VERSLAGGEVERSCOLUMNRosa van Gool in Rome

In Rome is de voedselbank vijf keer zo groot en toch is er panettone

Rosa van Gool Beeld .
Rosa van GoolBeeld .

De dag voor kerst staan in heel Rome lange rijen. Bij de slijter voor een goede fles wijn, bij de slager voor het beste stuk vlees, bij de banketbakker voor de lekkerste panettone, de traditionele kerstcake die op geen tafel mag ontbreken.

De rij voor de Santa Maria della Salute-kerk in de buitenwijk Primavalle is anders. Hier deelt de katholieke hulporganisatie Sant’Egidio kerstpakketten uit aan de nieuwe armen van Rome. Er staan opvallend veel moeders met kinderwagens te wachten, en de gesprekken klinken in andere talen en op gedemptere toon dan het gebruikelijke Italiaanse volume.

Sinds het begin van de pandemie verwerkt Sant’Egidio vijf keer meer voedselpakketten dan voorheen, vertelt vrijwilliger Maria Quinto (59). ‘De vraag is enorm gegroeid, maar het aantal vrijwilligers ook.’ De middelbareschooldocent is al sinds 1986 vrijwilliger en een paar dagen geleden teruggekomen uit Beiroet, waar Sant’Egidio zich inzet voor humanitaire corridors om Syrische vluchtelingen per vliegtuig naar Europa te brengen.

Vandaag ziet Quinto er in Primavalle vriendelijk maar streng op toe dat iedereen genoeg afstand houdt. Het met golfplaten overdekte binnenplaatsje achter de kerk is ingericht volgens een gestroomlijnd logistiek plan.

Ousmane Ba en Maria Quinto. Beeld Rosa van Gool
Ousmane Ba en Maria Quinto.Beeld Rosa van Gool

De pingpong- en voetbaltafels zijn aan de kant geschoven en vervangen voor plastic tuinstoelen waarop de bezoekers hun registratie afwachten. Daarna krijgen ze een bonnetje dat ze bij het uitdeelpunt in kunnen ruilen voor een felrode plastic tas vol eten, een kerstcadeautje en natuurlijk een panettone.

Een groot deel van de bezoekers is migrant. Quinto herkent veel oud-leerlingen van haar taalcursus. Zoals Ousmane Ba (52), die vijfentwintig jaar geleden uit Senegal naar Italië kwam en daar Quinto trof. Ze was niet alleen zijn lerares, maar ging ook met hem mee naar afspraken op het immigratiekantoor om zijn documenten in orde te maken.

Ba en Quinto hebben elkaar al lang niet gezien, want tot de pandemie liep zijn werk als marktverkoper goed en had hij weinig hulp meer nodig. Nu de toeristenstromen opgedroogd zijn, is het leven moeilijk. ‘Maar Sant’Egidio helpt altijd. Dit zijn goede mensen, echt goede mensen’, zegt Ba zacht, onder zijn zwarte mondkapje met een kleine Italiaanse vlag erop.

Primavalle is van oudsher een migrantenwijk. In de jaren ’50 en ’60 vestigden zich hier veel Italianen uit het zuiden, die alleen dialect spraken. Daarom bestaat er al een lange traditie van taallessen, legt verloskundige Emilia Carbonara uit, die net als Quinto al sinds de jaren tachtig vrijwilliger in de buurt is. ‘Voor ons, studenten uit het centrum, was dit een andere wereld.’

Felrode tassen staan klaar om te worden uitgedeeld. Beeld Rosa van Gool
Felrode tassen staan klaar om te worden uitgedeeld.Beeld Rosa van Gool

De behoefte aan de infrastructuur van vrijwilligers bestaat nog steeds, al komen de migranten nu niet meer uit Calabrië, Sicilië of Apulië, maar veelal uit Senegal, Nigeria of de Filippijnen. Die laatste groep zagen ze tot de coronacrisis trouwens zelden, merkt Quinto op. Filippino’s hadden doorgaans genoeg werk, als schoonmaker of persoonlijk verzorger bij mensen in huis. Toen de angst voor het virus Rome in zijn greep kreeg en mensen hun huishoudelijke hulp massaal ontsloegen, zag Quinto de Filipijnse migranten voor het eerst om hulp vragen. ‘Ze schaamden zich.’

Die schaamte ziet Quinto vaker. Meestal verdwijnt die na een tijdje wel, weet ze, als de bezoekers de vrijwilligers beter leren kennen.

Sommige klanten worden zelf ook vrijwilliger, zoals de jonge Eric Ahmetovic. Hij is pas twintig jaar oud en was voor de coronacrisis hulp-chef. ‘Ik kookte Romeins eten: vis, pasta, pizza.’ Hij kent de andere vrijwilligers in Primavalle goed, want hij groeide op in het naburige Roma-kamp en kwam elk jaar met zijn familie op de door Sant’Egidio georganiseerde kerstlunch in de kerk. Nu heeft hij weinig omhanden, dus komt hij helpen met het uitzoeken van cadeautjes, inpakken en uitdelen, al woont hij tegenwoordig op anderhalf uur reizen.

Terwijl ik de straat uitloop tussen de mensen met rode tas in de ene hand, panettone in de andere, dwalen mijn gedachten af naar de nieuwe Italiaanse film La vita davanti a sé. Daarin speelt de hoogbejaarde Sophia Loren een prostituee in ruste, die zich opwerpt als adoptiemoeder voor de twaalfjarige Senegalese weesjongen Momo.

Eric Ahmetovic en mede-vrijwilliger Sandro Luciani. Beeld Rosa van Gool
Eric Ahmetovic en mede-vrijwilliger Sandro Luciani.Beeld Rosa van Gool

Het is een verhaal over solidariteit, familie en de schrijnende situatie van migranten, maar ook over het schier oneindige aanpassingsvermogen van veel Italianen. Zo rigide als hun regels zijn over wát er op tafel mag komen, zo soepel zijn ze als het gaat om wie er plaats mag nemen.

Vanwege covid kunnen de kerstmaaltijden die normaal in Romeinse kerken plaatsvinden niet doorgaan. Toch gaat Maria Quinto op Eerste Kerstdag de straat op, om daklozen buiten een warme maaltijd te bezorgen. ‘Het is niet ideaal,’ beaamt ze. ‘Maar beter dan niets.’ Ook de uitdeelacties gaan door tijdens kerst, want al is de rij bij Sant’Eigidio dit jaar vijf keer zo lang, uiteindelijk is er altijd genoeg.

Meer over