GastcolumnAnouk Boone

Italiaans stijloffensief in crisistijd

Beeld Darrel Hunter

‘Waar blijdschap in huis is, staat rouw voor de deur’, tekende Giovanni Boccaccio omstreeks 1350 op in zijn befaamde boek Decamerone. Geen toepasselijker literair hoogstandje om nu uit de kast te trekken – of te streamen, vooruit – dan de spottende en licht-erotische novellen, uit een poëtisch quarantaine-oord, een Toscaans buitenverblijf.

Zeven vrouwen en drie mannen, op de vlucht voor de Zwarte Dood in Florence, vertellen daar ieder hun verhaal. De pest had de stad in haar greep, de lucht tussen de paleizen was zwaar van verdorvenheid. Zo groot als de chaos in de straten toen was, zo geordend oogt het dagelijks coronaleven in Italië op dit moment.

Maar de verlaten pleinen in het land van la dolce vita doen dystopisch aan. Een scenario waar de makers van Vogue Italia ongetwijfeld geen rekening mee hadden gehouden – al rukte het coronavirus in China al op – toen zij hun cover voor het recente februarinummer presenteerden. Model Vittoria Ceretti houdt daarop, staand in een boot in de Venetiaanse lagune (voor de liefhebber: gekleed in een zwarte V-lijnjurk met ruches van Valentino), een plaquette vast met de tekst ‘Protect Venice’. Het is een oproep om, vanwege de waterschade die de stad afgelopen herfst opliep, te doneren aan de gemeente Venetië – het IBAN-nummer prijkt eronder. Tot zover klimaatverandering door onder meer overtoerisme.

Een paar weken later en ‘Grand Hotel Europa’ was nog nooit zo leeg. De Italiaanse Vanity Fair zet op de cover van het maartnummer een strijdbaar ‘#iosonoMilano’: ‘ik ben Milaan’. Via het onderschrift ‘maar ook Wuhan, Codogno, Lodi, Bergamo, Seoul, Teheran, Berlijn, Parijs, Seattle…’ wordt de lezer opgeroepen ‘samen het virus te stoppen’. Het aprilnummer volgt met ‘#iocisono’ (‘ik ben er voor je’), met op de cover de 39-jarige longarts Caterina Conti, werkzaam in Bergamo: een ode aan al het zorgpersoneel en vrijwilligers die het coronavirus te lijf gaan. Terwijl het maartnummer gratis werd verspreid in Lombardije, worden de opbrengsten van het aprilnummer gedoneerd aan het Papa Giovanni XXIII ziekenhuis in Bergamo.

Een teken van solidariteit of een slimme marketingzet? Het ligt in elk geval in lijn met de videoboodschap van Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie: ‘Op dit moment zijn we in Europa allemaal Italianen’ (‘siamo tutti italiani’). Ze tweette de video nadat de Commissie had gemeld dat er een eerste noodpakket van 25 miljard euro komt om de Europese economie te steunen. Inmiddels wordt er in Italië heel anders over die uitspraak gedacht, grazie a Rutte en Hoekstra.

Ook modemerken springen bij. Kering, eigenaar van Gucci en Bottega Veneta, doneert 2 miljoen euro in de Italiaanse strijd tegen corona. Edizione Srl, de holding van de Benetton-familie, verstrekt 3 miljoen. Merken als Giorgio Armani, Dolce & Gabbana, Versace, Bulgari en Elisabetta Franchi: idem. Luxeconcern LVMH – met Fendi, Loro Piana en Emilio Pucci in haar portefeuille – produceert desinfecterende gel waar normaliter parfums worden geproduceerd. Merken als Gucci en Prada hebben de productie van kekke pakjes verruild voor mondmaskers en medische beschermingspakken. Viva la creatività.

Niet geheel verwonderlijk. Behalve centrum van het coronavirus, is Italië het kloppende modehart van de EU met een textiel- en modeindustrie die goed is voor zo’n 55 miljard euro aan omzet in 2019. Hulp is hard nodig. Want de ogenschijnlijke orde – de Italiaanse regering nam ferme lockdownmaatregelen – is zo dun als capellini (pasta met een diameter tussen de 0,85 en 0,92 millimeter): zie de duikvlucht van de beurzen en de humanitaire crisis die gaande is in Bergamo.

De lockdown treft vooral kleine ondernemers, maar de verwevenheid met het grootkapitaal is groot. In de Financial Times vertelt textielfabrikant Sergio Tamborini: ‘Het enige wat we kunnen doen is blijven investeren en onze fabrieken zo veel mogelijk draaiende zien te houden.’ Met zijn fabriek Ratti Spa, ook in Lombardije, produceert hij jaarlijks zo’n 4 miljoen meter stof voor luxemerken.

Terwijl in sociale isolatie levende burgers (#iorestoacasa; ‘ik blijf thuis’) zingend de balkons betreden en er en masse applaus voor hulpverleners werd geïnitieerd (dag, brok in mijn keel), trekken de donkere wolken van vervuiling langzaam op boven de door corona getroffen gebieden.

De combinatie van de #iocisono-actie en #iorestoacasa-veerkracht sterkt mijn geloof dat Italië er weer bovenop komt. Maar Nederlandse solidariteit is daarbij geen overbodige luxe. Waar rouw is, kan blijdschap wederkeren. Of, zoals Boccaccio zijn klassieker inluidt: ‘Moge dit afschrikwekkende begin niets anders zijn dan wat voor de wandelaar een steile, dorre berg is waarachter zich een bekoorlijke groene vlakte uitstrekt.’

Anouk Boone is journalist en ondernemer en in april gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie

Meer over