ColumnPeter de Waard

Is dit de comeback van het collectivistische huurprincipe?

‘Gemeenschappelijk bezit van woningen is een hogere vorm van bezit’, zo verdedigde advocaat en PvdA-Kamerlid Kees ten Hagen het huren van een woning in 1950. President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank lijkt zeventig jaar later zijn collectivistische idealen te omarmen. Ook DNB wil dat er meer wordt gehuurd en minder verkocht, zo bleek uit een vrijdag gepresenteerd onderzoek.

Nu vaste contracten hebben plaatsgemaakt voor flexibele moet ook de woningmarkt zich aanpassen. Maar wat De Nederlandsche Bank mogelijk vooral zorgwekkend vindt, is de enorme hypotheekschuld die Nederlanders hebben en die eigenlijk ondanks striktere leennormen na de crisis alleen maar is opgelopen. Nu ligt die rond de 720 miljard euro. En die zou wel eens kunnen oplopen tot 950 miljard euro in 2030. Niemand moet eraan denken wat er gebeurt als de coronacrisis ook tot een complete ineenstorting van de huizenprijzen zal leiden. Er zouden zoveel huizenbezitters onder water komen te staan dat een massale verdrinkingsdood dreigt.

Ten Hagen was Kamerlid toen de PvdA nog ouderwetse socialistische principes huldigde en over volkshuisvestiging ging. In 1952 werd KVP’er Herman Witte minister van Volkshuisvesting. En die propageerde het eigen woningbezit als goed voor christelijke waarden als verantwoordelijkheidsgevoel, spaarzin, properheid en gezinsstabiliteit – kortom: woonbeschaving.

Er kwamen premieregelingen voor koopwoningen en een nationale hypotheekgarantie, waarbij de overheid het risico op zich nam dat huizenbezitters in gebreke zouden blijven. Het eigenwoningbezit steeg van 28 procent in 1950 tot 35 procent in 1970, 50 procent in 1998 en ruim 60 procent nu. De PvdA ging ook om. De sociaal-democraat Adri Duivesteijn zag het kopen van een woning als een onderdeel van het verheffen – inmiddels emancipatie genoemd – van de arbeidersklasse. Zij zouden daardoor zelf vermogen kunnen opbouwen. Hij bepleitte een sociale koopwoningenmarkt. Woningbouwverenigingen gingen in het kader van renovatie en stadsvernieuwingen huurwoningen verkopen.

De lobby voor het eigenwoningbezit heeft bijgedragen aan de enorme prijsexplosie. Sinds 1970 is de waarde van een huis tien keer over de kop gegaan. Een gevolg is toenemende ongelijkheid.

Wie als babyboomer, generatie X of Y is blijven huren, is een dief van zijn eigen portemonnee geweest. Wie een huis kocht, liep binnen. Heel vaak verdienden mensen in een jaar meer aan de waardestijging van het eigen huis dan aan salaris.

Daar heeft het aanscherpen van de hypotheekvoorwaarden in 2014 geen verandering in gebracht. Kopers van woningen worden nog altijd fiscaal bevoordeeld. En zij hebben ook een tijdbom met nucleaire kracht onder de overheidsfinanciën gelegd.

Dat DNB daarvoor waarschuwt, is geen dag te vroeg.

Meer over