GastcolumnJeroen Dera

Jonge boekmijders verzetten zich het hele jaar tegen lezen, maar er is iets tegen te doen

Een jongen van 15 leest een boek als huiswerk.  Beeld HH
Een jongen van 15 leest een boek als huiswerk.Beeld HH

‘Geef je kleinkind deze zomer een avontuur cadeau!’ pronkte een poster in de lokale boekhandel. Zo ver moeten we in de boekmarketing gaan om kinderen in de zomer aan het lezen te krijgen. Wie anders dan opa of oma, de logische doelgroep voor zo’n campagne omdat ouders zelf niet in een boekhandel komen, kan nog een verschil maken in de barre tijd waarin de jeugd ook onder de zon aan een scherm gekluisterd zit?

Het fenomeen van de zomerleesdip is in de onderwijswereld welbekend. Laat kinderen zes weken los in een speeltuin of park en ze komen met minder leesvaardigheid terug naar school dan ze hem in juli verlieten. Voor andere vaardigheden geldt overigens hetzelfde, en een jaar thuisonderwijs maakt het er al helemaal niet beter op. Logisch dus dat ook grootouders in de strijd worden betrokken – de omzet van de boekhandels komt het vast ook ten goede.

Snel op Marktplaats

Toch heeft het iets opmerkelijks, die term ‘zomerleesdip’. Bij een leesdip stel ik me een soort curve voor die redelijk stabiel verloopt en dan opeens een neerwaartse duik inzet. Voor een groeiende groep kinderen, zeker tieners, is er echter helemaal geen sprake van een stabiele lijn. Die kinderen lezen hoegenaamd niet, en al helemaal niet thuis. Geeft opa een boek? Leuk hoor, oude man, ik zet het snel op Marktplaats.

Die zogenaamde ‘boekmijders’ beslaan ongeveer eenderde van de Nederlandse jongeren. In hun geval zou je wensen dat ze een zomerleesdip hádden, want dat zou tenminste impliceren dat ze in onderwijsperiodes wel lazen. Ook voor schoolopdrachten zijn zulke boekmijders echter nauwelijks tot lezen te bewegen, zelfs niet als je influencers zoals Famke Louise inhuurt in een poging ze een pagina te laten opslaan.

Collectief lezen

Docenten Nederlands zoeken het dan ook steeds meer in het creëren van collectieve leestijd binnen de les, in een wanhopige poging het lezen op peil te krijgen. Ze starten de les met tien minuten lezen, vaak met een geprojecteerde klok op het bord die aangeeft hoe lang de exercitie nog zal duren. Handig, zeggen bevriende docenten, want op die manier ontstaat een routine die ook helpt om de les ordelijk te laten verlopen. Handig, zeggen ook hun leerlingen, want op die manier hoef je thuis niet meer in je boek te lezen.

Alleen weten we allemaal: drie keer tien minuten in de week is veel te weinig. Het wordt dan ook hoog tijd om de verantwoordelijkheid voor het leesonderwijs breder te beleggen. Lezen in het voortgezet onderwijs hoort niet alleen op het bordje van de leraren Nederlands, maar is een zaak die de hele school aangaat.

Leesvaardigheid essentieel

Een zeer ervaren docent aardrijkskunde vertrouwde me laatst toe dat haar havo-leerlingen onvoldoendes halen voor toetsen die ze tien jaar geleden nog op het vmbo gaf. Niet omdat ze geen klimaatsystemen kunnen doorgronden, maar omdat ze niet begrijpen wat er van hen wordt gevraagd. Leesvaardigheid is essentieel om in ons onderwijssysteem te kunnen meedraaien. Het vwo-examen natuurkunde van dit jaar bevatte nota bene 17 pagina’s tekst, terwijl vmbo-leerlingen bij biologie een opgave over fruitvliegjes voorgelegd kregen die je onmogelijk kunt beantwoorden als je niet geconcentreerd kunt lezen.

Met de dramatische PISA-scores in het achterhoofd is een serieuze omwenteling nodig in ons denken over leesonderwijs. Een geletterde democratie bereiken we niet met die enkele enthousiaste ambassadeurs die een vonk doen overslaan bij kinderen die er ontvankelijk voor zijn. Daarvoor moeten we lezen weer normaliseren, vanaf de basisschool tot het eindexamen, op alle niveaus. Niet door af en toe een vrij leesmoment in te plannen in de taalles, maar door elke dag een volledig lesuur te reserveren voor een onderdompeling in taal. Zónder telefoon, mét een boek naar keuze. En de docent? Die leest ook.

Mediatheek

Het gros van met name de middelbare scholen, waar vaker en vaker wordt bezuinigd op de mediatheek, laat zijn maatschappelijke taak hier liggen. Wie wel eens een ‘computeruur’ in het voortgezet onderwijs bezocht heeft, snapt onmiddellijk welke activiteiten we kunnen opofferen om leerlingen een leesuur te gunnen. Want om ‘gunnen’ gaat het: met geletterdheid gaan sociaal-economische posities gepaard.

Zal het fenomeen van de boekmijder verdwijnen als we collectief gaan lezen? Natuurlijk niet. Maar die boekmijder zal op zijn minst een betere, meer geïnformeerde lezer en denker worden. En als oma in de zomer een boek cadeau doet, dan verdwijnt dat ongetwijfeld nog steeds op Marktplaats – alleen dan als ‘tweedehands’.

Jeroen Dera is universitair docent Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is in juli gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Jeroen Dera Beeld
Jeroen Dera
Meer over