

Scherpslijperij

Wat krijgen de leiders van progressieve partijen ervan langs, of ze kastijden zichzelf, zoals Ploumen onlangs. Sinds Kaag op de tafel ging staan wordt er op haar gejaagd. Woedend fulmineert de achterban tegen het amateuristische gedoe bij Volt en wordt de leiding van D66 ter verantwoording geroepen. Waarin schuilt dat verschil tussen de kiezers op links en de kiezers op rechts?

De leider van de VVD mag liegen, Hoekstra maakt Omtzigt onschadelijk en bij extreemrechts hoor je een achterban nooit morren. Als politiek leider van een progressieve partij heb je geen rechtse tegenstanders nodig. De achterban grijpt je in de kladden als je een verkeerde zet doet.

Toegegeven, er zijn fouten gemaakt door progressieve leiders en het is goed dat zij ter verantwoording worden geroepen. Maar het politiek spectrum zou meer in evenwicht komen bij minder scherpslijperij op links en een kritischer bewustzijn bij rechts.

Jan Bouman, Zeist

Poppetjes

In de politiek worden de ‘poppetjes’ tegenwoordig als belangrijker gezien dan de standpunten van een partij. Tot mijn ongenoegen doet Max Pam volop mee aan die spelletjes.

Hij zet vraagtekens bij de politicus Lilianne Ploumen, waarbij hij niet haar politieke inhoud, maar haar uiterlijke kenmerken doorslaggevend vindt. En op deze wijze politiek beschouwend, laveerde hij al langs Ploumen, Borst en Kaag.

Hoewel politiek inderdaad steeds meer als kermisattractie dan als serieuze bezigheid wordt gezien, had ik van Pam dus een andere, slimmere en meer genuanceerde invalshoek verwacht.

Willem Haanstra, Bolsward

Bezorging

In een poging de problemen te bestrijden, krijgen nieuwe krantenbezorgers een startbonus van 1.000 euro. Ik vrees dat dit geen soelaas brengt, want het probleem zit veel dieper.

Kijk hoe er bij een uitgeverij als DPG met klanten wordt omgegaan: als je vooraf 225 euro per kwartaal betaalt, krijg je soms wel en soms niet de krant bezorgd. De houding zou moeten zijn: er zijn abonnees die hun geliefde dagblad te laat of niet bezorgd krijgen, we kunnen onze verplichting niet nakomen, we gaan uw dagblad koste wat het kost op tijd bij u krijgen, desnoods via een bezorgdienst.

Helaas. De directeur-uitgever van DPG Media heeft de handdoek al gegooid door te erkennen dat zelfs bij indiensttreding van 1.000 extra bezorgers een vlekkeloze distributie niet is gegarandeerd. En een structureel betere beloning voor bezorgers wordt als onbespreekbaar betiteld. Maar DPG noteerde over 2021 wel een nettowinst van 228 miljoen euro. Aandeelhouder blij, klant boos. En de telefooncomputer voor de afhandeling van de bezorgklachten ratelt maar door.

Ruud van den Bemt, Boxtel

Lerarentekort

Theo Jan Renkema steltdat het lerarentekort kan worden opgelost als leraren meer gaan werken. Hij heeft gelijk dat er in het onderwijs relatief veel deeltijders zijn, maar vraagt zich niet af waaróm. Dat is jammer, want hij komt daardoor uit bij een oplossing die niet helpt.

Veel docenten zouden best meer willen werken. Het probleem zit hem in wat dat betekent. Een fulltime baan in het onderwijs bedraagt 1.659 klok­uren per jaar. Dat is erg krap in verhouding tot de hoeveelheid werk die je daarin moet verzetten. Wil je een enigszins normale werkweek hebben, zit er maar één ding op: parttime werken en accepteren dat je, zeg, 1.500 uur werkt, maar daarvoor bijvoorbeeld maar 80 procent salaris krijgt.

De oplossing van Renkema zou zomaar averechts kunnen uitpakken. Als werken in het onderwijs niet meer behapbaar is, mag je vrezen voor allerlei vormen van uitval en raak je misschien wel meer werkuren kwijt dan dat je er via de ophoging van de werktijdfactoren bij had gekregen.

Jacquelien Kool, docent, Sint Odiliënberg

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Meer over