ColumnThomas van der Meer

Je kunt zeggen dat het niet zo erg is dat ik meneer Blokker niet leuk vind. Maar zo eenvoudig ligt het niet

null Beeld
Thomas Van Der Meer

Meneer Blokker (88) krijgt bezoek van zijn vrouw en de hele afdeling staat op de uitkijk. Ramptoerisme, anders kan ik het niet noemen.

‘Het is haar eigen schuld, toch?’, vraagt de stagiair (18). ‘Ze heeft er zelf voor gekozen met meneer Blokker te trouwen.’

‘In onze tijd ging dat heel anders, kind’, zegt mevrouw Van Wijngaarden (87). ‘Zat er niets van je gading bij, dan moest je genoegen nemen met minder. Er moest nu eenmaal worden getrouwd.’

‘Wat een fucking nachtmerrie’, zegt de stagiair.

‘Daar is ze!’, roept mevrouw Peereboom (92).

De auto van de zoon van meneer en mevrouw Blokker rijdt de parkeerplaats op. De zoon stapt uit en opent de achterklep om zijn moeders rollator uit te laden. Daarna helpt hij haar uit de auto. Vol ontzag kijken we hoe mevrouw Blokker met haar rollator naar de ingang stiefelt. Haar zoon loopt erachteraan met een grote doos van de bakker in zijn armen. Ze hebben iets te vieren: meneer en mevrouw Blokker zijn vandaag zestig jaar getrouwd. Een diamanten huwelijk.

‘Ach’, zegt mevrouw Van Wijngaarden zachtjes. Ze schudt meewarig het hoofd.

Later op de dag kom ik het echtpaar tegen op de gang, gevolgd door een stoet kinderen en kleinkinderen. Ze hebben het jubileum gevierd met een brunch in een restaurant.

‘Wat ziet u er netjes uit, meneer Blokker’, zeg ik.

‘Huh!’, roept hij.

‘Hij zegt dat u er netjes uitziet!’, roept zijn zoon in zijn oor.

‘Waarom zou ik er niet netjes uitzien op mijn trouwdag?’ Ten overstaan van het hele gezelschap vertelt hij dat hij niets aan de brunch vond. ‘Ze hadden geen gewoon brood’, zegt hij, ‘en het duurde heel lang.’

Mevrouw Blokker slaat haar ogen neer en ik klem mijn kaken op elkaar.

Mijn collega Pieter loopt langs. Meneer Blokkers gezicht licht op. ‘Pieter! Goddank, jongen. Breng me naar mijn kamer.’

Pieter gaat naast hem staan en steekt zijn gebogen arm uit. Meneer Blokker haakt zijn arm door die van hem en samen schuifelen ze ervandoor.

Pieter is de enige die meneer Blokker kan verdragen. Hij heeft zelfs een band met hem opgebouwd. Hoe doet hij dat? Wat heeft Pieter dat ik niet heb?

Je zou kunnen zeggen dat het niet zo erg is dat ik meneer Blokker niet leuk vind. Ik ben ook maar een mens. Je kunt nu eenmaal niet iedereen leuk vinden. Maar zo eenvoudig ligt het niet.

Oude mensen kun je in twee categorieën verdelen: mensen die zichzelf kunnen vermaken en mensen die dat niet kunnen. Mevrouw Steur (88) is bijvoorbeeld iemand die zich prima vermaakt. Op haar tafel liggen een iPad, iPhone, een stapel boeken en de krant. Gisteren heeft ze Spotify ontdekt. ‘Alles staat erop’, zei ze. ‘Alle muziek van mijn leven.’

Veel andere bewoners doen helemaal niets, die zitten voor het raam te wachten tot er iemand op bezoek komt. Meneer Blokker kan zich ook niet vermaken. Hij brengt het grootste deel van de dag wachtend door.

Bij goede zorg hoort het faciliteren van een zinvolle dagbesteding. In de praktijk hebben we daar geen tijd voor. Basiszorg gaat natuurlijk voor: helpen bij het wassen, aankleden, eten en naar de wc gaan.

Elke dienst is een race tegen de klok. Als ik geluk heb, houd ik een half uur over om met bewoners naar buiten te gaan, een spelletje te doen of koffie te drinken. Dat half uurtje heb ik nog nooit aan meneer Blokker besteed.

Op de taart die mevrouw Blokker heeft meegenomen, staat een foto van het echtpaar. In de pauze snijdt mijn collega meneer en mevrouw Blokker in stukken. Ik krijg meneer Blokkers neus.

‘Hij is net mijn vader’, zegt Pieter. Op zijn bordje ligt een stuk met meneer Blokkers kale schedel erop. ‘Ik heb weleens tegen mijn vader gezegd dat hij niet zo moest snauwen tegen mijn moeder. Hij zei: ik ben nu eenmaal een mopperkont.’ Zuchtend prikt hij met zijn vork in de taart. ‘Eigenlijk zit ik hier gewoon weer met mijn vader opgescheept.’

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een verpleeghuis. Hij schrijft elke week een wisselcolumn met Arie Elshout. De namen in deze column zijn gefingeerd.

Meer over