ColumnPeter de Waard

Is er met La Place niet ook structureel iets mis?

La Place was de laatste vinding van V&D toen prof dr drs Anton Dreesmann nog de scepter zwaaide bij het moederbedrijf Vendex.

Hij vergeleek de exploitatie van warenhuizen al ‘met het beklimmen van een dalende roltrap’. In zijn visie zou de moderne consument mogelijk weer bereid zijn naar V&D te komen als hij of zij daar ook lekker zou kunnen eten.

Met het concept zelf had hij niets van doen. Dat kwam van Paul Bringmann die door de overname van weidewinkel Maxis naar V&D was gekomen. In 1987 mocht hij de eerste La Place openen in het warenhuis in Utrecht. Het concept was zijn tijd ver vooruit. La Place profileerde zich als horeca, maar kende de logistiek van retail. Er was geen keuken. Omdat klanten niet zouden geloven dat de achter de schermen gemaakte verse jus d’orange daadwerkelijk vers was, werd die in het zicht bereid, net als de Franse en Italiaanse broodjes. La Place koos voor gezond eten en duurzaamheid in een tijd dat het Nederlandse volk de Amerikaanse hamburgerketens omarmde. De koffiedrab werd hergebruikt voor de teelt van oesterzwammen. En La Place was de eerste keten die het Beter-leven-keurmerk van de Dierenbescherming kreeg.

Terwijl de warenhuizen nog een kwart eeuw de dalende roltrap opklommen totdat ze uitgeput omvielen, stond La Place op de stijgende trap daarnaast. Het werd het goudhaantje van V&D: 250 miljoen euro omzet, 35 miljoen bezoekers, 200 filialen, 5.500 medewerkers met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar en 1,18 procent ziekteverzuim. In 2012 bracht de bedenker zelfs zijn autobiografie uit: ‘Mijn naam is Paul Bringmann en ik sta voor lekker eten’.

Supermarktketen Jumbo was er als de kippen bij toen de keten na het bankroet van V&D te koop werd gezet. Die moest echter wel worden gesaneerd, omdat het grootste deel was ondergebracht in warenhuizen die ineens spookholen waren. In alle haast werden de AC-restaurants overgenomen, vestigingen in Hudson’s Bay geopend – die prompt ook weer moesten worden gesloten – en franchises in het buitenland uitgebreid.

Nu lijkt het allemaal toch te snel te zijn gegaan en wordt de coronacrisis aangegrepen om het vuil te wieden. Dat La Place door de gedwongen sluitingen in de rode cijfers – 7 miljoen in vier weken – is geraakt, ligt voor de hand. Maar met de steunregelingen van het kabinet zou het moeten kunnen overleven. Iedereen hoeft maar om zich heen te kijken om te weten dat de horeca weer hard aantrekt sinds de lockdown is versoepeld.

Als Jumbo nu een kwart van de vestigingen van La Place sluit heeft het ook niet alleen te maken met corona. Er is ook structureel iets mis. In plaats van vernieuwend is La Place conservatief geworden en heeft het de kwaliteit te veel laten sloffen. La Place zal niet de enige zijn die corona oppakt als een een gemakkelijke bezem om schoon schip te maken.

Dreesmann moet zich opnieuw in zijn graf omkeren.

Meer over