ColumnElma Drayer

Je zou kunnen concluderen dat De School en het Afrika Museum zich laten intimideren. Geheel uit vrije wil

Alle musea lopen sinds een paar jaar op eieren, maar de etnografische helemáál. Continu moeten zij laveren tussen hun dubieus geachte ontstaansgeschiedenis en de gevoeligheden van de huidige generatie antiracismeactivisten.

Neem het Afrika Museum in Berg en Dal. Dit brave museum komt voort uit de collectie die de paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest op hun missiereizen verzamelden. Van die oorsprong is weinig meer te merken. Heel eigentijds luiden de toverwoorden er tegenwoordig ‘diversiteit’ en ‘cross-cultureel’. Maar je doet het niet snel goed.

Nietsvermoedend begon dit museum onlangs een vrolijke zomercampagne, waarin je een wit stelletje ziet in malle babyboomerskledij. Pay-off: ‘Leuk samen een dagje Ghana. Lekker ver weg in eigen land.’

Niks mis mee, zou je zeggen. Hooguit nogal tuttig. Daar dacht kunstenaar en oud-tentoonstellingsmaker Richard Kofi anders over. Op Instagram postte hij een afbeelding uit het spotje met als commentaar: ‘Wauw.. @afrikamuseum, really?????’

Naar verluidt kreeg hij massaal bijval uit de zwarte gemeenschap. Dagblad de Gelderlander sprak althans van ‘veel respons’, waaruit volgens de krant bleek dat Kofi’s kritiek ‘gedeeld wordt door veel mensen en de campagne als kwetsend wordt ervaren’. Bij Omroep Gelderland lichtte de kunstenaar toe het een ‘ridiculiserende’ campagne te vinden. ‘Je kunt niet zo omgaan met de complexiteit van de identiteit en het culturele kapitaal van een continent.’ Belangrijkste bezwaar, als ik het goed begrijp: het spotje gaat voorbij aan de slavenhandel die zich ooit in Ghana heeft afgespeeld.

Hoe reageerde het Afrika Museum op de commotie? Haalde het er de schouders over op? Maakte het duidelijk dat het zich nu eenmaal voornamelijk richt op het hedendaagse Afrika? Dus dat zo’n verwijt van gebrekkige aandacht voor het slavenverleden op z’n minst vergezocht is?

Welnee. Haastig liet de directie via Instagram weten: ‘Jullie terechte reacties hebben ons doen inzien dat we niet de juiste keuzes hebben gemaakt.’ De zomercampagne werd per direct stopgezet. In één moeite door bood het museum ‘iedereen’ excuses aan die ‘onze uitingen als kwetsend heeft ervaren’. Waarna het toezegde ‘onze werkwijze omtrent het tot stand komen van marketingcampagnes’ aan te passen.

Welkom, welkom. Welkom bij het rap groeiende gezelschap organisaties dat per ommegaande zwicht voor het eisenpakket van antiracismeactivisten. Eerder zag je al hoe uitgeverijen en universiteiten ervoor capituleerden, door respectievelijk vertalingen aan te passen en onwelgevallige sprekers te weren. Verser in het geheugen ligt het (prachtige) verhaal van Ashwant Nandram in deze krant over de werdegang van de Amsterdamse nachtclub De School. Personeel en programmering zouden volgens activisten ‘te wit’ zijn. Dat de club zich niet hardop solidair verklaarde met de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam was al evenzeer een zonde tegen de vigerende leer. Na een ‘emotionele bijeenkomst’ half juli – die als je het mij vraagt meer weg had van een maoïstisch volkstribunaal – ging de directie diep door het stof en stapte op.

Je zou kunnen concluderen dat De School en het Afrika Museum de tijdgeest prima verstaan. Je zou ook kunnen concluderen dat ze zich laten intimideren. Geheel uit vrije wil.

Meer over