COLUMNMAX PAM

Ineens zag ik een urn vanbinnen, later zweefde ik over zee

Max Pam artikel ColumnBeeld .

De laatste tijd word ik ­gekweld door heftige ­coronadromen. Het ene moment lig ik te ijlen, even later word ik overvallen door een moment van verlichting, dat mij het gevoel geeft de waarheid te hebben gezien. Toch weet ik zo langzamerhand niet meer wat werkelijk is en wat niet.

Zo droomde ik van een Nederlandse viroloog die op tv verklaarde dat wij een voorbeeld moeten nemen aan China, waar men het virus met rigoureuze middelen onder controle heeft gekregen. Ineens zat ik achter mijn computer en vond in mijn mailbox allerlei artikelen over de uitbraak in China. Er zaten artikelen bij uit The Guardian, The New York Times, agentschap Bloomberg, Reporters without Borders, China Digital ­Times en van ooggetuigen die ­liever anoniem blijven. Waar de Chinese leider Xi Jinping met zijn mondkapje verschijnt om met zijn bevolking de triomf van China over de ziekte te vieren, wordt hij achter zijn rug uitgescholden met: ‘Allemaal leugens!’

Volgens de officiële cijfers zou afgelopen maandag het aantal ­coronadoden op één dag in China het laagst zijn sinds de eerste meting. Het totale aantal doden in China lag toen op 2.663. Maar tegelijkertijd zijn er foto’s genomen van urnen met de as van corona-doden. Op de foto’s waren partijen van duizenden urnen te zien, afkomstig uit de crematoria. Het ging hierbij minimaal om zes à ­zeven partijen, wat neerkomt op ruim 50 duizend urnen. Nabestaanden mogen niet in de buurt komen.

Officieuze schattingen spreken dan ook niet van 2.663 doden, maar van een aantal dat zeker twintig maal zo hoog is. Voeg toe dat in Wuhan, de stad waar het allemaal begon, ruim tien miljoen mensen wonen. Ongeveer een miljoen daarvan is gevlucht, vlak voor de stad werd afgesloten – overigens met achterlating van tienduizenden huisdieren. Waar zijn al die mensen gebleven en waar ­verblijven zij nu?

Ik huiverde, sloot mijn mailbox en droomde verder. Ineens werd ik op een bed een ziekenhuis binnengereden. Ik voelde me doodziek, maar kon nog praten. Een arts in anti-besmettingskleding boog zich als een astronaut over mij heen.

‘U heeft corona’, zei hij, ‘en ik zie dat u ouder bent dan 70. Dan heb ik slecht nieuws voor u. Zojuist is ook de schrijver Philip Huff binnengebracht. Hij heeft het virus in New York opgelopen. Nu hebben wij helaas nog maar één bed op de intensive care en hij is pas 35 jaar. Zijn overlevingskans is aanzienlijk groter dan de uwe en wij moeten kiezen. Dus u begrijpt…’

‘Maar ik ben nog heel vief voor mijn leeftijd’, bracht ik met moeite uit.

‘Dat zeggen die oudjes allemaal, als ze hier binnenkomen. Maar het is niet alleen uw leeftijd. U bent te dik. Dikke mensen sterven eerder.’

‘Ik ben helemaal niet dik, hoe komt daar bij?’

‘Dat zegt u, maar mijnheer Huff heeft ook een groter maatschappelijk belang. Hij pleitte ervoor het stemrecht van ouderen te beperken teneinde de samenleving een nieuw elan te geven. Corona is de Killer Boomer, de wraak van de millennials op de babyboomers.’

‘Het is dus allemaal een complot?’, stamelde ik in mijn laatste adem. Maar voor ik een antwoord te horen kreeg, werd ik weggereden en ineens zag ik een urn vanbinnen. Het was er nauw. Gelukkig werd ik na enige tijd vrijgelaten en zweefde ik weg over de zee.

Weer droomde ik verder. Ik droomde dat ik mij in Hongkong bevond en als bestuurder van een vluchtauto op de wacht stond voor een bende overvallers. Plotseling kwamen mijn kameraden, om zich heen schietend en met mondkapjes voor, de supermarkt uitgerend. Zij droegen enorme ladingen wc-papier die in de aanhangwagen werden gesmeten. Daarna scheurde ik weg. Het werd een lange gevaarlijke tocht, die pas eindigde bij Tata Steel in Wijk aan Zee. De Hoogovens waren tot mijn verbazing in vol bedrijf.

‘Wat is hier aan de hand?’, vroeg ik een arbeider die dicht bij het vuur stond, ‘jullie moesten toch mensen ontslaan?’

‘Ja, maar er wordt zo veel voedsel in blik gehamsterd, dat wij de vraag naar ijzer en staal niet meer aankunnen.’ Ondertussen werd in het Hoogoventoernooi gewoon verder geschaakt. Uiteindelijk kwam ik terecht op een groot plein, dat vol stond met mensen die heftig aan het discussiëren waren alsof er helemaal geen sprake was van een pandemie.

‘Deze crisis zal alles veranderen. Niets zal nog hetzelfde zijn’, riep de een.

‘Welnee’, riep een ander, ‘als het virus overwonnen is, keert alles ­terug naar het oude. Vervallen wij weer in onze dagelijkse routine.’

Ik werd wakker. In de krant las ik dat er meer porno wordt gekeken dan ooit. Sommige dingen veranderen, sommige dingen veranderen nooit.

Meer over