Opinie

Je hoeft je niet te schamen voor 'nee' tegen orgaandonatie

Dat er nog steeds zoveel mensen zijn die geen gebruik maken van donorregistratie, komt door sociale druk, schrijft Martijn Molenaar. 'Op nee rust een taboe. Je wordt liever gezien als onverschillig dan als een egoïst.'

Actrice Marian Mudder en acteur Frank Lammers aan de telefoon tijdens de wervingsactie bij de start van de Donorweek (2012). Beeld anp
Actrice Marian Mudder en acteur Frank Lammers aan de telefoon tijdens de wervingsactie bij de start van de Donorweek (2012).Beeld anp

Deze week is het weer donorweek, de jaarlijkse campagne voor donorregistratie en orgaandonatie van onder meer de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) en het ministerie van VWS. De campagne richt zich op meer registraties, zowel voor ja als nee. Momenteel is ongeveer 26 procent van de Nederlanders ouder dan 15 jaar geregistreerd als orgaandonor, tegen 16 procent die heeft aangegeven daar geen trek in te hebben. De grootste groep van potentiële donoren (58 procent) heeft zich echter niet geregistreerd en dat aantal is de laatste jaren ongeveer gelijk gebleven. Ondanks vele campagnes. Of juist dankzij de campagnes, want vaak het is verkapte propaganda voor ja. Gewapend met de charmes van Willie Wartaal en andere BN'ers gaat er zelfs een heus Ja-team op tour door Nederland. Nee is taboe en daarom belanden de registratieformulieren nog altijd in de papierbak.

In gesprekken over donatie hoor je twee geluiden: de groep die trots kenbaar maakt donor te zijn, en die andere groep die beschaamd aangeeft 'nog niet de moeite te hebben genomen om zich te registreren, maar dat zeker snel gaat doen!'. Het andere antwoord hoor je eigenlijk nooit; nee behoort tot de categorie plofkip en PVV, je zwijgt daar liever over.

Hoewel ik mezelf beschouwde als een ja, belandden brieven van het Donorregister steevast in een laatje. Voor een andere keer. Maar laten we eerlijk zijn: registratie is een fluitje van een cent en ik kende via-via mensen met een donororgaan. Van de noodzaak was ik me heel goed bewust. Ik besloot het sluimerde gevoel van binnen serieus te nemen en maakte een lijst van argumenten tégen donatie. Die lijst bleef angstvallig kort. En irrationeel. Het woord was ongemak. Het gevoel dat het bij mijn overlijden niet meer om mij ging, maar om mijn onderdelen. Met onverschilligheid had mijn uitstelgedrag niks te maken.

null Beeld anp
Beeld anp

Taboe

Onder vrienden durfde ik het onderwerp amper aan te snijden. Hoe kon een progressieve, hoogopgeleide, biologisch vleesetende dertiger nou tegen orgaandonatie zijn? Ik was bang uitgemaakt te worden voor egoïstisch, of erger nog, conservatief.

Uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt, mezelf geregistreerd en behoor ik officieel tot het nee-kamp. Ik weet dat mijn ongemak niet zal verdwijnen en wil mijn geliefden niet opzadelen met keuzes die ik zelf nooit heb durven nemen.

Soms wordt me de terechte en confronterende vraag gesteld, 'Wat nou als jij ooit een donor nodig hebt? Als je principieel bent weiger je die!'. En ja, ik moet beschaamd toegeven dat ik donororganen zal accepteren. Het is hypocriet en egoïstisch. Maar het is ook de vinger op de zere plek. Niemand wil een slecht mens zijn. Ik vermoed dan ook dat het grootste deel van de 58 procent niet-geregistreerden in stilte tot het nee-kamp behoort. Liever onverschillig dan egoïstisch.

Politiek-correct

Ik wil hier niet pleiten tégen orgaandonatie. Voor mensen die ervan afhankelijk zijn, zijn gedoneerde organen het grootse geschenk dat ze kunnen krijgen. Maar nu campagnes er vanuit gaan dat wachten met registratie voortkomt uit onverschilligheid en nee wordt doodgezwegen, voedt dat de angst buiten de politiek-correcte groep te vallen. Met het voeren van een actieve campagne voor nee wordt deze grote groep pas echt kleiner. Orgaandonatie is een kwestie van leven en dood. Het is niet vanzelfsprekend dat je je organen wilt doneren. En daarvoor hoef je je niet te schamen.

Iedereen die met dezelfde dilemma's worstelt als ik, wees moedig. Je bent niet onverschillig. Er is helemaal niks mis met het hebben van twijfels. Je bent geen slechter mens als Willie of Anita Witzier. Maar leg wel je keuze vast! Zadel je nabestaanden niet op met jouw angst om te kiezen.

Martijn Molenaar (31) is werkzaam als promovendus Biochemie aan de Universiteit Utrecht.

Meer over