ColumnLoes Reijmer

Je zag het gesprek deze week kantelen. Zei iemand al iets over een heksenjacht?

null Beeld
Loes Reijmer

Daar was-ie dan. Het duurde 19 dagen en pakweg 17 uur en 23 minuten, maar toen was de backlash een feit.

Na de documentaire van Tim Hofman over The Voice of Holland was er eerst de schok, gevolgd door daadkracht. De maatschappelijke discussie bleek godzijdank verder dan 4,5 jaar geleden, toen mensen nog weleens op de proppen kwamen met ‘waarom ga je dan met hem mee’, ‘is dat nou zo erg’ en ‘zo gáát het nu eenmaal’. Zie alleen al de welhaast hans-klokkiaanse tournure van Angela de Jong, het geweten met de afstandsbediening. Die schreef in het najaar van 2017, tijdens de eerste #MeToo-golf, nog over knietjes geven, de man in kwestie ‘op luide toon zijn vet geven’, ook al verlies je daarmee je baan. Ze ergerde zich aan al die slachtofferige vrouwen aan de talkshowtafels om nu, avond aan avond, aan diezelfde talkshowtafels te vertellen hoe erg het allemaal is. Soms zit maatschappelijke vooruitgang gewoon op de bank te zappen – Yvonne Kroonenberg had het helemaal verkeerd.

Toch zag je het gesprek kantelen deze week. Na elke nieuwe onthulling – en dat waren er nogal wat – nam het ongemak toe. En zo ontstaat langzaamaan het idee dat er een horde bloeddorstige, met het knipmes zwaaiende vrouwen door de straten trekt, niet voor enige rede vatbaar, met in hun kielzog iets te gretige hr-medewerkers en de media. Zei iemand daar al iets over een heksenjacht?

Soms zou ik willen dat er geen consequenties zijn. Want die consequenties veroorzaken kortsluiting in ons hoofd. We gaan dingen met elkaar vergelijken: zo’n hand op de bil door de baas, weegt die op tegen zijn ontslag? Ja, een dickpic appen is erg, maar is het erg genoeg om een voetbalclub te gronde te richten? Het antwoord daarop lijkt al snel ‘nee’.

Terwijl: het gaat om onvergelijkbare eenheden. Die hand op de bil staat bijna nooit op zichzelf. Het is een symptoom van een cultuur waarin dit soort dingen oké zijn, worden weggelachen. Een cultuur ook waarin een bepaald soort leidinggevende komt bovendrijven en anderen vertrekken. We focussen op de pijnlijke consequenties voor de man in kwestie, het verlies van een baan, een reputatie, misschien wel een relatie. Het gaat veel minder over wat zijn gedrag en de cultuur waarin dat kan gedijen ánderen hebben gekost.

Himpathy, noemt de Amerikaanse filosoof Kate Manne deze reflex: het meevoelen met de man die wordt beschuldigd van seksuele intimidatie, wangedrag of erger. ‘Hoeveel druk kan een mens aan’, schreef een journalist op Twitter toen bleek dat ook Spaanse kranten berichtten over de dickpics van Marc Overmars.

Op medeleven is natuurlijk weinig tegen. Alleen heeft himpathy het vervelende gevolg dat degenen die het wangedrag hebben aangekaart in de agressors veranderen: de slachtoffers worden daders. De vrouwen die de Vlaamse televisiemaker Bart De Pauw beschuldigden van belaging en cyberstalking werden genadeloos veroordeeld door de publieke opinie, zelfs nog nadat de rechter hém had veroordeeld. Ze worden verantwoordelijk gehouden voor de consequenties, terwijl de verantwoordelijkheid toch echt bij hem ligt.

In deze rommelige, ongemakkelijke, vermoeiende fase van de tweede #MeToo-golf domineert het idee van de overreactie, de kans dat beschuldigden onterecht of buitenproportioneel worden gestraft. En hoewel dit zeker weleens voor zal komen, is de kans nog altijd veel groter dat er wel echt iets gebeurd is. We hebben de cijfers van seksueel grensoverschrijdend gedrag immers allemaal in de kranten gezien, de afgelopen weken.

Het gemak waarmee vrouwen desondanks hysterie en bloeddorst wordt aangewreven, bewijst nog maar eens hoe hard Mariëtte Hamer aan de bak moet.

Meer over