ColumnPeter de Waard

Is de beursstier van Wall Street dol geworden?

null Beeld
Peter de Waard

Een stier valt aan door met zijn hoorns zijn tegenstander in de lucht te werpen; een beer drukt zijn vijand met zijn klauwen omlaag. Dat is een van de verklaringen voor het feit dat een periode van koersstijgingen op de beurs wordt aangeduid met een stierenmarkt en die van koersdalingen met een berenmarkt.

In een parkje bij het New Yorkse beursgebouw staat al sinds 1989 een grote bronzen stier – de door een Italiaanse kunstenaar gemaakte woest ogende Wall Street bull – als ­teken dat de stieren de beren uit het financiële district hebben verdreven en de macht hebben gegrepen. Sinds 2012 bewaakt ook een kopie de ingang van Beursplein 5 in Amsterdam, waar sindsdien ook geen beer meer is ­gesignaleerd.

Wall Street vierde woensdagavond de langste bull-market in haar 200 jarige-geschiedenis. Sinds 9 maart 2009 zijn de koersen van de zogenoemde S&P 500-index negen jaar, vijf maanden en veertien ­dagen gestegen – 3.453 dagen – zonder dat tussentijds een koerscorrectie van meer dan 20 procent heeft plaatsgevonden. En deze ongekende beursrally lijkt voorlopig nog niet ten einde; alle zorgen rond handelsoorlogen, dalende valuta’s in opkomende landen, stijgende schulden, toenemend populisme en isolationisme ten spijt. De stier draaft als een dolle voort.

Als de kredietcrisis een winnaar heeft opgeleverd, zijn het de aandeelhouders. Sinds maart 2009 zijn de koersen op de beurs van Wall Street met 325 procent gestegen, dankzij de enorme toename van de bedrijfwinsten. Wie toen 10 duizend dollar in aandelen had gestoken, had nu een portefeuille van 42.500 dollar gehad. Spaarders en loonslaven moeten zich de haren uit het hoofd trekken. Zoals de stier de beer heeft verdreven, heeft de factor kapitaal de factor arbeid af­getroefd.

De langste bullmarket tot nu toe was in de jaren negentig toen de koersen 3.452 dagen stegen zonder een tussentijdse daling van 20 procent. Daar kwam een einde aan met het klappen van de zogenoemde ­internetbubbel in maart 2000.

Het eeuwige motto van Wall Street is dat ‘what goes up, must come down’. Maar heel veel rationele redenen om op korte termijn een beurscorrectie te verwachten zijn er niet. Bij het einde van de vorige bull market in maart 2000 waren aandelen peperduur geworden: gemiddeld 26 keer de winst die de beursfondsen op dat aandeel haalde. Nu is dat 19 keer, terwijl de gemiddelde koers-winstverhouding in de hele lange historie van Wall Street 17,6 is.

Maar met zoveel leiders in de wereld die als ongeleide projectielen opereren, is niets voorspelbaar. Een beurscrash is nooit te voorspellen op grond van economische ratio. Het is massapsychologie. Een crash zal plaatsvinden als iedereen – terecht of onterecht – in paniek raakt.

Voorlopig hebben de stieren op Wall Street en het Damrak niemand in hun buurt laten komen. Maar ooit zullen de beren uit hun winterslaap ontwaken en korte metten maken met de stieren.

Meer over