Feiten voor bij de borrel

Ja, de welvaart is gegroeid, maar is die groei wel eerlijk verdeeld?

De gemiddelde Nederlander is in vijftig jaar tijd veel rijker geworden, stelt het CBS. De welvaart is totaal schreefgegroeid, werpen critici tegen.

Bootjes op een gracht in het centrum van Amsterdam, op de eerste landelijke tropische dag van 2019.  Beeld Robin van Lonkhuijsen / ANP
Bootjes op een gracht in het centrum van Amsterdam, op de eerste landelijke tropische dag van 2019.Beeld Robin van Lonkhuijsen / ANP

Is er sprake van scheefgroei in de economie of gaat het crescendo met de welvaart van Nederlandse burgers? Die vraag staat centraal in een felle discussie tussen enerzijds Sander Heijne en Hendrik Noten, de auteurs van Fantoomgroei (daarin gesteund door de Rabobank), en anderzijds hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Heijne en Noten betogen dat veel Nederlanders onvoldoende profiteren van de economische groei en dat werknemers met flexcontracten en een laag uurloon in onzekerheid leven. Gemiddeld gesproken is het netto besteedbaar inkomen in vijftig jaar tijd echter ruimschoots verdubbeld, zo werpt Van Mulligen tegen. Welke feiten zijn in dit debat van belang?

Vooropgesteld: de economie is gegroeid en daarmee is ook de welvaart van veel burgers gestegen. De hoofdboodschap van het CBS – een doorsneeburger heeft in 2020 echt meer te besteden dan pak ’m beet in 2000 of 1980 – klopt ook wel. Er zijn meer tweeverdieners dan vroeger met een vast contract, een koophuis en twee auto’s voor de deur, die drie keer per jaar op vakantie kunnen en geld hebben voor de sportclub van hun kinderen.

null Beeld Volkskrant Infographics
Beeld Volkskrant Infographics

Eerlijke verdeling?

Heijne en Noten erkennen dat, maar zij stellen vervolgens de vraag of burgers niet meer hadden moeten profiteren en, vooral, of de verdeling wel eerlijk is. De auteurs vinden steun bij andere rekenmeesters die ook tot somberder cijfers komen dan het CBS. De Nederlandsche Bank, het Centraal Planbureau en bijvoorbeeld de Rabobank betogen dat zeker in de eerste tien jaar na de eeuwwisseling het besteedbaar inkomen is achtergebleven bij de economische groei. Ze gebruiken daarbij iets andere definities en rekenmethoden dan het CBS. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het inkomen per huishouden, is de groei veel lager. Het bewijst maar weer dat je een trend van vijftig jaar niet in één getal kunt vangen, zoals het CBS probeert. En daarbij blijft ook dat belangrijk aspect buiten beeld: hoe is de hogere welvaart verdeeld?

Burgers met een laag inkomen en geringe opleiding lijken namelijk minder te profiteren van de hogere welvaart, zo valt wonderlijk genoeg ook aan te tonen met cijfers van hetzelfde CBS. Deze burgers hebben een flexcontract met een laag uurloon, leven vaak in minder goede gezondheid en hebben moeite om rond te komen. Diverse indicatoren wijzen erop dat de kloof tussen arm en rijk de afgelopen jaren is verdiept.

Wie een lagere opleiding heeft gevolgd, had in 2003 in 19 procent van de gevallen een flexibel contract en dus een onzeker inkomen. Vlak voor het ontwrichtende coronajaar was dit in 2019 gestegen naar 35 procent, een aanzienlijk hoger percentage dan bij hoogopgeleiden. Onzekerheid over je bestaan is bovendien niet te vangen in een getal.

De burgers uit deze groep leven in de regel ook in slechtere gezondheid en gaan gemiddeld gesproken eerder dood. De geldzorgen zijn vaak zo groot dat grotere uitgaven, bijvoorbeeld voor de vervanging van meubels of de wasmachine, erdoor in de knel komen. Vakantie zit er meestal niet in. En de kinderen van ouders met lagere inkomens hebben ook minder kansen. Ze krijgen vaker een lager schooladvies en verdienen later ook minder.

Dit rijtje met cijfers over scheefgroei valt met gemak veel langer te maken. Eigenlijk zou het CBS nog een keer in zijn eigen cijfers moeten duiken om een antwoord te geven op de vraag of de welvaart is gegroeid of scheefgegroeid.

Meer over