Commentaar

In ­onzekere tijden zoeken de kiezers vertrouwd leiderschap. Maar ook daarmee is niet alles gezegd

PVV-kamerlid Geert Wilders en Premier Mark Rutte voorafgaand aan een debat in de Tweede Kamer over de rellen.  Beeld ANP
PVV-kamerlid Geert Wilders en Premier Mark Rutte voorafgaand aan een debat in de Tweede Kamer over de rellen.Beeld ANP

De stemming onder de kiezers is een slag in het gezicht van de oppositie.

Nooit eerder was er bij Tweede Kamerverkiezingen zo veel te kiezen als dit jaar, en toch lijkt de keuze zich te gaan beperken tot de vraag welke partijen mogen aanschuiven in het vierde kabinet-Rutte. Het nieuwste kiezersonderzoek van I&O Research is in veel opzichten een slag in het gezicht van de oppositie. Er moet welhaast een wonder gebeuren om Mark Rutte – de man op wie alle pijlen vier jaar lang waren gericht – uit het Torentje te krijgen.

Maar er is meer. In de ranglijst van betrouwbare premierskandidaten staan Mark Rutte, Wopke Hoekstra, Gert-Jan Segers en Sigrid Kaag bovenaan – allen namens de coalitie dus. In dat licht is het nauwelijks verrassend dat Rutte III, op nog maar 30 dagen tot de opening van de stemlokalen, lijkt af te stevenen op meer zetels dan in 2017. Dat is sinds 1998 geen regeringscoalitie meer overkomen.

Dat heeft veel te maken met de coronacrisis. In ­onzekere tijden zoeken de kiezers vertrouwd leiderschap. Maar ook daarmee is niet alles gezegd. Het is immers vooral een probleem van de linkerflank. PVV-leider Wilders heeft zijn kiezers wél uitermate tevreden weten te stemmen. Zij zien bij hem een duidelijke eigen agenda – immigratie, integratie, terrorismebestrijding, onveiligheid – en menen dat hij prima oppositie voert. Het zijn waarderingscijfers waar ze bij GroenLinks, de SP en de PvdA alleen maar van kunnen dromen. Klaver, Marijnissen en Ploumen leggen het af op overtuigend leiderschap.

Zij dreigen nu vooral verzeild te raken in een strijd met D66 en ChristenUnie om een plek aan de formatietafel in het komend voorjaar. Klaver en Ploumen ­hopen hun machtspositie te vergroten met de belofte dat ze elkaar na de verkiezingen vast zullen houden.

Nog los van de vraag hoe VVD en CDA daar straks over denken – en of het dus wel haalbaar is – roept het vooral de vraag op waarom dat niet al voor de verkiezingen is gebeurd. Samen hadden PvdA en GroenLinks in de afgelopen jaren de grootste oppositiepartij kunnen zijn, samen hadden ze nu als machtsblok een echte progressieve uitdager voor Rutte kunnen leveren. Hoe klein moeten ze samen eerst nog worden voordat dat besef doordringt tot in de top van beide partijen?

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over