rondvraagsalafisme

Is een verbod op financiers uit onvrije landen een goed idee?

Islamitische organisaties ontvingen geld van ‘onvrije landen’. Helpt een verbod? ‘Deze moskeeën vergiftigen onze jongeren.’

Suhayb Salam, bestuursvoorzitter en geestelijke leider van de Stichting alFitrah tijdens de openbare verhoren van de parlementaire ondervragingscommissie.  Beeld Freek van den Bergh
Suhayb Salam, bestuursvoorzitter en geestelijke leider van de Stichting alFitrah tijdens de openbare verhoren van de parlementaire ondervragingscommissie.Beeld Freek van den Bergh

Het kabinet is van plan geldstromen uit ‘onvrije landen’ naar moskeeën, religieuze en maatschappelijke organisaties te verbieden. Het voornemen volgt op onderzoek van een Tweede Kamercommissie naar de invloed van buitenlandse financiers. De commissie presenteert eind april een rapport over de bevindingen. Is een verbod op financiers uit onvrije landen een goed idee?

‘De buitenlandse budgetten om jongeren met deze kwaadaardige, gewelddadige ideologie te vergiftigen, zijn allang binnen’, stelt Ahmed Marcouch (burgemeester Arnhem). Salafistisch predikanten spreken volgens hem al sinds de jaren tachtig in moskeeën en zalen, op informele bijeenkomsten en op YouTube-kanalen. Toch is een verbod een goede stap, meent hij. ‘Geen algeheel verbod, maar een verbod dat precies gericht is op die tien tot vijftig salafistische en extreemrechtse organisaties die staatsgevaarlijk gedachtengoed legitimeren. Maar moskeeën, kerken, synagogen en stichtingen die hun deelnemers juist vooruithelpen in Nederland, mogen niet geraakt worden.’

Normaal ontvangen moskeeën giften zonder wedereis, legt Marcouch uit, maar salafistische geldschieters willen dat instellingen in ruil voor de donaties hun gedachtengoed uitdragen. ‘Via de ambassades van Koeweit, Qatar en Saoedi-Arabië worden contacten gelegd met salafistische geestelijk leiders daar. Die houden een vinger aan de pols.’

Het salafisme is volgens hem een ‘gevaarlijke, kwaadaardige ideologie met het masker van een orthodoxe stroming. Ze streven een islamitische staat na, een dictatoriaal kalifaat, met een kalief als leider die heerst met de sharia als wapen voor onderdrukking. Salafisten voelen zich superieur en iedereen die daar niet toe behoort is het leven niet waard.’

Wereldwijd plan

Salafisme in Nederland is ‘al langer een punt van aandacht van veiligheidsdiensten’, stelt Beatrice de Graaf (hoogleraar Universiteit Utrecht en terrorisme-expert). ‘Door sociale media en polarisatie rond immigratie en islam ontstaat er een voedingsbodem voor salafisme; moslimjongeren voelen zich gediscrimineerd en zoeken steun.’

Aanhangers van het salafisme doen er alles aan om hun gedachtengoed wereldwijd te verspreiden, weet Bibi van Ginkel (expert terrorismebestrijding en radicalisering) . Van Ginkel spreekt van een ‘wereldwijd plan’. ‘De activiteiten van scholen en instellingen blijven vaak net onder de radar; ze zijn niet openlijk jihadistisch, maar leggen wel de basis voor radicale ideeën. Daar moet de overheid bovenop zitten.’

Lastig, want salafistische instellingen zijn zelden openlijk gewelddadig en daarom niet strafbaar: pas bij het oproepen tot geweld wordt de wet overtreden. Daar vloeien wat Van Ginkel betreft twee vragen uit voort: wat kun je qua buitenlandse invloed aantonen en welke middelen wil je er tegen inzetten? Het verbieden financiering uit onvrije landen is juridisch ingewikkeld, stelt ze. ‘Welke criteria hanteer je daarvoor? Het zou handig zijn als deze landen bijvoorbeeld door de VN al gesanctioneerd worden vanwege het financieren van terrorisme, maar daar is nu geen sprake van.’

Van Ginkel ziet een tweesporenbeleid als optimale verweer: creëer bondgenootschappen binnen de islamitische gemeenschap en pak verdachte individuen aan. ‘Het is van belang om de dialoog aan te gaan, om financiering en beïnvloeding van moskeeën bespreekbaar te maken.’

De Graaf beaamt dat er ‘eindelijk’ openlijk draagvlak ontstaat in de moslimgemeenschap. ‘Het salafistisch probleem werd er vaak ontkend en weggewuifd. Nu durven liberale, gematigde moslims zich uit te spreken.’ Salafisten zetten gematigde moslims volgens haar weg als nestvervuilers, als verraders. Ze worden bedreigd. ‘Mensen die eruit willen, moeten hulp krijgen.’ Dat onderschrijft Marcouch. ‘Moslims die zich uitspreken, krijgen te maken met intimidatie . Die prijs is voor sommigen te hoog.’

Militanten

Een van de spillen in het salafistisch netwerk in Nederland is de Utrechtse alFitrah-moskee. Imam Suhayb Salam kwam vorige week hard in botsing met de commissieleden. De Graaf woont zelf in de buurt van de moskee en zat in de begeleidingscommissie van een onderzoek naar de instelling dat uitwees dat de moskee ook een belangrijke functie vervult. ‘Ze verzorgen huiswerkbegeleiding en bieden kinderopvang. Voor veel moslimouders de ideale manier om jeugd van de straat te houden. Maar bruggen naar andere gemeenschappen worden weggeslagen. Kinderen leren dat ze vrouwen geen hand hoeven geven, ze krijgen een militante vechthouding aangeleerd, hoeven zich niet aan te passen, moeten naar de waarden van de Profeet leven. Onderzoek concludeerde dat dit afgeschermde milieu kwalijk is.’

Volgens De Graaf staat imam Salam centraal in ‘een klein, extreem orthodox cirkeltje’. ‘Het is belangrijk om deze kringen aan te pakken en te laten zien dat zo’n houding niet loont. Samenwerking en transparantie moet je belonen en centra die dat niet geven, moet je het zuurstof afdraaien.’

Verbod

De vraag die volgens De Graaf voorligt: hoe bestrijd je antiwesters gedachtengoed van mensen die de democratie willen ondermijnen? ‘In Duitsland is de wet ruimer; daar mag je stichtingen met ondemocratisch gedachtengoed verbieden. Daar zou de SGP verboden kunnen worden. Maar het is de vraag of dit effectief en wenselijk is. Ongewenste stromingen kunnen ondergronds gaan. Daarom is het goed na te denken over meer inspectie; en financiering uit onvrije landen afkappen.’

Marcouch ziet heil in een verbod voor ‘staatsgevaarlijke salafistische organisaties’. ‘Voor Salam bood zijn verhoor bij de commissie een arena om de jihad te propageren die de democratie vervangt voor een kalifaat’, stelt hij. Marcouch ziet het liefst dat zijn alFitrah-moskee verboden wordt. ‘Pedofielenvereniging Martijn kon ook verboden worden; die principes zijn in strijd met de grondwet. Diezelfde redenering kun je gebruiken tegen salafistische moskeeën als alFitrah.’

Meer over