CommentaarRemco Meijer

In Nederland is een linkse meerderheid een utopie

Lodewijk Asscher (PvdA), Lillian Marijnissen (SP) en Jesse Klaver (GroenLinks).Beeld ANP

Terwijl politieke partijen werken aan hun verkiezingsprogramma’s ligt opnieuw de vraag op tafel: slaat links de handen ineen?

De wens tot linkse samenwerking is een evergreen uit het politieke repertoire, daterend van begin jaren zeventig. Soms zakt hij even weg in het collectieve geheugen, om in de aanloop naar verkiezingen altijd weer opnieuw te klinken.

Nu bij alle partijen de lijsttrekkers bekend zijn, of verondersteld worden dat te zijn (Mark Rutte), is het na de zomer tijd voor de partijprogramma’s. Alom zijn commissies ingesteld die per politieke stroming het oude gedachtegoed in een nieuwe jas steken.

Intussen laat de meest recente Peilingwijzer zien hoe het speelveld erbij ligt. De drie linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP zijn alleen bij elkaar opgeteld even groot als de VVD, die in haar eentje rond de 40 zetels schommelt. Met andere woorden, stuk voor stuk lijden de progressieve partijen aan een gebrek aan massieve aantrekkingskracht bij de kiezer.

Wat te doen? Nederland is per saldo geen links land. Een linkse meerderheid is een utopie. Maar in een land van het midden kan links wel invloedrijk zijn. De vraag is: hoe?

Krachten bundelen ligt voor de hand, maar het voorbije jaar zijn twee dingen eens te meer duidelijk geworden. Een fusie tussen PvdA en GL zit er niet in en een samenvoeging in drievoud, met ook de SP, maakt de combinatie eerder zwakker dan sterker.

Het wordt dus ieder voor zich, waarbij PvdA-leider Lodewijk Asscher wel heeft aangetekend dat hij niet zonder linkse partner in een kabinet zal stappen. GL ligt dan voor de hand, nu de SP regeringsdeelname niet tot het doel van haar bestaan lijkt te maken en D66 eerder tot het liberale blok wordt gerekend.

Die partij maakt met nieuwkomer Sigrid Kaag bovendien kans juist bij PvdA en GL kiezers weg te trekken. Voor deze twee linkse partijen lijkt een goede inhoudelijke campagne, zonder persoonlijkheidscultus (Jesse Klaver), de beste strategie. Corona heeft de les versterkt die eerder bij de onfrisse taferelen rond uitvoerende diensten werd getrokken: een even rechtvaardige als sterke overheid – wat iets anders is dan een grote overheid – is een stem waard.

Meer over