OpinieJongeren tijdens de coronacrisis

‘Je moet jongeren niet betuttelen, maar betrekken’

Jongeren stonden in deze coronacrisis lang aan de zijlijn. Wat vinden ze van Ruttes uitnodiging om opbouwende kritiek en ideeën aan te dragen?

Een meisje laat zich fotograferen door een vriendin op een lege Dam.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Mert Kumru (22, jongerenvertegenwoordiger bij de VN):

‘Jongeren juichen dit initiatief toe, maar we zijn ook voorzichtig: zeggen dat ze zich moeten uitspreken is één, ernaar luisteren en zeker ernaar handelen is iets anders. Aan het begin van de coronacrisis werden we vooral toegesproken: houd je aan de regels. Er was weinig ruimte voor inbreng. Dan worden we betutteld, niet betrokken. Velen kregen het gevoel dat ze niets mochten inbrengen, dat er over en voor hen besloten werd. Dat legt een voedingsbodem voor een generatieconflict.

‘Daarom is dit een goede stap. We moeten spreken over toegang tot scholen, maar ook over de arbeidsmarkt, met vele jonge zzp’ers en hun kansloze positie op de huizenmarkt. Het is niet alleen belangrijk dat jongeren politici adviseren, maar ook dat politici hun plannen voorleggen aan jongeren en zelf ­advies inwinnen. Temeer daar de rekening van deze crisis vooral op ons bord zal belanden. Met het oog op de verkiezingen volgend jaar is het in het belang van politici om jongeren daarbij te betrekken.’

Micha de Winter (68, pedagoog, zat in werkgroep Sociale Impact Corona die het kabinet adviseerde jongeren te raadplegen):

‘Tot nu toe richtte het kabinet zich vooral op het bestrijden van het virus en op de medische aspecten. Het wordt meer van belang de ­sociale gevolgen te bekijken en daarvoor is ook het betrekken van jongeren cruciaal. Zij kampen met studieschulden, met werkloosheid, met geweld in gezinnen. Ze hebben het gevoel dat ze van alles niet mogen – niet sporten, niet naar school, niet naar buiten met vrienden – en geen inspraak hebben. Sommigen menen dat het hun probleem niet is, maar een probleem van ouderen. Ze mogen van alles niet, moeten van alles wel, en krijgen boetes bij een misstap.

‘Het is zowel voor hun mentale gezondheid als voor het ontwikkelen van hun verantwoordelijkheidsgevoel van belang dat ze regie over hun leven krijgen. Die kans was hun in eerste instantie ontnomen. Nu we van crisis- naar herstelfase gaan, is het goed hun die mogelijkheid alsnog te bieden. Een democratie draait om burgerschap.

‘Inspraak wil niet zeggen dat jongeren de 1,5-metermaatregel kunnen herzien, maar ze mogen meedenken over de inrichting van hun school of sportclub. Het gaat niet om het beïnvloeden van kabinetsbeleid, maar om lokale initiatieven. Burgemeesters en jongeren-­ werkers kunnen ideeën verzamelen in de wijken. Juist jongeren die in Kanaleneiland in Utrecht, in Amsterdam-Zuidoost of Rotterdam-Zuid in flatjes met zes broers en zussen op elkaars lip zitten en amper naar buiten mogen, moet je zien te bereiken. Deze oproep is primair aan hen gericht, en minder aan goedgebekte jongeren in het jeugdparlement of jongerenpartijen. De doelgroep zal heus geen persconferentie van Rutte kijken; dat de oproep van de premier komt, heeft vooral symbolische betekenis. Het is nu aan burgemeesters, lokale initiatieven en jongerenwerkers: je moet het zo dichtbij mogelijk organiseren.’

Bas van Weegberg (23, voorzitter FNV jong):

‘Wij nemen de handschoen die Rutte werpt graag op. Het werd hoog tijd dat jongeren erbij betrokken werden, want we verkeren al maanden in lockdown en werden tot nog toe niet gehoord. Sinds de oproep is het snel gegaan: we werken nu samen met het Landelijk Aktiecomité Studenten en de Nationale Jeugdraad om de belangen van jongeren ten tijde van de crisis te behartigen. Zo moeten we betere voorzieningen bedenken voor de talloze jonge flexwerkers die zonder opdrachten zitten.

‘Ook is eenzaamheid onder jongeren een belangrijk thema. Daarnaast werken we met de jongerenraad van de SER, met CNV-jongeren en met de Klimaatbeweging om onze plannen ingang te doen vinden bij het kabinet. Bovendien hebben we een mailbox geopend om alle individuele ideeën te verzamelen. We zijn dankbaar voor de uitnodiging, nu is het zaak om door te pakken.’

Suzanne Pappot (34, communicatiespecialist Kindertelefoon):

‘Na de schoolsluiting kregen we meer telefoontjes van jongeren die bang waren voor het virus en zorgen hadden over familie, of onzeker waren over hun voortgang op school. Ook was er een toename van problemen thuis, huiselijk geweld of ruzies. Voor sommigen werd verliefdheid ineens extra gecompliceerd.

‘Na de eerste weken bleek uit de gesprekken juist veel veerkracht en creativiteit: jongeren zijn ontzettend inventief als ze op de juiste manier worden aangemoedigd. In thuissituaties met veel ruzie bedenken ze plekken om rust te vinden. Ze zijn vindingrijk voor het bedenken van oplossingen voor hun eigen situatie. Zeker voor hun eigen leefgebied zijn zij de experts. Bovendien is het stimuleren van zelfoplossend vermogen goed voor hun ontwikkeling. Ze hebben vaak een kleine duw of vraag nodig om met ideeën te komen, maar het is van belang de goede vragen te stellen.

‘Dat lijkt simpel, maar onze vrijwilligers volgen een zeer uitgebreide cursus om dat onder de knie te krijgen. De oproep ‘lever je ideeën in’ is een begin; voor sommigen is het een stimulans, ­velen zullen toch meer aanmoediging nodig hebben.’

Meer over