columnPeter de Waard

Is het goed dat het beursonkruid wordt gewied?

null Beeld

Luxaflex is een prachtig product. De horizontale jaloezieën van het Rotterdamse bedrijf Hunter Douglas zijn al sinds 1946 een succes zonder dat ze veel zijn veranderd. Ze worden gemaakt van aluminium en sluiten met de bolle kant naar buiten. Het is een stabiele inkomstenbron, zij het dat Hunter Douglas zoals alle woninginrichters het beter doet als de wereldeconomie in full swing is.

Het lijkt kortom een ideaal Nederlands beursfonds, afgezien van de naam. De familie Sonnenberg, de oprichters en huidige eigenaren, vluchtte in 1933 vanuit Rotterdam naar de VS omdat ze het nazigevaar tijdig onderkende. Omdat de naam Sonnenberg voor zijn bedrijf daar niet bekte, pikte hij uit het telefoonboek van New York een andere.

Na de oorlog verhuisde Hunter Douglas naar Canada en pas in 1969 keerde het terug in Rotterdam. Omdat investeringen nodig waren, werden aandelen uitgegeven en kwam het bedrijf op de beurs.

Eigenlijk tegen de zin van Sonnenberg, want het hoofdkantoor werd statutair in Willemstad op Curaçao gevestigd, zodat het zich niet aan allerlei beperkende vennootschapsregels hoefde te houden zoals het feit dat de bestuurder of ceo ook niet tegelijkertijd de toezichthoudende commissaris kan zijn.

Dat nam niet weg dat Hunter Douglas heel lang hoofdfonds was op de beurs – een echte multinational die in meer dan honderd landen zijn producten verkocht. Het Kremlin in Moskou en het WTC in New York hadden luxaflex. Het was niet alleen een goede zonwering maar ook een effectieve manier om pottenkijkers te weren. Dat paste heel goed bij Ralph Sonnenberg, die in 1971 zijn vader Henry opvolgde als ceo en vijftig jaar later nog chairman of the board is.

Hij verschuilt zich als een vleermuis tijdens de lunchuren. Outside-aandeelhouders moeten zich niet met de gang van zaken bemoeien (de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering op Willemstad kent alleen hamerstukken) en de media worden geweerd (‘Nee, een kijkje in het bedrijf kunt u vergeten’, zegt de 78-jarige cfo Leen Reijtenbagh).

Nu wil het bedrijf helemaal van de beurs af, zodat het een even gesloten bastion kan worden als C&A. Nadat Sonnenberg (zelf inmiddels 86) in 2005 zijn belang al vergrootte tot 70 procent en later tot 82,5 procent, wil hij nu ook de laatste aandelen van de beurs halen met een bod van 64 euro – 15 euro boven de beurskoers.

Beleggersorganisatie VEB mopperde deze week nog even na, maar het is goed als schoon schip wordt gemaakt. Bedrijven die nog geen vijfde van de aandelen in de publieke notering hebben, zijn geen goede beursfondsen. De liquiditeit is zo laag dat elke transactie de koers op stelten zet. Daarnaast horen anno 2020 geen fondsen op de beurs die hun hoofdkantoor in belastingparadijzen of andere vrijbuiterlocaties hebben, om zich aan nationale regelgeving te onttrekken.

Luxaflex is een pracht product, Hunter Douglas een mooi bedrijf, maar op de beurs is het onkruid.

Meer over